Hans van Manen haalt applaus aan het slot van de première van het aan hem gewijd retrospectief van het Nationale Ballet.

Dansen, denken

In een prachtig essay van Willem Jan Otten dat deze zomer verschijnt, Wil je mij poëzie leren, leer ik niet alleen poëzie, maar ook dat  poëzie soms in een film te vinden is, of zoals gisteren in dans. In de vier verbluffende choreografieën van Hans van Manen zag ik dat kijken naar mensen die bewegen een zeer oude kwaliteit van de mens is en wat dat precies teweeg kan brengen. Wat dan precies? Het lijkt alsof kijken naar dans geïntensiveerd denken is. Dans is abstracte kunst van bewegende figuren. Het is behapbare metaforiek die de kijker onmiddellijk aan het denken zet over nabijheid en afstand, gratie en horkerigheid, extase en ingekeerdheid, kortom: leven. Dans lijkt begeleid denken te zijn. Je kijkt naar bewegende dansers op muziek en voelt bij wat je ziet een moeilijk te definiëren link met waar je dan ook maar mee bezig bent in je hoofd. Dus nam ik al kijkend verschillende besluiten over totaal uiteenlopende dingen. Het denken ging harder. Net als met poëzie eigenlijk, een gedicht dat je intensief leest lijkt altijd te gaan over waar je je precies mee bezighoudt. Dansen gaat over wat je denkt. Het zijn kunstvormen die je helpen denken, je hoort jezelf denken bij het lezen van poëzie of het kijken naar dans. Dans is als poëzie transparant, je ziet de mens volledig, schouwt door lichamen heen, je ziet eerder figuren maar tegelijkertijd mensen, hoort muziek maar ook stampende voeten en gehijg.

Het mooist waren de Frank Bridge Variations op muziek van Benjamin Britten van die naam, ergens dromerig, dissonant soms, een echt denkstuk met een hoofdrol voor strijkers. Een hommage op zijn beurt, nu van Britten aan zijn leermeester Bridge.

Toen de meester applaus kwam halen – hij doet dat betrekkelijk graag – zag je het schitterend verschil in lichamelijkheid tussen de dansers en de choreograaf, een ander aspect van transparantie, de gratie van het oudere lichaam is een andere gratie.

Danseres


Doodsbleek, blinkend van zweet en hijgend
stormt zij ’t toneel op (het is niet stormen
maar trippelen, fladderen, zweven, nooit helemaal
stilstaan) en neemt, al buigend, kushanden werpend,
en met een hemelse glimlach, ’t applaus in ontvangst.


De lege schouwburg. De stilte
van dikke tapijten. Stofzuigers.
Een werkster met spataderen
onder haar kous.


Adriaan Morriën

Foto van Menno Hartman
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.