‘Een koe laat elke 90 seconden een scheet, een mens 18 keer per dag. Het aantal scheten van een walvis kan alleen maar geschat worden.’
Zo ongeveer begint het toneelstuk Emily, of het geheim van Huis ten Bosch. De drie zonen van koningin Beatrix en prins Claus von Amsberg zitten in de centrale salon van Huis ten Bosch en bladeren in tijdschriften over watersport en diepzeeduiken. Hun ouders zijn voor een officieel bezoek in Israël.
Wapvo (Willem-Alexander, Prins Van Oranje) en broer Constantijn zijn geïnteresseerd in onderwaterfotografie, prins Friso grijpt naar de roddelbladen, waarmee het gesprek al snel gaat over het dreigend gevaar van damescontact. De prinsen zijn 23, 22 en 21 jaar, dus wordt het wel ’s tijd voor erfopvolging, voortplanting en verantwoordelijkheden.
*
Samen met collega Dick van den Heuvel schreef ik over ene Emily op wie Willem-Alexander verliefd was geworden en die dus koningin zou kunnen worden. Dick en ik achtten de tijd rijp om bij de Oranjes de ramen open te gooien, om het gezin Von Amsberg te tonen als buren waarvan de oudste zoon met een verkeerd meisje aan komt zetten.
De onsmakelijke heiligheid, de hardnekkige hersenloosheid rond zo’n koninklijke familie onteren, dat was de bedoeling. Dat lukte, enigszins.
Uit heel Europa stroomden cameraploegen toe. De voorstelling werd geregistreerd en uitgezonden op tv door de Vara, het theaterseizoen 1995-96 opende ermee en de minister-president acteerde diepe verontwaardiging. Toch kwam deze aandacht niet in de eerste plaats door de kwaliteit van die voorstelling zelf, maar doordat staatssecretaris Aad Nuis hoogst persoonlijk en ingefluisterd door koningin Beatrix subsidie weigerde.
Een rel was geboren.
*
Op Huis ten Bosch blijkt, tot grote ontzetting van Willem-Alexander, dat broer Constantijn al eerder de bewuste Emily heeft benaderd, ook lichamelijk.
‘Yes!’ kraait Friso vrolijk. ‘Die burgerjuf is een mol die bij onze troonopvolger bovengronds komt!’
Willem-Alexander is woedend, maar onmiskenbaar verliefd en zelfs bereid de troonopvolging aan zich voorbij te laten gaan als zijn voorgenomen huwelijk met…
‘Huwelijk??? Wapvo!!’
…als zijn voorgenomen huwelijk met Emily niet door mag gaan.
Daar waren Friso en Constantijn al bang voor: ‘Wij hebben geen zin om dit ondemocratisch gekkenhuis op onze nek te nemen, hoor.’
Ze gaan pal voor die arme Willem-Alexander staan.
‘Jij zorgt, één dat je blijft leven, twée, dat je zes kinderen krijgt van een willig, goodlooking Moldavisch prinsesje en dríe… Jij bent niet kieskeurig! Dat staat in de Grondwet.’
De ruzie wordt onderbroken door de onverwachte thuiskomst van vader prins Claus. Hij kreeg in Jeruzalem een paniekaanval, heeft abrupt de koninklijke delegatie verlaten en is in ’t geheim teruggevlogen.
‘Wat is er gebeurd, pa?’
‘Eh… Yad-Vashem. In Jeruzalem. Dat monument van de Tweede Wereldoorlog. Er is daar een… een soort kelder waar namen… Namen, namen, namen… op zwarte stenen. Op vier mei in Amsterdam vind ik het nooit zo zwaar. Daar zit, als we over de Dam lopen, iets optimistisch in de lucht, voorjaar. Ik ben naar buiten gerend. Maar daar zag ik ook overal stenen, met namen erin gebeiteld. Ik keek of mijn eigen naam ook…’
In Emily, of… zien we verder ook koningin Beatrix en haar ouders, de sussende Juliana en de botte Bernhard, maar het belangrijkst blijven de broers, want deze drie jongemannen zijn verbaal lekker dynamisch, bovendien staat hun toekomstige status op het spel.
*
Ik veronderstelde ooit dat monarchieën en mythologieën met argumenten bestreden konden worden. Dat lukt nooit. Dus kozen we met Emily, of… voor het ondermijnende wapen van de humor. Gewoon uitlachen, zoals dat jongetje in het sprookje De Nieuwe Kleren van de Keizer.
Toch moet ik nu constateren dat ook humor of regelrecht afzeiken geen antimonarchistisch wapen meer is. Denk aan het cartoonachtige Lucky TV.
Blijft over: het verspreiden van een niet te verifiëren roddel. Zo wordt van president Trump gezegd dat hij incontinentiepampers draagt. Tegen zo’n bericht kan geen politiek- of juridisch onderbouwde Trumpkritiek op. Ik kan de man niet zien of ik denk aan luiers.
Emily, of… werd geen tragedie, geen melodrama, geen whodunit, geen klucht, geen satire, maar light-drama in een well-made play.
*
Aan het slot zijn Claus en Beatrix alleen in de salon.
CLAUS:
‘Ze zeggen dat mijn hersenen een bepaalde stof niet aanmaken. Dat is niet waar. Hier in m’n hoofd zit iets dat… passie heet. Het is een kiezel, een steen met namen erop.’
BEATRIX:
‘Wij respecteren de keuze van onze oudste zoon en wij zullen hem en die … die Emil… of hoe ze dan ook gaat heten, in slechte en voorspoedige tijden blijven steunen.’
Ze knielt, vouwt de handen en zegt: ‘God zij met ons.’
EINDE






