Over dit hoofdstuk/artikel

Arnold Heumakers


1
Zie Cassagne, La th?orie de l’art pour l’art en France chez les derniers romantiques et premiers r?alistes (1906). Historisch ruimer (en internationaler) van opzet is Gene H. Bell-Villada, Art for art’s sake and literary life. How politics and markets helped shape the ideology & culture of aestheticism, 1790-1990 (1998).
2
Gautier, Histoire du romantisme (1874).
3
Tekenend voor de erkenning is Gautiers opneming in 2002, met twee delen Romans, contes en nouvelles, in de prestigieuze Biblioth?que de la Pl?iade.
4
Zie Jasinski. Les ann?es romantiques de Th?ophile Gautier (1929).
5
Gautier, Romans, contes et nouvelles, 1.
6
De term als zodanig duikt voor het eerst op in het dagboek van Benjamin Constant (10 februari 1804) tijdens een bezoek aan Weimar; in 1818 gebruikte de filosoof Victor Cousin hem in een estheticacollege en in de laatste jaren van de Restauratie is de journalistiek ermee aan de haal gegaan. Zie John Wilcox. ?The beginnings of L’art pour l’art?, in: Journal of Aesthetics and Art Criticism, 1953.
7
Fortoul, ?Souvenirs romantiques?, in: Revue Enclop?dique, 1833. Geciteerd in Cassagne, La th?orie de l’art pour l’art.
8
Hugo, Oeuvres compl?tes. Critique (1985). De tekst van dit manifest is opgegaan in het voorwoord bij Litt?rature et philosophie m?l?es (1834).
9
Het citaat komt uit William Shakespeare (1864).
10
Gautier. Romans, contes et nouvelles, 1.
11
Zie Senneville, Th?ophile Gautier (2004).
12
Op deze paradox of ambivalentie wijst Cassagne in La th?orie de l’art pour l’art.
13
Gautier. Correspondance g?n?rale, i (1985).
14
Gautier. Correspondance g?n?rale, iv (1989).
15
Gautier. ?Du beau dans l’art?, Revue des Deux Mondes, 1 september 1847. Herdrukt in L’art moderne (1856).
16
Op deze ?andere? kant van Gautier ben ik attent gemaakt door Paul B?nichou in het hoofdstuk over Gautier van zijn meesterlijke studie L’?cole du d?senchantement (1992).