- Tommaso Landolfi De Vrouw van Gogol Een verhaal
- Boris Pasternak door Charles B. Timmer
- Advies voor de naderende ouderdom
- [Vervolg Boris Pasternak]
- Neem mij mee
- Soms een gevoel
- Gedicht
- [Gedicht]
- De koffer
- Van kelderwoning tot eigen flat door Gerard Kornelis van het Reve Gesprek met Jeremy Kingston
- vervolg De vrouw van Gogol
- Gedichten van Pierre Kemp
- Herinneringen aan Tim door Josine W.L. Meyer
- Post Conservatieve informatie: de bestseller
- ‘Vijf families en één poederblauw’
- Over binnenlandse oorlogvoering
- Het schaarse geluk
- Beweging
- [Vervolg Het schaarse geluk]
In mijn schedel krauwt een chrysantheem
haar bloemblaadjes samen.
Zij zijn in de kleur van een eczeem
zonder nadere namen.
Alleen, dat het er erg onrustig is
en niet meer zo helder als normaal
in een gezonde dichternis,
werd een verwenst signaal!
Omdat ik niets wilde zeggen van de zon,
moet ik iets zeggen over de stenen.
Zij weet, hoe ik ook anders kon
en mijn woorden niet hoef te lenen.
Zo trap ik op het grauw beton
en negeer haar blauw kristal daarboven.
Nog liever schrijf ik vijfhonderdmaal
het schelden om mijn ouderdomskwaal,
dan haar als haar kind nog te loven.
Ik laat mij die vrijheid niet roven
en voel mij tot niets meer verplicht,
ook niet door het Licht!
Dat ik in de eeuwigheid niet meer kan dichten,
doet mij nu al pijn.
Maar ik vergeet dat daar geen lichten,
geen bloemen en geen tonen meer zijn.
Wat er dan wèl is?,
Als er maar spel is,
ook al lijkt het weer venijn!
Ik heb geen zin meer om tijd te eten
en schuif dat bordje er van weg.
Het is geen muziek om alles te weten,
hoe ik het ook overleg:
aan mijn tafel gebeurt de duistere daad:
ik schuif maar weg en dadelijk staat
dan dat bordje weer nodend: tast toe!
Ik kan niet meer, Tijd, ik ben je te moe!
Straks lezen de bloemen weer
de raambiljetten
van de zon en zetten
de sluiertjes van hun hoedjes nog een keer
in copiërende lijn
naar haar gaande schijn.
Alle mannequins! wat is dàt blauw!
om in te wandelen rond hun stengels
met de drukte van een dribbelende vrouw
op schoentjes, gekocht in het Engels!
Onze mannelijke bloemen beginnen te zingen,
onze vrouwelijke bloemen horen het aan.
Het is pas een noden en nog geen dwingen,
wel dient het te worden verstaan.
Als straks daalt de zon in oranje kringen
moest alles zijn opengegaan.
Maar de wetenschap blijft het bekend,
spontaan luistert geen veertig procent.
[p. 129]
Nu ga ik met mijzelf maar om
als een groot kind met een kleiner,
om mij te troosten voor het komende
kleurenverlies. In het dromende
stralen nog zulke zuivere blauwen.
Blijf ik nog íets kunnen zien
van het sterkste licht als een gedempte luister?
Of wordt
het langzaam volkomen duister
en hoe dek ik dan dit kleuren-tekort?
Vraag niet, wat ik weer dicht!
Ik rijm niet om te verbazen.
Ik doe mijn onnozele plicht
en zoom damesgoed met een stel azen
en tienen
van een modern spel kaart.
Iets anders kan er ook voor dienen,
maar ernst daar tussen taille en kruin!?
Neen! Al zoom ik nog zo scheef en schuin,
het eind van mijn ontroerende vaart
blijft de onder-reuk van een kattestaart!
De tijd bij dat kind
en bij die jonge vrouw
is trager dan die van mij
en toch slaat daar voor ons alle drie
de klok haar negen uur.
Loop ik in een ijveriger wind
en zij in een luier blauw?
Ik twijfel anders niet meer aan een presto van mijn vuur!
Soms sta ik genoeglijk versteld
om wat ik van glimlachen kan maken,
behalve dan geld.
Maar ik ben geen man van zaken,
tenzij weer in poeders op vleugels van vlinders
voor inkt op diploma’s aan eerlijke vinders.
Wilt gij een certificaat?
Nu glimlach ik mijn: ’s avonds laat!
Ik glimlach gaarne nog meer,
alleen een volgende keer!
Lees de Tirade Blog

Theater
Tot tien jaar geleden had ik weinig met toneel, maar heel geleidelijk ben ik er toch in gerold. Het begon met Nita, die me vroeg om mee te werken aan een experimenteel stuk over mannelijkheid. Ik ontmoette haar in Paramaribo en ze zal daar iets in me gezien hebben, maar ik ben te ongemakkelijk op...
Lees verder
Lezers
‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
Lees verder
Blauwbehoefte
Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
Lees verder
Blog archief


