Over dit hoofdstuk/artikel

Herman Verhaar

over Menno ter Braak


1.
Ter Braaks ?personalisme? blijft overigens ook in dat kamp een verwarrende kwestie, getuige J.J. Oversteegen, die op blz. 463 van Vorm of vent, zijn standaardwerk ter zake, schreef: ?Kort gezegd: Ter Braak zag het werk als een te overwinnen hindernis op de weg naar de auteur, de mens erachter? (een personalist dus), maar op blz. 405: ?Ik bezig hier een woord dat de laatste jaren gebruikelijk is geworden voor de Forumauteurs, echter met de reserve dat ik het all??n voor Du Perron juist acht, als korte karakteristiek van de criticus die ?de mens achter het werk zoekt?. Voor Ter Braak, die naar ik meen op iets anders uit was, is de term ongeschikt.?
Na Oversteegen en anderen schudt ook Bulhof uit zijn mouw dat Ter Braak zich schuldig maakte aan ?het voor Forum gebruikelijke op impressies beoordelen van literair werk?. Peter Schmitz, die als eerste Ter Braaks beoordelingsnormen speciaal heeft bestudeerd, komt wat hem althans betreft uiteraard tot een geheel andere conclusie. Is het ook een symptoom van toenemende belangstelling dat zijn boek nog nergens serieus is besproken?

P.S. Op de dag dat ik in de boekhandel Van Stockum het praatje improviseerde waarvan de hier afgedrukte tekst een reconstructie is, verscheen behalve de herdruk van het Verzameld werk ook de eerste echte aan vulling erop: Menno ter Braak. De artikelen over emigrantenliteratuur 1933-1940. Bijeengebracht en ingeleid door Francis Bulhof (uitgeverij Bzzt?h). Ik noemde het meteen als een van de symptomen van een herlevende belangstelling voor Ter Braak, maar las het pas later en werd toen op wel heel ontstellende wijze bevestigd in mijn argwaan jegens die veronderstelde herleving. De artikelen over emigrantenliteratuur is een buitengewoon dubieus boek. Bulhof onttrekt een verzameling stukken aan de vergetelheid omdat hij die kennelijk de moeite van het lezen nog waard vindt, maar die voorziet hij dan van een inleiding die tot het onsmakelijkste behoort wat ik in tijden over Ter Braak onder ogen kreeg, – en ik was als trouw W.F. Hermans-lezer toch al aardig door de wol geverfd. Deze professor uit Texas wil kennelijk door een editie op zijn naam te brengen, pronken met andermans veren en ze tegelijk bekladden. Ik kom in het komende Tirade-nummer op hem terug en daarmee op Ter Braak als anti-feminist, sympathisant met terreur, fascist en anti-semiet.