[p. 460]
Een hoofd als van een heilige
ligt onder wrede bijen
en hun glinsteringen:
zwarte dromen zingend,
ontevreden bed
en man omsingelend.
Een kamer vol met ruisen
vóór zijn stil en leeg gezicht
en wat hij altijd heeft vermoed:
uit oude korven
teruggekomen schrikbewind.
[p. 461]
Ze draagt de grote, witte poedel in haar armen
als een slagroomtaart; vier kaarsen,
elk één jaar.
Het plein over; een strakke zon:
laken waaronder elk bewegen
van een ziekte komt
– het lichaam, druppel, wil
gelijk zijn met de grond.
Begeerte is de steden uit;
het meisje gaat van loomheid bijna hangen
op het dier dat zij niet langer draagt
maar dat als lichtste zonnevlek
aan haar katoenen kleed
en aan haar beide handen trekt
en vóór haar uitzweeft in de straat.
Lees de Tirade Blog
Nog niet voorbij te zijn
We waren vroeg opgestaan, Ada (8) en ik. Vandaag zou ze gaan logeren op de Parade in Utrecht. Ada’s nichtje woont daar in een pipowagen op de personeelscamping. Als Ada op bezoek gaat dan krijgen de kinderen passen met Paradekind erop en mogen ze eindeloos in de zweefmolen, onbeperkt dierenpannenkoeken, snoep van de snoepmeisjes en...
Lees verderEen levend werken
Een psycholoog bij wie ik liep vroeg eens hoeveel uur ik per week werkte. Ik had in die tijd een bedrijfje naast mijn schrijverschap, kluste ook nog bij als kok. ‘Een uur of vijfendertig,’ zei ik, en begon te vertellen waar mijn werkweek uit bestond. Toen ik klaar was met mijn opsomming vroeg ze hoeveel...
Lees verderTerug
Na drie dagen rijden kwamen we aan in Cilento, waar de hitte middagslaapjes afdwong in ons huisje op de steile heuvel aan zee. Er waren geen buitenlandse toeristen in San Marco di Castellabate. Hoewel mijn Italiaans beter was, stonden de jongens die een kiosk aan de kade beheerden er steeds op Engels met me te...
Lees verder
Blog archief