[p. 460]
Een hoofd als van een heilige
ligt onder wrede bijen
en hun glinsteringen:
zwarte dromen zingend,
ontevreden bed
en man omsingelend.
Een kamer vol met ruisen
vóór zijn stil en leeg gezicht
en wat hij altijd heeft vermoed:
uit oude korven
teruggekomen schrikbewind.
[p. 461]
Ze draagt de grote, witte poedel in haar armen
als een slagroomtaart; vier kaarsen,
elk één jaar.
Het plein over; een strakke zon:
laken waaronder elk bewegen
van een ziekte komt
– het lichaam, druppel, wil
gelijk zijn met de grond.
Begeerte is de steden uit;
het meisje gaat van loomheid bijna hangen
op het dier dat zij niet langer draagt
maar dat als lichtste zonnevlek
aan haar katoenen kleed
en aan haar beide handen trekt
en vóór haar uitzweeft in de straat.
Lees de Tirade Blog

Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder
Roeien – een liefdesverklaring
De encyclopedie van het geluk 30 Ik heb veel nagedacht over de activiteit van het roeien. Gewoon omdat ik veel geroeid heb. En als de mederoeiers de bovenmenselijke goedheid hebben even te zwijgen is er ruimte voor denken. Laatst vertelde ik er iemand over. Ik roeide op een sloep uit het begin van de eeuw....
Lees verder
Blog archief



