[p. 509]
Kijk eens, in deze kamer ben ik alles
op een lamp na om me mee te belichten.
Geen wekker houdt hier hand aan nachtgezichten.
Dit wetend ga ik door de ramen stalles
bezien wat er het mooiste voorval is
– maar het laatste ontglipt me om de hoek:
ik krijg de overzijde op bezoek,
een aangezicht waar geen verschil voor is.
Alleen… hier binnen wordt het hoogst omslachtig
hoe meer ik ben met niemand om me heen.
Vooruit, zien wat zich afspeelt in hetgeen
me voorkomt als ik weg ga, niks indachtig.
De plattegrond op om me ter vermissing
te laten lopen in wat overvloed;
een bord lezen waarom ik lachen moet:
‘Grote Vermindering Wegens Opfrissing!’
[p. 510]
Niet langs een kronkelpad in de natuur
waar me misschien een dode struik aanspreekt
en elk insect op een vervolg aanstuurt voor thuis
of uit een grazige landstreek mij boegeroep bereikt
dat zich in wezen niet tot mij richt,
lurkend aan de halmstengel die ik
uit een veld koren heb gelezen,
of in een boek een berenklauw thuisbrengen,
thuis waar ik zit
en waar mijn geest aanklopt met regelmaat
waarmee tv aanslaat om nieuws te zijn.
Dat schrijf ik maar eens op
aan het bureau dat me voor ogen staat,
waaraan ik zo vrij ben huismus te zijn,
houtvrij bevlogen op een rechte lijn.
[p. 511]
Hier in dit druppelflesje zit het schone
besef dat er een feit niet op komt dagen.
Misschien kan iemand een gedicht voordragen
met dat erin en er iets bij vertonen
van een gerucht dat elders is gaan wonen,
muziek, ergens vervlogen uit nadagen,
nergens op slaan en indrukken uitvagen,
om het geduld met leegte te belonen.
Een laatste drupje woordenzee gekeerd
op kalme onderstromen van gekuch,
en dan maar op verstandhouding terug
naar waar de eenzaamheid ligt afgemeerd.
En zomaar voegt zich helder inzicht bij me
dat weddenschappen aangaat om geheimen.
[p. 512]
Niets doe ik maar ik sluimer in de schoot
van een zeer oude, harde houten stoel
waar ik ruw uitgetrokken word
om stokstijf in een hoek te blijven waken
met hen die achter mij in grote nood
en met een naderend onheilsgevoel
hun blikken opzenden naar een zwart bord.
Mooi spel, uit stilstand beelden maken.
Lees de Tirade Blog

Er geen vrij voor nemen
Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
Lees verder
DE MENS ALS BIOPIC 14 De jongens Von Amsberg
‘Een koe laat elke 90 seconden een scheet, een mens 18 keer per dag. Het aantal scheten van een walvis kan alleen maar geschat worden.’ Zo ongeveer begint het toneelstuk Emily, of het geheim van Huis ten Bosch. De drie zonen van koningin Beatrix en prins Claus von Amsberg zitten in de centrale salon van...
Lees verder
Een scherp verlangen – over zakmessen
Larousse 26 Het begon ongetwijfeld met een Zwitsers legermes. Rood plastic met een wit kruisje erop. Een hoeveelheid functies: een mes, een klein mesje, een zaag, een nagelvijl, priem, blikopener, flessenopener, een kurkentrekker. Misschien was ik tien jaar toen ik er de eerste keer uiteindelijk eentje kon kopen. Het is eveneens een haptische sensatie: het...
Lees verder
Blog archief



