De kinderen

Een man en een vrouw dronken koffie aan een lange houten tafel in de koffiezaak. Wanneer de man iets zei, lachte de vrouw, maar het was niet de lach die hij gewend was.
Ze vroeg hem: ‘Hoe gaat het?’
Hij zei: ‘Heel goed.’
Hij herhaalde dat. ‘Heel goed,’ zei hij.
‘Mooi,’ zei zij.
‘Maar,’ zei de man. Hij roerde door zijn koffie. Hij liet een korte stilte vallen.
‘Wat doen we met de kinderen?
Nu bukten zowel de man als de vrouw voorover en pakten uit grote leren tassen een agenda.
Ze bekeken de agenda’s. Fronsten.
Ze hadden allebei belangrijke dingen te doen. Belangrijkere dingen te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.