Gratis proza #9: Het meisje dat onder water kan ademen

Het meisje dat onder water kan ademen woont op nummer drie in onze straat. Het eerste wat iedereen vraagt, is hoe ik weet dat ze het kan. Dat betekent dat ze me niet geloven, terwijl ik nooit lieg. Nooit.

Op woensdagmiddag werken ik en Rudie naast het zwembad. In de pauze roken we dan bij de boom. Rudie heeft shag en ik heb sigaretten, omdat Rudies pauzes langer zijn dan die van mij.

Volgens mij wil het meisje niet dat mensen weten dat ze onder water ademt. Ze doet het alleen als niemand kijkt, behalve ik dan, maar ik kijk heel voorzichtig, zoals je hoort te kijken naar dingen die je mooi vindt. Ik mag trouwens nergens met mijn handen naar kijken.

Dus als je voorzichtig kijkt dan kun je zien dat ze heel lang onder blijft. Rudie zegt dat het meisje wél boven komt om adem te halen, omdat iederéén moet ademen, zelfs vissen. Maar die doen het onder water, en dat is nou precies wat ik bedoel.

Vorige week ben ik van dichtbij wezen kijken, met mijn neus tegen de ruit. Het meisje klom op de kant en zwaaide naar me, maar misschien ook naar haar vader, die met zijn rug tegen het raam zat. Ik zwaaide terug en stak mijn duimen op en daarna riep ik, zo van: ‘Meisje! Hé, meisje!’

Tot de badmeester naar buiten kwam om te vragen of ik weg wilde gaan, en dat wilde ik niet, maar het moest toch.

Het meisje heeft een blauw badpak en een muts en een onderwaterbril met elastiek tegen de rode ogen van de chloor. Verder lijkt ze helemaal niet op een vis. Rudie zegt dat je kieuwen nodig hebt om onder water te ademen, en in mijn boek, dat Ans van de Bieb voor me besteld heeft, staat dat dat zo is.

Het boek gaat over de zee en nu weet ik alles over onderwaterdieren. Bijna, dan: ik ga het verlengen omdat ik nog niks over onderwatermeisjes heb gevonden.

Ik weet niet of het meisje kieuwen heeft. Misschien heeft ze wel hele kleine. In mijn boek staat dat je kieuwen achter je kaken zitten. Dat is bij alle vissen zo, of je moet een dolfijn zijn. Dan heb je een luchtgaatje, boven op je hoofd, maar dat heeft ze zeker niet. Dan zou ze stikken door haar badmuts.

Om twee uur, als de zwemles afgelopen is, gaat het meisje dat onder water kan ademen bij haar vader achterop de fiets over het laantje. Dan zingt haar vader, en je kunt ze nakijken tot aan het hek van haar achtertuin.

Ans van de Bieb zegt dat het meisje een zeemeermin moet zijn, maar die bestaan niet. En bovendien hebben ze een vissenstaart en tieten en blauwe ogen, en dat heeft het meisje allemaal niet. Morgen is het woensdag. Ik weet wat ik ga doen.

In de pauze loop ik langs de hele heg tot aan de ingang en dan laat ik daar mijn pasje zien. Door de kleedkamers ga ik naar het zwembad, en dan zó naar het meisje toe, om te vertellen dat ik weet dat ze het kan: onder water ademen. En ik ga zeggen dat ze niet bang moet zijn, omdat ik goed geheimen kan bewaren.

_________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.