- Pieter van Woensel ‘Is de mens vlees of vis?’
- Aan de beterende hand door Henk Romijn Meijer
- Pierre Kemp
- Een echte majoor en een valse kolonel door Gerard Kornelis van het Reve
- Chr. J. van Geel
- vervolg Pieter van Woensel
- Vandaar de maandag Cola Debrot
- Te hoog gegrepen
- Elisabeth, Eybers Oorsig
- Hanny Michaelis
- Portret van een likker door Carel Jan Schneider
- Kul-informatie
- Een boekje van Tirade
- De galerij L. Th Lehmann
- Brief uit Jamaïca door A. Nuis
- De ruimte-lijken door Jan Wolkers
Ze waren tot gordijnen benoemd
om aan de kamers te vertellen,
wat buiten in de grote lucht gebeurde.
Hoe daar op wielen werd rondgezoemd,
wat zich daartussen liet vergezellen
en hoe dat mensenvlees dan geurde.
Ze vertelden de kamers ook van het licht,
waarin geen mens vermag te wonen;
hoeveel schoner het is dan een gezicht
en hoe haast zo mooi als tonen.
Gordijnen hebben nu eenmaal veel tijd,
zich te bezinnen op een schijn van eeuwigheid.
De zes volle manen, die ik zie,
hangen als een trosje druiven in de lucht.
Dat zijn er vijf te veel,
twee naar boven, twee naar links,
en één naar rechts. Ik zucht,
al houd ik nog zo van hun teder geel,
wijl ik ze niet in zilver zie, maar haast in goud:
Wat word ik oud
en wat wordt nog mijn deel?!
Daar zeilen ze langs het haantje van de toren
in een wijde kring,
maar wát heeft mijn gezicht al niet verloren
door deze smartelijke vermeerdering?!
Lees de Tirade Blog

Theater
Tot tien jaar geleden had ik weinig met toneel, maar heel geleidelijk ben ik er toch in gerold. Het begon met Nita, die me vroeg om mee te werken aan een experimenteel stuk over mannelijkheid. Ik ontmoette haar in Paramaribo en ze zal daar iets in me gezien hebben, maar ik ben te ongemakkelijk op...
Lees verder
Lezers
‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
Lees verder
Blauwbehoefte
Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
Lees verder
Blog archief


