I love you, Eva

Het is heel erg vroeg en iedereen slaapt behalve ik. Aan de keukentafel rijg ik zinnen aan elkaar voor mijn nieuwe bundel, die Een been om op te staan moet heten. Dat kan ik hier best opschrijven, omdat al mijn titels tot dusver werktitels zijn gebleken. 

De laatste jaren ben ik het nodig gaan hebben om te schrijven. Ik voel me het meest op mijn plek als ik werk, en alleen na een tweetal goede bladzijden kan ik de rest van de dag tevreden doorlopen.

Ernest Hemingway schreef (volgens mij in A Moveable Feast) dat hij elke dag stopte met schrijven als hij nog momentum had. Hij vond dat je nooit moest doorwerken tot je leeg was, maar iets moest overlaten om de volgende dag mee te beginnen. Ik merk dat ik hetzelfde doe (en verder durf ik me niet met Hem te vergelijken).

De hoofdpersoon van het verhaal waaraan ik nu werk, is een zwakbegaafd meisje met een plan. Ik zag haar in een eerder verhaal voorbijkomen, en werd er steeds zekerder van dat zij, Eva, als volgende zou beginnen te praten. Ik weet dat het voor veel mensen belachelijk klinkt, maar in mijn beleving vertelt Eva haar verhaal zélf. Maar heel zelden gebeurt het dat ik een personage bewust een bepaalde kant op stuur. Ik kijk door Eva’s ogen en beschrijf wat ze ziet in haar eigen woorden. Zo ontstaat haar wereld, haar verhaal. 

Afgelopen woensdag schreef Hassan Bahara in de Groene Amsterdammer een heerlijke recensie over Hier sneeuwt het nooit, die hij Alles is liefde kopte. De grote lijn van zijn stuk is dat ik teveel van mijn personages houd om ze iets vreselijks te laten overkomen. Natuurlijk kan ik drie verhalen in mijn debuut aanvoeren waar dat juist wél gebeurt, maar daar gaat het even niet om. Ik kan namelijk niet ontkennen dat ik (op de radio en dus onomkeerbaar) heb gezegd dat ik het heel leuk zou vinden als mijn personages op mijn verjaardag kwamen. 

Zo houd ik mijn hart vast voor Eva: ze ziet het hele plaatje niet, en haar plan zou haar best eens boven het hoofd kunnen groeien. We zullen moeten afwachten, Eva en ik, en op het beste hopen. Vandaag stop ik met werken als ze op haar geheime plek in het suikerrietveld wacht op Leo de monteur. Eva en ik zijn hoopvol, maar het riet is droog, en ik weet niet of ze haar kaarsen goed genoeg heeft vastgezet in de dorre grond. Toen Eva met haar koffertje het riet in liep, liet ze een spoor van omgetrokken stengels achter, dat iedereen zou kunnen volgen. 

De vogels beginnen te fluiten als ik op command+s druk. Hemingway zei dat je bij het niet-schrijven nooit aan je verhaal moest denken. Dan alleen kon je de volgende dag ongehinderd door allerlei vooropgezette constructies de draad oppakken. Ik ga daar erg mijn best op doen, maar kan niets beloven.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.