Iedereen gelukkig

Mijn vrouw praat veel. Volgens haarzelf: te veel.
Als we op bezoek gaan naar vrienden, gaan we bijna altijd met de auto. Geregeld als ze de auto in stapt, op weg naar huis, slaakt ze een zachte diepe zucht en laat haar hoofd zakken in haar schoot. Vervolgens begint ze zachtjes tegen zichzelf te praten.
– Ik praat te veel, ik praat te veel, wanneer stop ik daarnou mee.
Ik wend dan mijn hoofd naar haar toe en streel heel kort, zachtjes met mijn rechterhand over haar achterhoofd. Ik start de auto en ik rij rustig weg. Na een paar tellen lift ze haar hoofd, op haar gezicht zit dan een vriendelijke geruststellende lach. Alsof het moment er nooit geweest was. Alsof het alleen in haar hoofd afspeelde en ik het niet gezien had. 
Na het eten vluchten onze zoons naar boven of naar buiten. Soms gaat mijn vrouw dan naar de wc en dan hoor ik hetzelfde gemurmel. Ik hoor het door de muren heen. Ik weet niet of ze dan ook haar hoofd op tilt met een lach, ik durf het haar niet te vragen.

Meestal vergeet ik met haar te praten. Ik vergeet dat ik niet meer op haar wacht, dat we hier samen zijn in dit huis. Dat we gelukkig zijn.

Titia Hoogendoorn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.