Vakantiemannen

Gisteren schreef ik een column die Vakantie heette, waarin ik vertelde dat ik de maand augustus in Amsterdam zou doorbrengen en tot niets zinnigs zou komen. Er kwamen veel reacties op. Een klein leger thuisblijvers meldde zich om er dan maar samen het beste van te maken. De meeste waren mannen met baby’s zoals ik. Soms waren het mannen die best baby’s zouden willen en in een enkel geval was het gewoon een man, zoals mijn broer Pim.

Overal waar ik kom zitten ze, de vakantiemannen. Ze hebben hun karren in een kringetje naast hun terrastafel gezet en bestellen tonic terwijl ze wachten tot het drie uur wordt om bier te kunnen bestellen. Soms blowen ze alvast, zoals de Ghetto Dons op de hoek van de Limburg Stirumstraat: stoere leden van de hip-hopgeneratie met tatoeages, gouden tanden en 2Pac-shirts, die dreumesen in wandelwagens rustighouden door ze op de beat van Jay-z’s 99 Problems heen en weer te duwen: 

If you’re having girl problems 

I feel bad for you, son

I got 99 problems, but a bitch ain’t one. *

‘Leuk, maar gelul’, zegt mijn steeds denkbeeldigere lezer. De mannen die niet op vakantie zijn, moeten natuurlijk gewoon werken.’ 

Ik ken ze niet, die werkers. Misschien zitten ze wel achter hun bureaus, maar niemand verwacht echt dat ze op dit soort dagen tot iets komen. In ieder geval hun baas niet, want die zit aan het tafeltje naast me zijn reis naar Bali te boeken op zijn Ipad terwijl zijn kleuter sigarettenpeuken van de stoep eet. 

Toen ik nog in de Italiaanse horeca werkte was het een gegeven dat je rond ferragosto** niet moest verwachten iets uit het moederland geleverd te krijgen. Wij noorderlingen vonden dat – met name als de huiswijn op dreigde te raken – een tergend voorbeeld van inefficiëntie en alles wat er mis was met de bananenrepubblica***.

In Nederland liggen de dingen anders. Hier zou je in alle lente- en zomermaanden bij temperaturen boven de drieëntwintig graden kunnen spreken van een lamlegging van de bedrijvigheid ten gevolge van een natuurverschijnsel. Mijn broer Pim, die zelf een natuurverschijnsel is, lijkt er nog het minste last van te hebben. Maar ja, die is dan ook zevenentwintig. En geen vader. 

 

* Hier geciteerd omdat ik vermoed dat de gemiddelde Tiradelezer een benedengemiddelde hip-hopbasiskennis heeft.

** De landelijke Italiaanse zomervakantie beslaat de hele maand augustus. Het enige wat dan nog draait zijn plafondventilatoren. 

*** Waarom toch die dubbel-b in repubblica? Iemand? Dames? 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.