Homo homini lupus – Virginia Woolf over de hond

‘Nero was uit een raam op de bovenste verdieping gesprongen.’ Staat in de aantekeningen bij Virginia Woolf’s Flush, het leven van Elizabeth Barrett zoals waargenomen door haar hond Flush, een Cocker Spaniel (zie de scheet hiernaast). In de tekst staat: ‘Maar het scheen Flush nu toe alsof die Londonse honden allemaal iets ziekelijks hadden. Iedereen wist dat Nero, het hondje van Mrs Carlyle, uit een raam op de bovenste verdieping was gesprongen met de bedoeling zich van kant te maken.’ En verder in Woolfs aantekeningen: ‘Of hij zich nu van kant heeft willen maken of dat hij – zoals Mrs Carlyle suggereert – alleen maar achter de vogels aan is gesprongen, zou het onderwerp kunnen vormen van een interessante verhandeling over hondenpsychologie.’ Mrs Carlyle veegt haar straatje schoon: wie wil schuldig zijn aan een depressieve hond?

Of het interessant wordt is de vraag, maar ik zou de Victoriaanse dameshandschoen toch wel even willen oppakken. Wel snel ik dan een anderhalve eeuw vooruit: in Yuval Noah Harari’s Homo Deus, dat ik weer eens ter hand nam na de fraaie Wintergasten met deze heldere denker, gaat het pagina’s lang over de menselijke kijk op dieren. En dan vooral over het misverstane superioriteitsgevoel ten opzichte van wat we zielloze wezens achtten, waar sinds Darwin de these van het bestaan van de menselijke ziel volgens Harari eveneens gefalsifieerd is. We hebben geen ziel, dieren evenmin. Dat betekent dat er ook geen goede reden is al die honderdduizenden dieren zo te laten lijden voor ons. Of het moet gemakzucht zijn en dat is voor niets en goede reden.

Maar afijn, terug naar Flush en Nero. Vorige week sprak ik een schrijfster die veel over het internet weet en die tussen neus en lippen door liet vallen dat het internet eigenlijk vooral kattenfilmpjes is. We kijken dus intens graag naar bepaalde dieren. De hondenfilm is vast een goede tweede. Een roman vanuit een hond is bepaald een subgenre, er zijn er veel van en vreemd genoeg of logischerwijs nooit helemaal geslaagd. Voor mij is de reden van het waarom bijna te voor de hand liggend. We onderkennen niet het wezenlijke verschil in de waarneming van de wereld tussen Homo sapiens en Canis lupus familiaris, de hond. Dit is er een sprekend voorbeeld van:

We kunnen er geen genoeg van krijgen. Van deze hond kun je je voorstellen dat ‘ie uit een raam springt als zijn kattevriendin overleden is bijvoorbeeld. Tekenend voor Woolf, en voor alle instagramgebruikers is dat het het beste werkt als er zo’n menselijke beweging als de omarming in zit. Een procedé dat alleen bij erecte homoiden kan plaatsvinden omdat een viervoeter zijn armen nodig heeft om te blijven staan. Honden trekken bij genegenheid hun geliefde niet met de voorpoten naar zich toe. Maar als we dit zien dan geloven we het. Het toedichten van menselijke eigenschappen is ook bij Woolfs poging vaak pijnlijk. Flush heeft bijvoorbeeld een sterk standsbewustzijn, iets wat des te pregnanter die zwakte in Woolfs eigen denken toont.

Ik vind het vreemd dat bij de mij bekende voorbeelden van hondenliefhebbende schrijvers die vanuit hun dier willen denken en schrijven de intensiteit van dat probleem nooit wat experimenteler is aangepakt. Geen taal delen, maar duidelijk een intelligentie waarnemen in een dier moet de vraag loswrikken: hoe denkt het dan? Woolf (nomen est omen?) komt overigens wel een eind in haar bovenmatig geurgebruik in het boek.

Maar Nero? Binnen een hondenbrein is het verklaarbaar dat hij gaandeweg zijn ontwikkeling goed heeft leren inzien wat het tweevoetige mededier voelt, hij ruikt dat wellicht, interpreteert bewegingen. Een hond als Nero of Flush kan dus inderdaad vriend van zijn mens zijn. Maar evenzogoed is denkbaar dat een hond geen idee heeft van een ‘verdieping’. Nero sprong dus niet naar beneden, zoals wij meteen menselijk interpreteren – omdat we weten dat we boven zijn – hij sprong naar buiten, hapte wellicht naar een hommel en constateerde toen te vallen. Als je staat voor het raam zie je de diepte, als je als hond naar een raam kijkt zie je lucht.

Wanneer je dus op handen en voeten zit zie je de kamer al heel anders. Geen schrijver heb ik nog zien proberen een dag zonder armen door te brengen. Dan pas leer je je hond kennen denk ik, want niet vanuit menselijke emoties, maar vanuit lichamelijke realiteit. Je zult gaan schreeuwen omdat je de ijskast niet open krijgt. Wat zul je veel begrijpen!

Voor en huisdier gaan zitten en haar in de ogen kijken en trachten te doorgronden wat daar achter zich zoal afspeelt, lukt misschien beter als je jezelf wat hondser maakt dan de hond menselijker. En ik denk dus dat een dag op vier poten een goede eerste stap is.

Daar ga ik al: een goede eerste twee stappen.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.