Gil gaat er even tussenuit

Amsterdam lijkt op zijn reet te liggen; wie er nu nog rondhangt komt nergens toe. Ja, de toeristen, maar dat zijn een ander soort wezens. Hoopvol, zo fris en bol de koffertjes die ze over de klinkers slepen en die zo onhandig blijken bij paaltjes en stoep op – stoep af.

Mollige meiden uit Houston met ronde schouders, de omhooggeschoven mouwen van hun T-shirt snijdend in jongehondenvet. En straks in het hotel eerst douchen en een nieuw T-shirt en zo’n donkerblauw kort broekje aan. Misschien – voor sluitingstijd – nog even naar de Negen Straatjes, want daar gebeurt het. Daar gebeurt het echt.

Ik dacht altijd dat je in deze stad als toerist redelijk makkelijk met de bewoners in aanraking kwam, maar tegenwoordig zie ik dat mijn stadsgenoten het hele centrum mijden in plaats van alleen het Damrak, het Rokin en de Wallen. Waar het vroeger alleen daar mogelijk was om een weekend lang geen Nederlands te horen, kan dat nu – helemaal in de zomermaanden – overal binnen de Lijnbaansgracht.

Het lijkt me vreselijk jammer voor die vrolijke meiden uit Texas om hier tien dagen door te brengen zonder een enkele burger te ontmoeten. Tenslotte is de Amsterdammer (naast de schoonheid van de stad) ons Unique Selling Point. Voor de toekomst is het misschien een idee om wat echte Mokumers betaald te laten posten in de Runstraat of op het Rembrandtplein. Gewoon een gebbetje links en rechts, zich een beetje tegen de dingen aan bemoeien.

Waslijnen moeten ook terugkeren in het straatbeeld. Dat bedacht ik een paar jaar geleden al, na het zien van een oude foto van de Goudsbloemstraat. Al die drogers de deur uit, en hop: samenwerken met je overburen voor heerlijk droge was. En heel hard uit het raam lullen terwijl je je ondergoed binnenhaalt. Ah, de geur van Ajax (what else?) zou van een wandeling door de Jordaan een heel andere ervaring maken, en het wapperen van duizenden sokken bij het opsteken van de wind… Hou me tegen.

Misschien wil ik een plek in de gemeenteraad. Maar pas weer begin augustus, want we gaan er even tussenuit. Een bevriend gezin uit Kopenhagen logeert tijdelijk in ons huis in het centrum, dus mocht je ze zien: praat Nederlands tegen ze, dat vinden die mensen hartstikke leuk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.