Op 25 november jl. heeft de Staat der Nederlanden een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Klaas Carel Faber, een 88jarige Nederlander die in Duitsland woont. Faber is een oud-SS’er die in de oorlog tientallen (onschuldige) Nederlandse gevangenen heeft geëxecuteerd. Hij heeft ook meegedaan aan de Aktion Silbertanne, een reeks moorden op willekeurige Nederlanders, ter vergelding van aanslagen die het verzet pleegde. Kort na de oorlog werd Klaas Faber berecht. Hij kreeg de doodstraf, maar dit vonnis werd in levenslang veranderd. In 1952 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen en naar West-Duitsland te vluchten. Daar was hij veilig, want de naoorlogse Duitse regering erkende een uit het Derde Rijk stammende rechtsregel: alle buitenlanders die bij de SS hebben gediend krijgen de Duitse nationaliteit. Faber was dus een Duitser, en West-Duitsland leverde geen onderdanen uit aan andere landen.
Faber bouwde rustig een nieuw bestaan op bij de oosterburen. Hij werd al die tijd ongemoeid gelaten. Ook in de jaren ’50 is er aan Nederlandse kant nooit overwogen desnoods een geheim commando oostwaarts te sturen om die misdadige ploert bij duisternis te overmeesteren en hem langs een sluiproute weer naar ons land terug te smokkelen. Nederland heeft zich lang geschikt in de bestaande situatie. Sinds kort echter bespeurt men hier beweging in de Duitse houding tegenover oorlogsmisdadigers van het kaliber Faber. Vandaar dat recente arrestatiebevel. Immers: oorlogsmisdaden verjaren niet. Zo leert het internationale recht.
Dat recht geldt vooral wanneer het gaat om blanke slachtoffers. De nasleep van het bloedige slothoofdstuk van de Nederlandse oostkolonie leert dat het internationale recht blijkbaar niet voor iedereen geldt. Eind 2008 dienden een handvol weduwen uit het Westjavaanse dorp Rawagedeh na al die jaren alsnog een aanklacht in tegen de Nederlandse staat wegens oorlogsmisdaden, begaan in het jaar 1947. Nederlandse troepen waren het dorp binnengevallen en hadden in totaal 413 mannen, jongeren inbegrepen, geëxecuteerd. Vanwege de verdenking dat ze met opstandelingen heulden waren ze allemaal uitgeroeid. Er was niet eens standrecht uitgeoefend.
Geen bestuurder, officier of soldaat is ooit voor dit bloedbad aangeklaagd.
In mei 2009 maakte de Nederlandse regering een gebaar. De toenmalige minister van buitenlandse Zaken Maxime Verhagen bracht een bezoek aan het bewuste dorp. Daar bood hij namens zijn regering nederige excuses aan voor de oorlogsmisdrijven die het Nederlandse leger indertijd op die plaats had bedreven. Het mocht opmerkelijk heten dat de term ‘oorlogsmisdrijven’ was gevallen. In regeringskringen was dit begrip eerder altijd taboe geweest. Men sprak gewoonlijk van excessen of ontsporingen. Verhagen had ook nog een douceurtje in zijn binnenzak: er was 850.000 euro ontwikkelingsgeld beschikbaar voor Rawagedeh en omgeving. Maar van verdere aansprakelijkheid wenste de Nederlandse regering verschoond te blijven. Een Javaanse claim om alsnog schadeloosstellingen aan de nabestaanden uit te keren legde de minister naast zich neer. Deze misdaden zijn verjaard, luidde het argument van Verhagen.
In 2011 – wanneer precies is nog onduidelijk – zal de advocate mr. Liesbeth Zegveld de aanklacht tegen de staat der Nederlanden namens de Westjavaanse nabestaanden voor de rechtbank nader motiveren. Het ziet er naar uit dat ze het ministeriële argument van verjaring gemakkelijk van tafel zal krijgen. Wellicht dat de staat dan toch gedwongen zal worden tot betaling van schadeloosstellingen. Als dat gebeurt kon dat wel eens het gevolg hebben dat meer Indonesische nabestaanden van zulke oorlogsmisdrijven zich zullen melden. Wie weet wat een plotselinge zucht naar smartengeld nog aan Nederlandse gruweldaden voor het voetlicht kan brengen.
Lees de Tirade Blog

Een scherp verlangen – over zakmessen
Larousse 26 Het begon ongetwijfeld met een Zwitsers legermes. Rood plastic met een wit kruisje erop. Een hoeveelheid functies: een mes, een klein mesje, een zaag, een nagelvijl, priem, blikopener, flessenopener, een kurkentrekker. Misschien was ik tien jaar toen ik er de eerste keer uiteindelijk eentje kon kopen. Het is eveneens een haptische sensatie: het...
Lees verder
Theater
Tot tien jaar geleden had ik weinig met toneel, maar heel geleidelijk ben ik er toch in gerold. Het begon met Nita, die me vroeg om mee te werken aan een experimenteel stuk over mannelijkheid. Ik ontmoette haar in Paramaribo en ze zal daar iets in me gezien hebben, maar ik ben te ongemakkelijk op...
Lees verder
Lezers
‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
Lees verder
Blog archief


