Thuis

Tijdens de eerste lockdown was het denkbaar dat de wereld voorgoed zou veranderen. Jamal Ouariachi dronk whisky en speelde nummers van The Cure op Facebook. The Cure is uit mijn tijd, maar ik heb me in mijn tijd muzikaal nooit thuisgevoeld.

Omdat alles op losse schroeven stond en we niets konden doen dan ons overgeven, ontspande ik volledig. Met Nadim keek ik overdag films in bed zonder me maar een tel schuldig te voelen. Ik was een te gekke vader, en kreeg tóch al mijn werk af. Wat ik schreef was goed, precies. Ik sliep door, voelde me steeds uitgeruster.

Deze tweede lockdown, met de komst van het vaccin in het vooruitzicht, zorgt voor niets dan onrust, verveling en nachtelijk malen. Alsof de kinderen dit meekrijgen zijn ook zij minder dan ideale versies van zichzelf. Terwijl Nadim wegkwijnt van ellende achter de brievenbus, wachtend op merchandise van zijn nieuwe idool Anne-Marie, streakt Ada door het huis. Een gillend, naaktroze wezen dat op de dunne vloer beukt met wat nog het meest als bokkenhoeven klinkt – ook zónder haar moeders pumps.

Ik smijt armenvol kleertjes en LEGO terug de kast in, alleen om alles na een kleine tien minuten weer als vis uit een gebarsten sleepnet op de vloer te vinden.

Wat ik leer over mezelf: ik heb minstens eens per twee weken een uitspatting nodig. Een restaurant, een café, een thuisfeest. Mensen, mensen, lieve mensen. Ik heb dat nodig zoals ik lezen nodig heb, muziek, dans, schoonheid.

De horeca is een onwrikbaar onderdeel van onze cultuur, van wie we zijn in relatie tot elkaar. Alcohol mag nooit stoppen, want het is de mooist denkbare drug.

Ik heb zó’n verschrikkelijke dorst.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. In 2021 komt Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.