Collage – over de schoonheid van een snipper

De encyclopedie van het geluk 28

13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt.

Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van de mensheid zijn geweest: na de ontdekking van het vuur zal een mensachtige zijn opgevallen dat wat in de pan zit aan botresten nadat je het vlees hebt opgegeten, plakkerig is, soms zeer plakkerig.

Kurt Schwitters – de kofferdrager – is naast veel meer een eigenzinnig collageartiest: hij zoekt, verzamelt, scheurt en knipt en plaatst en plakt, daar komt het woord ook vandaan: colle is lijm. Het Woordenboek der Nederlandse taal zegt bij collage: ‘non-conformistische, vooral dadaïstische kunstuiting, bestaande uit een geheel van aan elkaar geplakte of gehechte knipsels, (deelen van) foto’s e.d. en/of veelal ongelijksoortige gebruiksvoorwerpen. Rond 1910 geïntroduceerd door G. Braque en P. Picasso en aanvankelijk bekend onder de fr. ben. papiers collés.’

Het echte collagemaken heeft massaproductie nodig: duur papier scheur en knip je niet: afvalpapier, tijdschriften en kranten, sigarettenpakjes, aanplakbiljetten, die knip en plak je. En dan gaat het om vorm, kleur, betekenis. Rijm, analogie, ritme. Het is een democratiserende kunstvorm. Er is geen vooropleiding of al te veel talent voor nodig. Het gaat om samenstellen, herkennen wat mooi is, een reactieve kunstvorm dus eigenlijk. Als je op zeker moment genoeg gekeken hebt in je leven, voldoende schilderijen hebt zien langskomen, landschappen, dan kun je een collage maken.

Een vreemde opeenvolging van andersoortige gebeurtenissen: een leven. Twee dingen die je na elkaar meemaakt gaan een verbinding aan: contaminatie, het een neemt iets van het ander over.

Of je wilt iets aan iets anders verbinden en brengt je twee beste vrienden met elkaar in contact. Collage. Als je erover gaan nadenken is alles collage. Ik ben bijvoorbeeld steeds onder de indruk van historici als Geert Mak. Soms vraag je je af: hoe doet hij dat? Welnu, in wezen is elke geschiedschrijving niet heel veel meer dan een kundige collage. De schrijver was er niet bij, hij plakt wat hij hier las aan wat hij daar las en verheldert soms het verband. Poëzie: collage. Heel veel film is collage van beeldmateriaal. Ook een nieuw gemaakte film is aaneenplakken van beelden uit het hoofd van de cinematograaf. Dansen: als je goed oplet is niet alleen dansen op een feest, maar ook veel choreografie vaak citeren van elkaars bewegingen of citeren van bewegingen die eens zijn gezien bij een ander ballet. Het essay zelf is het collagekunstwerk bij uitstek, citaten worden gebruikt als lijm van contrasterende tekstdelen. Een tuin is een collage van leven: het naast elkaar plaatsen van kunstwerken uit de natuur die een aantrekkelijk geheel vormen.

Het Lied van Alma

De jongen zat bij de beek,
Het water was zo hel-
der, op de bodem een vis zo leek
De vis zwom bliksemsnel
De jongen sprong naar beneden,
Het water was zo diep,
En beneden op de bodem,
Hoe het vanuit de verte riep:

Je bent hier niet bij de beek
En wat hier flitst zo fel,
is geen wendbare vis.
Je springt bliksemsnel,
Je springt diep naar beneden,
Je springt een end en ver:
Hier beneden op de bodem
Daar is de vreemde ster.

Kurt Schwitters

En zo is de collage de meest democratische kunstvorm: je hoeft er niets voor te kunnen, je moet iets herkennen als mooi. En vinden dat dingen bij en naast elkaar horen. En liefde voor het toeval helpt. Je creëert niet: je voegt samen, je stelt samen uit wat er al is. Je herkent en assembleert. In mijn collagepoging hier wordt Kurt Schwitters gedicht nog een poëticaler gedicht denk ik, en Martinus Nijhoffs gedicht misschien kosmischer. Maar ergens zit er een analoge centrale gedachte in deze gedichten. En ergens heeft die met een herinnering te maken, iets met water, vissen, een jongetje. En ik ben dan hier slechts lijm. Erg knap is dat niet, maar misschien stonden deze gedichten wel nooit eerder zo dicht bij elkaar.

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Martinus Nijhoff

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.