Mij is de wrake – over vechtfilms

Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als een moker bovenop hun hoofd sloeg. Terence een slimme, knappe, blonde kerel die vooral snel was. Ik zat als ventje tegen de stevige schouder van mijn vader aan deze films te kijken, die hij blijkbaar ook heel leuk vond.

Inmiddels ben ik werkelijk honderden vechtfilms verder en vraag ik me af: waarom eigenlijk? Erg gewelddadig ben ik niet. Ik doe nog net een vlieg kwaad. Het is omdat de overheid net niet goed genoeg voor ons zorgt. Dat zit zo. De overheid heeft in de grootste delen van de westerse wereld een monopolie op geweld. Mensen zijn ontwapend om de zaken een beetje in de hand te houden. Als er iets misgaat lost het rechtssysteem dat voor ons op: we hoeven (of mogen) ons recht niet zelf halen: het wordt ons gebracht. De politie draagt wapens, maar wij niet. Als ons iets overkomt klagen wij de verdachte ervan aan en als de verdachte schuldig wordt bevonden krijgt hij daarvoor straf. Een deel van die straf is wraak; het moet voor het slachtoffer voelen alsof hem genoegdoening wordt verschaft. Bij wraak staat de persoonlijke verhouding tussen slachtoffer en dader centraal; bij straf gaat het om de verhouding tussen de dader en de rechtsorde.

Hier zit het klassieke verschil tussen mensen die hoge straffen willen en mensen die lagere straffen oké vinden: laag voelt voor de eerste groep als te weinig genoegdoening. Hoog is voor de tweede groep vanwege onderzoeken die zij raadplegen zinloos: de rechtstaat functioneert niet beter bij hoge straffen, de recidive is bijvoorbeeld bij hogere straffen niet lager. Er is, kortom een optimum. Het gaat om proportionaliteit.

Maar je voelt niet altijd dat het rechtvaardig is. En misschien verklaart dat het succes van vechtfilms. Door wraak te zien voel je je ‘genoeggedaan’. Het brein werkt zo, je voorstellen hoe iets is en het dan wellicht net veranderen werkt. Zie ook traumatherapie.

Vaak wil je dat wie jou kwaad doet harder gestraft wordt. Om dat te compenseren kijken met name mannen aan de lopende band vechtfilms. Wraak is een oeroude emotie.

Netflix is een zichzelf op termijn opheffend verdienmodel, denk ik: de bubbel waarin het mij heeft geplaatst is zo extreem eenzijdig, dat alle films die ik voorgeschoteld krijg hetzelfde zijn en mij voor wie me zou willen leren kennen via mijn account zeer angstaanjagend maken. Wraak. Ik smeek er altijd om als we een film over een lief hondje gaan kijken of het op mijn account mag: om mijn algoritme op te voeden.

Leviticus 24: ‘Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden: Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden. Wie dan enig vee verslaat, die zal het wedergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.

Lex talionis — het principe van oog om oog, tand om tand. Grappig genoeg is dit voor het oor wat harde rechtsbeginsel oorspronkelijk bedoel als regulering: niet een totaal gebit uit een mond slaan als jou een tand gekwetst is, maar een tand. Precies evenveel dus.

In een film uit 1999 met Mel Gibson – Payback – wordt dat als grap uitvergroot. Porter, de hoofdpersoon wordt na een geslaagde overval door zijn kompanen beroofd en voor dood achtergelaten. De volgende 100 minuten zijn een orgie van wraak, waarin hij steeds maar weer moet herhalen voordat hij weer iemand doodschiet dat het niet $130.000 dollar is die hij terug wil, zoals ze lijken te denken, maar $70.000. Die geproportioneerdheid is interessant. Het is wraak en genoegdoening, maar het is precies genoeg.

De film vertoont een opvallende gelijkenis met de blueprint van veel van dit soort wraakfilms: Heinrich von Kleist’s novelle  Michael Kohlhaas Aus einer alten Chronik, waarin een paardenhandelaar (overigens op zijn beurt historisch) onheus bejegend wordt door iemand uit de lage adel, en via de reguliere wetswijzen zijn gelijk niet krijgt, en het dan tracht te nemen. Hij wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld maar hoort net op tijd dat hem recht is gedaan. (En voert kort voor zijn dood nog een kleine mooie listige wraakactie uit…)

‘That’s what they took from me, and that’s what I’m going to get back. Tell them it’s $70.000, not $130.000’

De voorspelbaarheid van de vechtfilm is een bijkomend element van het welbehagen dat de kijker zoekt: rechtvaardigheid, maar ook voorspelbaarheid. De slechteriken vermoorden familie van de held, zijn buitengemeen arrogant en voelen zich ver verheven boven de held. Via een omcirkeling van onderknuppels waarmee ze zich omgeven en die eerst uitgeschakeld moeten worden, komt de held in zijn woede steeds dichter bij de grootste schurk en die wordt in de laatste 20 minuten uiteindelijk gedood in een fraai gechoreografeerd gevecht, en daarmee is de wraak volbracht. Na honderd en meer films weet ik tot op de seconde nauwkeurig wanneer wat gaat gebeuren. Altijd weer. En ik kan er geen genoeg van krijgen? Moet ik naar de psychiater? Dan wel met al die andere boze mannetjes die die films bekijken…

De wraak is proportioneel: alleen de duivels vermoorden familie. Het Duitse begrip Sippenhaftung: aansprakelijkheid volgens verwantschap komt nooit voor in een vechtfilm. Blijkbaar voelen we dat nu niet (meer) als rechtvaardig, tot in het derde geslacht straffen, of alle mannelijke familieleden doden. Aristoteles neemt orgē (woede) overigens ook zeer serieus als menselijke emotie. Woede ontstaat wanneer iemand meent onrechtvaardig behandeld of vernederd te zijn.

Maar echt onrechtvaardig behandeld of vernederd voel ik me niet. Hoe diep zit zoiets eigenlijk: als je ooit eens een dreun hebt gekregen van een rotjochie toen je zes was en je kon die niet vergelden: blijf je dan de rest van je leven aan vechtfilms hangen? Zolang ik vechtfilms, of wraakfilms kijk – goede zijn bijvoorbeeld Nobody met Bob Odenkirk, Death Wish met de prachtige Litouwer Charles Bronson, de trilogie met Denzel Washington (The Equalizer), veel films met Jason Statham, ‘Parker’ bijvoorbeeld, de Liam Neeson ‘Taken’-reeks – valt verder op dat precisie elementair is. En dat de wrekers er niet van lijken te genieten. Het moet gewoon gebeuren. De makers van de film hebben in van alles hun best gedaan aannemelijk te maken dat deze wraakengelen verstand van proportie hebben (Denzel Washington schat bijvoorbeeld vrij nauwkeurig in hoeveel seconden hij de zes ploerten, en hoe precies, om zeep helpt). Het is geen blinde woede dus, maar een afgemeten reactie. Precies wat we nodig hebben.

En omdat de wraak afgemeten is, kan de kijker die door zijn rechtssysteem misschien onvoldoende bevredigd wordt tevreden gaan slapen, er is precies genoeg rechtgedaan.

Tot je de krant van morgen weer openvouwt.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.