A Giant Leap for Mankind – de Beringstraat

Dit is waar het gebeurt. Wanneer is nog wel een punt van discussie*. Tussen de 16.500 en 25.000 jaar geleden loopt een clubje Homo Sapiens over een drooggevallen vlakte, waarschijnlijk achter een groep grote landdieren aan, voor de jacht, grote ossen of reuzenherten. Wandelend of rennend zoals homoniden doen achter prooidieren aan, om ze uit te putten, bewegen ze zich van wat we nu kennen als het meest oostelijke stukje van Siberië naar het meest westelijke stukje van wat nu Alaska, en dus VS is.  Ze komen op onbekend terrein maar zullen zich niet realiseren dat ze bezig zijn een nieuw continent te bevolken. Want een heel groot percentage van de mensen die in de millennia die volgen tot aan de grote migraties vanaf 1492, op het Amerikaanse continent rondlopen, zullen een paar genen delen met deze eerste mensen. En een deel van de talen die gesproken worden door de First People in de VS delen speciale syntactische en grammaticale aspecten uitsluitend met talen die in Oost-Siberië gesproken worden.

Het was misschien met grote voorzichtigheid lopen in dat vochtige drooggevallen deel voor die pioniers, niet minder gevaarlijk is de tocht door het mijnenveld van gevoeligheden thans. Westers superioriteitsdenken claimt het liefst een zo kort mogelijke en onbeduidende geschiedenis voor 1492. Dus hoe langer geleden je denkt of tracht te bewijzen dat deze oversteek was, hoe meer je vindt dat de America’s zich voor een belangrijk deel hebben ontwikkeld voor dat die Italiaan met zijn schip in 1492 voor de kust verscheen. Het eerste wat de bemanning zag van dat continent waren overigens enorme zwermen vogels.

Het is een aardige pubquiz vraag, hoe ver je denkt dat de VS en Rusland van elkaar verwijderd zijn. 88,5 kilometer meet dat stukje daar maar. Twee dagen lopen voor die club.

Amerika kocht de anderhalf miljoen vierkante kilometer in 1867 van Rusland, voor een ruime 7 miljoen dollar, die in 2021 wel 140 miljoen zouden zijn waard geweest. Met name tijdens de Koude Oorlog zal menig Rus zowel als Amerikaan zich nog wel eens achter de oren gekrabd hebben om ‘Sewards Folly’ zoals de deal bij totstandkoming genoemd werd. (Maar zoals op de kaart te zien, werd er wel een Peninsula naar hem genoemd…) Toen werd die dwaasheid geacht goed geld weggooien voor waardeloos land te zijn, later en nog steeds, is het de folly van Sewards gespreksgenoot de Russische diplomaat Stoeckl. Alaska als ‘Stoeckls dwaasheid ‘dus.

Hoe is het daar en wil ik er heen? Ja en nee. In Kathleen Jamies meesterlijke essaybundel Surfacing staat een stuk dat ‘In Quinhagak’ heet en waar gezocht wordt – in dat dorp, dat net ten zuiden ligt van wat we op deze kaart aan Alaskaanse kustlijn zien – naar resten die door dooi vrijkomen van nederzettingen van jagers-verzamelaars die de voorouders van de mensen in dat yup’ik dorp zijn. Die van de wandeling van 88,5 kilometer dus misschien. Een schitterende sfeertekening, met hervonden artefacten als een prachtige brug naar het verleden. Het voelt er warm en koud. De kleine gemeenschap is plezierig.

Dat is niet altijd zo, met name Alaska’s grootste moderne schrijver wat mij betreft – David Vann – toont een wereld die grimmig is, naast mooi. Een van Van Oorschots schrijvers werkt aan een boek over een atolletje dat half Russisch en half Amerikaans werd. De bevolking versnipperd door de geschiedenis.

Er zitten veel boeken in deze kaart, veel geschiedenis. En als we door een opwarmende aarde noordwaarts trekken blijft ons weinig over dan: Point Hope.

(zie hier voor eerdere kaartstukken)

Leestips:

*Alexander Nieuwenhuis Winterthur
Kathleen Jamie Surfacing
David Vann Caribu Island

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.