Amsterdam, 19 april 2014

Optie 8Lieve Arjen,

Ik schrijf je met verf op mijn knuisten. Deze week heb ik onze keuken verbouwd, zodat ik jou en je Boy Wonder weer met goed fatsoen kan ontvangen. De punten waarop je me voor jullie vertrek naar Austin wees zijn allemaal aangepakt. 

Het messingen rek voor mijn pannenlappenverzameling is er gekomen, en in combinatie met de kanariegele muren (dank nog voor de stalenkaart!) is het geheel echt adembenemend geworden. Ach, wat zal jou geweldige kleurgevoel aansluiting missen in Texas, waar ik vermoed dat alles hardrood, hardwit en hardblauw is. 

Birre wees me erop dat mijn pogingen een personage van je te maken waarschijnlijk meer over mijzelf zeggen dan over jou.

‘Die Arjen Vanlith,’ zei ze, ‘die cowboy. Dat zou je zelf willen zijn.’ 

‘Denk je?’ 

‘Is het geen homo-erotische fantasie van je, zo’n cowboy? Die douchescène met die zeep… Toch het onderzoeken waard, lijkt me.’

Hartverscheurend, als de vrouw met wie je al bijna 10 jaar lief en leed deelt, je zo slecht blijkt te kennen. 

De vraag in hoeverre een schrijfsel niet-autobiografisch kan zijn blijft natuurlijk relevant, maar terwijl ik deze woorden tik heb ik verdomme wél zaagsel in mijn haar. ZAAGSEL, zeg ik je.

In je laatste brief schreef je nota bene zelf dat ik een alfamannetje ben. “Jij hebt leiderschapskwaliteiten,” schreef je. “Jij hebt een zwarte band in aikido. […] je hebt je mannelijkheid definitief bewezen met je zoon, die […] het product is van […] hoogwaardig zaad.”

Die paar weekjes mannenvakantie per jaar, die heerlijke dagen samen met jou en Boy Wonder in ons huisje in Thailand, moeten die gezien worden in het licht van een verdrongen verlangen mijnerzijds? Is er iets specifiek homoseksueels aan de prachtige foto waarop we in onze string zitten te schrijven op de veranda, terwijl Boy Wonder ons met de hand hele trossen kleine bananen voert?

Alsof Hemingway niet in zijn onderbroek schreef. Als er in zijn dagen strings waren geweest, dan wéét ik dat hij ze zou hebben gedragen. The Sun Also Rises, indeed.

Birre zegt dat ik opvallend veel tijd besteed aan een verweer tegen iets wat helemaal geen aanval hoeft te zijn. Ze vraagt of jij misschien ook denkt dat ik iets te verbergen heb.

‘Vraag het hem maar,’ zegt ze. ‘Arjen zal je eerlijk antwoord geven.’

Nou, mooi niet. Ik vraag niks.

Iets heel anders: deze week heb ik een paar chaps gekocht. De meneer in de winkel was heel aardig. Ik legde uit dat ze een cadeau zijn voor een vriend van me, die cowboy is. De man bleek mijn briefwisseling met Arjen Vanlith te kennen, en klopte me bemoedigend op mijn bips terwijl ik mijn pincode invoerde.

Morgen gaan de chaps op de bus naar cowboy Arjen Vanlith, p/a Arjen van Lith, Austin Texas. Kun jij zorgen dat hij ze krijgt? Voor het gemak heb ik jouw maten aangehouden, met een centimetertje erbij zo hier en daar. 

Een wat ruwe stereotiep mannelijke omhelzing van je vriend in Amsterdam,

 

Gilles

______________________________________________________

Elke zaterdag op Tirade.nu: de briefwisseling tussen Arjen van Lith, emigré te Austin en Gilles van der Loo, thuisblijver te Amsterdam.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.