Filosofie, poëzie

Vanavond is het de Nacht van de Filosofie (dat is een gek iets om te zeggen). Simone van Saarloos zal ook iets uitspreken. Ik weet niet wat, dus bij deze nodig ik haar uit om hier zondag kort verslag over te doen. Maar beter nog gaan jullie er heen!

Mensen vragen mij vaak, of het feit dat ik filosofie studeer doorsijpelt in mijn gedichten. Ik zou graag willen zeggen dat dat niet zo is, het zijn twee verschillende dingen (dan vind ik in ieder geval twee verschillende dingen leuk), maar omgekeerd is het wel zo: steeds wanneer ik een academisch paper moet schrijven, lukt het me niet om inhoudelijk helder te blijven. Onlangs moest ik een stuk schrijven waarin ik de literatuuropvattingen van Jean-Paul Sartre en Maurice Blanchot uiteen zou zetten. Maar al gauw was ik bezig mijn eigen poëticale visies in de mond van Sartre te leggen, en sprak Blanchot in zinnen van Wisława Szymborska. Dat schoot natuurlijk helemaal niet op.  Als het filosofie betreft moet je zo helder mogelijk formuleren, zo goed en snel als je kunt tot de kern van wat je wil zeggen komen. Terwijl poëzie juist nooit helemaal tot de kern van de zaak door moet dringen, omdat de tragedies altijd plaatsvinden in de buitenwijken.

Nou goed dan, hier een niet-filosofisch gedicht (of toch?):

 

(gedicht verwijderd ivm publicatie)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.