Het bankstel

images-2Leiden. Donderdag. Het was erg mistig. Ik was op zoek naar een hofje waar ik moest voorlezen.
Drie keer een half uur voor twaalf mensen op een studentenfestival. (Stukafest)
M. en ik hadden döner kebab en falafel gehaald bij een Turkse winkel vlakbij het station. We kregen er twee pakken koekjes bij in een grote plastic zak. (Bij welke Turkse winkel je ook komt: je krijgt altijd meer dan waar je om vraagt.) De zak rook naar uien en knoflook, toch bleven de mensen die we om de weg vroegen aardig. Alleen wisten ze de weg niet.

Ik was te laat in het huis in het hofje. Bijna meteen moest ik met voorlezen beginnen. Volgens mij wilden de mensen liever naar een optreden van Spinvis, maar Spinvis was al uitverkocht, logisch. Om toch te kunnen zeggen dat ze “erbij” waren geweest zaten de mensen nu bij mij. Omdat de kamer klein was zaten ze praktisch op mijn schoot. Ik kon bijvoorbeeld horen hoe de jongen naast me met zijn ogen knipperde. Het klonk als iets nats en zachts.

Tussen ieder optreden door had je tijd om te praten. Alsof je op een ongemakkelijk feestje zat waar je niemand kende. Iemand praat en de rest luistert mee. Iemand praat en de rest kijkt zogenaamd verveelt rond door het huis.

Bij de laatste voorleesronde waren er twee meisjes die voor mijn voeten op de grond zaten. Ik hoopte dat ik niets vies in mijn neus had zitten. Ik geloof het niet want die meisjes wilden na afloop wijn met me drinken.

Noortje en Josephine. Terwijl ik had voorgelezen hadden ze erg goed naar de spullen van de gastvrouw gekeken. Wat vertelde dat huis over haar?  Ze hadden een A4 volgeschreven, hoe ze dachten dat de bewoonster van de kamer in elkaar zat.
Ze zeiden dat ze dat bij alle kamers hadden gedaan. Dat het de bedoeling was dat de bewoners het briefje de volgende dag zouden vinden. In de bestekla bijvoorbeeld. Ze zeiden ook hoe ze dachten dat ik in elkaar zat.
‘Maar jullie hebben mijn huis nog niet gezien,’ zei ik.
Daar gingen ze verder niet op in.

Toen ik om vier uur ‘s nachts weer in mijn eigen woning was bedacht ik dat de bewoonster/gastvrouw behalve het briefje van Noortje en Josephine ook een gedeelte van het manuscript van mijn nieuwe boek zou tegenkomen. Ik had zo’n twintig pagina’s per ongeluk op de keukentafel laten liggen. Ik hoop maar dat Noortje en Josephine gelijk hadden toen ze zeiden: ‘de bewoonster leest ons briefje waarschijnlijk niet eens als ze ziet dat het niet van haar is. Ze is compleet te vertrouwen en niet zo’n nieuwsgierig type, dat zie je aan haar bankstel.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.