Poëzie in Tirade 480

TONNUS OOSTERHOFF

Kwatrijnen

Bach hoort Goebaidoelina,

Beethoven Claude Vivier.

Ik zie infrarood niet langer,

hoor het goudhaantje niet meer.

*

Ik geef je een bevel

maar je voert het niet uit

vogeltje.

Hoor je me niet?

*

Er wordt ritmisch aan ons getrokken.

Door wie? In welke richting?

We weten dat we waardevol zijn

omdat er aan ons gerukt wordt.

*

De stevigste constructie is niet altijd de sterkste.

Schoor je argumenten, schroef het bouwsel stijf,

draai je om, kniel en op drift is bot en dik

*

God de Vader,

Moeder God.

‘Moeder’ is een vergelijking,

‘Vader’ een geloof.

*

Gottbegnadet

heet de pony

in de regen wachtend

op hemelvuur

Tirade tijdschrift

Poëzie uit Tirade 480: de kwatrijnen van Tonnus Oosterhoff (P.C Hooft-prijs 2012). In hetzelfde nummer ook poëzie van Maria Barnas, Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, en Johan Kuiper. Caspar Wijers vertaalde ‘Een doodgewone vrijdag’, een verhaal van Langston Hughes. Ook twee prozadebuten van Samira Elomari en Julia Khusainova.

https://www.vanoorschot.nl/tirade/nummer-480-tirade-480/

ISBN 9789028263000

paperback

80 pagina’s

€12,50