leegte/licht

erwin krol

Gisternacht droomde ik dat ik een liedje van Boudewijn de Groot hoorde met als titel “De eerste keer dat ik naakt je deken om mag slaan”, over je voor het eerst zo op je gemak voelen bij een nieuwe geliefde dat je naakt door hun kamer kunt scharrelen, het bed op kunt maken. Het refrein ging als volgt: ‘als ik denk / dat het morgen beter gaat / als ik denk / dat het morgen beter gaat’ – tot aan de fade-out, en eigenlijk bevatten de coupletten ook enkel deze tekst. Maar het was een mooie melodie, die nog een daglang door mijn hoofd zong. Daarna deed iemand iets in mijn drankje en werd ik in paniek wakker, mijn lichaam natuurlijk tintelen, het donker krioelen voor mijn ogen, de hele heisa – toen ben ik maar even gaan plassen.

De laatste dagen, ik neem aan dat jullie dat ook gemerkt hebben, is het weer heel vreemd geweest. Dit soort grijs halflicht, zon boven wolkendek, brengt mij van mijn stuk, ik word er gevoeliger van dan ik al was. Geagiteerder, ook. Net als van zee en wind: onveilige gevoelens. Schilderijen met hollandse luchten er op – ik kan er niet naar kijken. Ik wil naar de bergen vluchten, daar twee kinderen baren, kalfjes grootbrengen in het hooi en boodschappen doen in de Spar. Dagenlang zon en sneeuw zijn zoveel uitgesprokener dan dit gemiezer van van richting veranderende wind. Van zon word je natuurlijk ook sentimenteel (zie vorige week), maar het zijn eenduidigere gevoelens, niet dat halfslachtige heen en weer geslinger. Als zoiets me van mijn stuk brengt, ook wel deze gedachte: leer mij mijn schouders op te halen. Leer mij hoe je naar een dwarsfluit die a-mol speelt luistert en alleen dat hoeft te erkennen: dat is een dwarsfluit, ze speelt een toon. Zonder meteen in innerlijk snikken uit te barsten. Zonder ontroerd te zijn omdat een oude man een frietje eet op de straathoek. Zonder een gedicht te willen schrijven, of van jezelf te balen, als dat niet lukt. Ik weet wel dat er andere uitersten zijn, dat er iedere avond mensen afgestompt voor de tv zitten en de antwoorden in televisiequizzes niet weten, maar toch, dit is een uiterste, een pool is een pool, en rond de evenaar is het warmer …

in een vlaag van verstandsverbijstering
kocht ik vanochtend abrikozen waarvan ik dacht
dat het perziken waren
en er beginnen eindelijk woorden
voor deze leegte te komen
ik bedoel dat ik kan omschrijven
hoe ik in een grote weerklinkende hal
de bast van lichtgekleurde platanen afkrab
of hoe ik drie dagen lang in m’n eentje
verflucht door de hete zomerlucht verspreid
met een kwast met een handvat van plastic
terwijl ik een wit operatiepak draag
met blauwe hoesjes om mijn schoenen
en hoe ik de piepende remmen
van een goederentrein hoor in mijn hoofd
op het moment dat iemand mijn naam zegt of niest

de eerste keer dat je deze leegte voelt
kun je dat nog niet uitspreken, zeg ik
nu proef je het ijzer al in je mond
nog voordat de woorden zich aandienen
maar ze zijn er tenminste wel, woorden
ze zwermen en kletsen en verenigen zich
in het bovenste stukje van je buik
waar ze de definitie van misselijkheid vormen
tegen wie praat ik eigenlijk?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.