Een paar weken geleden stond er in De Groene Amsterdammer een essay van Xandra Schutte over de literaire kritiek. Daarin haalt ze een anekdote aan uit het boek The Recognitions (1955) van William Gaddis: een dichter en een criticus ontmoeten elkaar bij een kleermaker en ze beginnen een praatje, terwijl ze in hun onderbroek zitten te wachten terwijl hun broeken op maat worden gemaakt. De criticus heeft een boek bij zich. ‘Bent u dat aan het lezen?’ vraagt de dichter. ‘Nee,’ antwoordt de criticus, ‘ik moet het bespreken.’ Waarna hij vertelt dat hij voor zijn bespreking alleen maar het omslag nodig heeft.
Deze romanscène deed me denken aan een anekdote over de radiocriticus dr. P.H. Ritter jr. (1882–1962), die volgens uitgever Geert van Oorschot ‘corrupt tot in zijn nieren’ was. In vooral de jaren dertig hadden Ritters radiobesprekingen dusdanig veel invloed op de boekverkoop, dat uitgevers op allerlei manieren probeerden te zorgen dat hij hun boeken besprak. Legendarisch is het verhaal dat Ritter een keer door een uitgever een recensie-exemplaar kreeg toegestuurd met daarin een briefje van vijfentwintig gulden. Vervolgens zou hij zijn radiolezing zijn begonnen met de woorden: ‘Reeds het openslaan van dit boek was mij een waar genoegen!’
De anekdote over Ritter waaraan ik door de scène in The Recognitions moest denken, staat in het boek De koorddansers en andere herinneringen van Rico Bulthuis. Ritter was samen met Bulthuis en medecritici Anton van Duinkerken en Gabriël Smit op weg naar de boekenbeurs in Antwerpen, waar hij een lezing moest houden. Op weg daarnaartoe, in een boekhandel vlak bij de grens, jatte hij het omslag van het boek waarover hij moest vertellen. Gabriël Smit zag het en zei: ‘Ge zult niet stelen, en als toegevoegd gebod: ook de toehoorders niet voor de gek houden.’ Waarop Ritter volgens Bulthuis antwoordde: ‘“Als criticus ken je de motieven van de auteur, je proeft zijn of haar stijl en het geringe dat je over een recent werk” (en hij tikte op zijn tas) “te weten komt is voldoende om je eurdeel te vestigen.”’ Er staat ‘eurdeel’ omdat Ritter nogal bekakt praatte. Volgens hemzelf kwam dat door een spraakgebrek.
Over Ritters lezing in Antwerpen schreef Bulthuis: ‘Ik moet eerlijk bekennen dat hij het knap deed.’
Lees de Tirade Blog

Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder
Blog archief


