Zeven minuten

youtube‘Dit moet je zien.’

Ik zit met B. in de huiskamer, ze heeft haar iPhone gepakt. Het duurt even, B. kan het filmpje niet meteen vinden – in haar haast maakt ze een tikfout.

‘Ik heb hem! Kijk.’

B. draait het schermpje mijn kant uit. De verwachtingen zijn hooggespannen: vind ik dit Youtube-filmpje van een kat op een robotstofzuiger ook zo grappig, lach ik net zo smakelijk om deze obscure Australische comedian als B.?

Ik kijk vluchtig naar de lengte van de video. ‘Zeven minuten?’

‘Het is het waard, ik beloof het.’

Even zie ik B.’s verwachtingsvolle blik, ze glimlacht. Dan richt ik mijn blik op het scherm.

Verwachting werkt twee kanten uit: allereerst is er de verwachting van degene die het filmpje laat zien. Hier wordt in potentie een moment gecreëerd om later op terug te komen, een weet-je-nogje. Als de ander het filmpje leuk vond, kan degene die het liet zien nog eens met een link aankomen.

Maar de toeschouwer heeft ook verwachtingen. Afhankelijk van het aantal op aanraden van de ander bekeken filmpjes, maakt hij of zij een inschatting – hoe leuk gaat dit worden? Tegelijkertijd is de toeschouwer zich bewust van waar de zender op hoopt.

Er ontstaan een druk die doet denken aan wat deelnemers aan Extreme Home Make-over moeten voelen. Nadat hun huis is gerenoveerd, kunnen deze mensen niet anders dan enthousiast zijn: de make-over is gratis, iedereen die meehielp staat naast hen, het komt allemaal op tv. Ze moeten het leuk vinden.

Tientallen Youtube-filmpjes keek ik op aanraden van B., mijn kaken doen al zeer bij het idee dat ik weer door een video over komische apen heen moet. Wat mij betreft mag het verboden worden om elkaar filmpjes te laten zien die langer duren dan anderhalve minuut. Wie denkt B. wel niet dat ze is?

 

‘En dit dan?’ vraag ik. Op sommige dagen ben ik zelf de zender. Ik herinner me een kat die een medicijnpotje van een kastje gooit, of een film over een ufo die boven Zuid-Afrika strandt. Dolgraag wil ik dat B. de film ziet. Ik blijf erbij om haar reactie te controleren als een pyromaan die naar haar eigen brandje kijkt.

‘Hoe kun je nu denken dat ik dit goed vind?’ B. staat op en loopt de kamer uit. Ze zet thee, ze gaat iets anders doen, ik blijf achter op de bank. Het gevaar bestaat dat ik het nu ook ga zien, dat District 9 niet zo fantastisch is als ik dacht. De eerste keer dat ik deze satirische alien-film zag, vond ik hem geweldig.

Het is weer gebeurd: mijn verwachtingen namen een loopje met me. In mijn enthousiasme vergat ik na te denken over wat ik precies wilde laten zien. En aan wie. Had ik kunnen weten dat B. District 9 niet zou waarderen? Waarschijnlijk wel.

Eigenlijk is het maar ijdel om een ander iets te laten zien (of horen) dat jij briljant vindt. Het is ijdel en dwingend, dwingender dan wanneer je iemand een boek aanraadt. Hier zit je immers naast, met een blik die zegt: ik ga je nu het allergrappigste/-mooiste/coolste filmpje van de hele wereld laten zien, je moet lachen.

 

Voortdurend bestoken B. en ik elkaar met filmpjes van katten, schildpadden en Arjen Lubach die de vlooienmars speelt op Ivo Opstelten. We doen het om een connectie aan te gaan, een ervaring te delen, we doen het voor de potentiële weet-je-nogjes. Soms schieten we raak en vinden we elkaars vondsten te gek, vaak zitten we de tijd uit: zeven minuten of langer.

Laat ik in het vervolg, als ik een volledige speelfilm wil laten zien in plaats van een Youtube-fragmentje, mezelf afvragen of de toeschouwer in kwestie van science fiction houdt.

Verwachtingsmanagement, heet dat.

img_0970Marijn Sikken studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Marijn is columnist voor CLEEFT.nl en publiceerde o.a. korte verhalen in De Titaan, De Optimist en Passionate Platform. In juli elke zondag op Tirade.nu.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.