- Wouter van Oorschot Saluut bij aankomst
- Toine Moerbeek Het beeldgedicht
- Wim Brands
- Kester Freriks Als door een storm
- Jan Baeke
- Frans Deschoemaeker
- De reus in mijn hoofd Rogi Wieg De ontroerende buitenkant van A. Alberts
- Hanny Michaelis Dankwoord bij de aanvaarding van de Anna Bijns Prijs 1995
- George Moormann Uitzicht op scheiding
- Harry Mesterom
- Jan Stavinoha Aan de oever
- P. Zimmerman Over het beoordelen van beeldende kunst
- Adriaan Morriën
- Teunis van der Zwart
- Maria Barnas De reis
- Remco Ekkers
- Guus Middag Psalmen en algen
- J.J. Voskuil De moeder van Nicolien
[p. 24]
Torricelli
Hij is niet hier.
Zijn kabinet is een hoed van glas.
Hij neemt pen en papier
en laat zijn stoelen verwijderen.
Hij is alleen in de kamer.
Hij heeft zijn hemd zorgvuldig uitgestald
in de gesteven lucht.
Hij vraagt zich af in welke leegte
hij zijn avond wagen zal.
De vrouw voor wie hij
zijn wetten mengt
ontbreekt aan tafel.
Er komt geen geluid uit de lade.
De lucht is van stilte doortrokken.
Torricelli laat zijn hoed vallen.
Hij is tegelijkertijd beneden en doorweekt.
Hij beschrijft de vlucht van zijn kennis.
Hij schuwt de eeuw niet langer.
Het water heeft voor hem
geen geheimen meer.
Morgen zal hij bloemen kopen
en een nieuwe schemerlamp.
Hij belooft zichzelf
over zijn woorden na te denken.
[p. 25]
Boyle
Metaligheid, vurigheid, vochtigheid.
Hij tikt de woorden in een gebroken ritme.
Zijn stotteren is Engels
maar van god afkomstig
virtuoos als de klok van de Munster in Strasbourg.
Hij telt de leden van zijn genootschap.
Er staan vierentwintig paarden voor de deur.
Er kan geen toeval aan de avond zijn verbonden.
Hij heft het glas
en dankt de vierentwintig mannen hier aanwezig
voor de ware aard der dingen
en het lekkere gebak.
Hij schrijft de koning brieven
waarin hij zijn gedachten aanbeveelt.
‘Het wonder schuilt niet zozeer
in de klokken van de natuur
als wel in haar horloges.’
Hij luistert naar de slagen van de avondklok
naar het kabaal van lege glazen.
Hij neemt hun ritme op
in zijn gevechten.
[p. 26]
Newton
De maan verlaat haar baan
voor een plaats tussen duim en wijsvinger.
Op een avond in Cambridge
in een mathematisch verduisterde kamer.
Het schrijven valt hem zwaar.
Hij omzeilt zijn gewicht
door in beweging te blijven.
Hij vermenigvuldigt de maan
met zijn boeken.
De uitkomst spoelt dagelijks aan.
Wanneer hij afziet van die lessen
begraaft hij zijn lichaam
in een oude fauteuil
tussen gele appels
met Latijnse namen – Luna, Stella, Malus.
Wat zijn berekeningen ons influisteren
klopt voor koffie
maar niet voor roodgloeiend ijzer.
Zijn gedachten worden steeds hoekiger.
De versnelling in zijn oren
houdt nooit op.
[p. 27]
Lamarck
Hij ziet, becijfert en vertakt.
Hij rekent terug met duizenden jaren.
Hij onderzoekt de werking van de evolutie
aan de hand van vlaggen.
Roffelend op Elba, halfstok in de Rue de la Bastille.
Wat hem op gedachten brengt
die hij haar schrijft, in saaie brieven
(de vrouw die als een hinde is
maar lijdt als een giraffe):
‘De noodzaak tot veelvuldig reiken
maakt de vlaggen slank en sterk.’
Ze brengt haar lengte
in overeenstemming met haar geslacht.
Ze werkt haar trekken bij
naar het axioma van de spiegel.
Hij zegt dat zij haar schoonheid
aan de eeuwen heeft ontleend.
Hij zegt: ‘wij zijn het circus van de schepping.’
Zij legt het net van de trapeze klaar.
Hij werpt zich achterover
op zijn bed
om zich in overgave te bekwamen.
Een goed verstand, denkt hij, is aangenaam
zwaar is de weg der vlaggen.
Lees de Tirade Blog

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



