- Ed Leeflang
- From ear to ear, a lovers view Daniëlle Kwaaitaal 1994
- Paul Meeuws Margarine
- L.F. Rosen
- Guus Middag Achter het glas
- Jan Baeke
- Herman Coenen
- Martin Reints Waar ben ik?
- Tomas Lieske Het landschap van het geheugen
- Gerrit Krol De kunst van het vergeten
- Dirk van Weelden Wat Ze Vertelde Over Landschap & Geheugen
- Katrien Hirs Kirke
- Leo Vroman Week van november
- Tonnus Oosterhoff Goudkleurig colbert
- Herlezen Niets bestaat dat zuiver is - Processie all stars van René Gysen -
- Poëziekroniek
[p. 2]
Er moet toch iemand zijn die wakker ligt,
iemand die in gedachten zangers hoort,
een uitgewoonde school kent om te repeteren,
voor soep zorgt, stencilwerk, een dirigent.
Laat de bezetting klein zijn, stemmen ongeschoold,
maar iemand kan toch uit dit pak verschoten kranten
de nieuwe feiten halen voor het oude requiem,
te zingen onder vette ringen van een gymzaal,
te zingen waar de bok nog bij het wandrek staat.
[p. 3]
Weer wakker maar niet in tumult werpt hij
de eerste steen naar wie hij wezen zou.
Het is de lente. In een tuin beneden
tussen rododendrons harkt een vrouw.
Hij heeft nog vragen aan de tegel,
de vaas, de kris, het doosje van ivoor,
want onbeheerst gaat het vergeten.
Daar bloeien bloemen tegenin.
En vogels schreeuwen van de daken.
Het wordt gezien, het wordt gehoord, hoe
niemand zich van niemand los kan maken.
[p. 4]
Eén uur en langer niet
bleef het een ding. Het straalt,
ontbloeid in mineraalgebied,
herleefd fossiel, per ongeluk
uit een vergeten krijtzee opgehaald,
nog vochtige boleet, eerst pas
gebroken door de bladerlaag,
een natte grasspriet aan de hoed –
wat naar niets luistert,
aanspoelt en daar niet wil zijn,
wat naar ze toegeslapen komt,
beschonken als het is en ademt
uit niet verloren overmoed.
[p. 5]
Ik zie het rood op wolken.
De hanen zwijgen stil.
De vogels zijn verborgen.
En amper wil de wind.
Zij zuchtten laat ons slapen,
wie weet hoe lang al oud
en moe zijn onze wapens,
de kleren in de vouw.
Zij riepen laat ons slapen
en drijf ons zingend niet
in dieper onbehagen
met het beminde lied.
Wij zullen niet meer scheiden,
de sleutel van de dag
steekt in de deur, laat drijven
de eenden in de gracht.
Blies ik niet van de toren,
verdring ik hun gemak,
de wil ze niet te storen
benauwt mij op en af.
[p. 6]
Van god los maar om de kikkers
en alle kweepeer begaan, de merel
te hulp met de appels, het huis
met cement, de woelrat vol van genade
naar het leven staand, te verschrikter
gezegend als het peren regent of
pruimen, goed voor de wesp, wreed
voor de wespen, aan de kant van
de egel, de muizen, de uilen,
in twijfel om wat het leed, het gras,
het kroos, het woord. Drinken wij uit.
Vriendin, wij hoeven niet altijd voort
[p. 7]
Nog weet ik niet waarom
het zo verslavend was,
het willoze van dingen,
het wijnrestant in hoog
groen glas en de citroen
half afgeschild, waarom
het rijm de toen geliefde
schedel voor altijd klonk
aan stok en vedel, vroeg
bijeengezocht, geschikt
in een dwangmatig vanitas.
[p. 8]
Een schijndode lieveling
kwam onder al losse
elzekatten haar duinpad af.
Soms raakten die donkere haren
de gelige trossen. De zee
kon ik horen. Zij bracht
haar hoed mee, haar mand.
Zie dan die bloedloze witte
vingers, als doodgevroren,
zo koel was die lente,
lees dan die regels dat
de wind en de tijd lijden
aan een gelukkige hand.
[p. 9]
De houtwurm liet de tafel staan.
De spiegel, de stoelen, de twee kasten
kalmeren de gasten boers en verlegen.
De planken glanzen. Door ramen wil
de klimop naar binnen en ieder blad
is een brief, buiten knikken de kruinen.
Hier zou ik beginnen aan dat gebed
zonder end, aan jou, voor het gif
van hartzeer gespaard gebleven, aan
mijn enige kind dat alles zou durven.
Zij zong en wie zich hardde in zijn ton
liet zich tot hete tranen vermurwen.
Lees de Tirade Blog

Onder de moede blaren - over het bos
De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
Lees verder
Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Blog archief



