- H.H. ter Balkt
- Benno Barnard Brussel, 1976-1984
- J. Bernlef
- Huub Beurskens
- Steeds zilter waait dun ratelend metaal
- Elisabeth Eybers
- Eva Gerlach Man op de muur met vuurpijl
- Peter Ghyssaert
- Elma van Haren
- Judith Herzberg Het wachten op de halte
- Marieke Jonkman
- De glazenwasser
- Rutger Kopland
- Gerrit Kouwenaar
- Jan Kuijper Albumblad voor T. van Deel
- Jan Kuijper Nijhoff, ik, Appel, Isoude en ik
- Ed Leeflang
- Leonard Nolens
- Tonnus Oosterhoff
- Kees Ouwens
- Martin Reints
- Leo Vroman
- Elly de Waard
- Rogi Wieg
- Ad Zuiderent
[p. 290]
Eén van Willie’s voorvaderen, een oude kater, beschouwt de opstij-
ging van Van Speijk
Opspattend Scheldewater verkondigt het roemrijk
aan de regenwolken en kaden: Dat is moed! Zo hoog
– na de vlaggeroof en de bestorming, toen Van Speijk
de lont in het kruit stak -, hoger nog dan de rook
van het bonenstro, vloog geen kater, geen vuurwerk
ooit op aarde… Knechting baart opstand en hagelend
onweer. Storm wierp het schip op de oever, woede
werd de lont, roer van vuur doorklieft nu de wolk!
Ik en Antwerpen slapen moeilijk in, krakende hoofdpijn
beitelt de opstijging van de held. Gekke wijzerplaat
de hemel. Arm en been, hart, oog en nieren vlammende
cijfers, kort van duur als de muizestaart in de kat.
Tevreden gonst het noorden: zo dapper stak Van Speijk
een hart onder de riem van het stil ingeslapen veen.
[p. 291]
Algenkalk mijn nagels en een achttienhonderdste
oogwit, oesterkalk en een flardje zevengesternte,
of Sirius, in mijn hand klapwiekt nog oker stof
uit een landweg, dalend uit de heuvels bij York,
een stukje tralie bij Campanella vandaan, o 1300
in mijn aderen, 1700 in mijn ziel en de hoeveelste
volgens De Assis, en mijn strot wordt het trappelen
van een kistkalf in 1972. Regens het vallend haar:
hagelvlaag in maart 1600. Mijn starende oog was
kamer in een wolvehart, email dat mijn tong likt
was gras of heide en een bijenangel zwevend boven
bloemkelken zoemt de echo verder in mijn hersens
(van het schot dat in moerassen viel). Schemering
mistflard in de caroussel van alle schemeringen!
[p. 292]
Van de hellingen van de Sinaï ooit
of verder nog waar een Syrisch glas
wacht op het eindigen, op het eindelijk
gaan liggen van het waaiende zand
rolden de alfabetten aan, A de kop
van de stier, B huis of tent, D deur –
vleugel of delta, O het uitziende oog;
daden van koningen, veldslagen, wetten
bedekten stenen, tabletten, wanden
met de eerste gloed van triomf
[Slechte brouwers worden zo luidt
de wet in hun brouwkuipen verdronken]
Tolgaarder tijd leunt over de slagboom
A van addertongen, S van slangegesis
– als vroeger -, O het spotlustig oog, W
van de ondergedoken wolf, IJ van IJzertijd
leggen hun schaduwen over het veld
Vrieswind werpt de runenstaven tegen
de nachthemel; de vluchteling met uit –
gestoken oog spelt de orakeltaal
terwijl angst zijn rug beitelt als
Hammoerabi zijn steen, ‘Vlucht nog verder’
Lees de Tirade Blog

Er geen vrij voor nemen
Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
Lees verder
DE MENS ALS BIOPIC 14 De jongens Von Amsberg
‘Een koe laat elke 90 seconden een scheet, een mens 18 keer per dag. Het aantal scheten van een walvis kan alleen maar geschat worden.’ Zo ongeveer begint het toneelstuk Emily, of het geheim van Huis ten Bosch. De drie zonen van koningin Beatrix en prins Claus von Amsberg zitten in de centrale salon van...
Lees verder
Een scherp verlangen – over zakmessen
Larousse 26 Het begon ongetwijfeld met een Zwitsers legermes. Rood plastic met een wit kruisje erop. Een hoeveelheid functies: een mes, een klein mesje, een zaag, een nagelvijl, priem, blikopener, flessenopener, een kurkentrekker. Misschien was ik tien jaar toen ik er de eerste keer uiteindelijk eentje kon kopen. Het is eveneens een haptische sensatie: het...
Lees verder
Blog archief



