- Robert Anker
- [De Route van Henk Visch]
- Willem Jan Otten Twee verschrikkelijke machines
- Leo Vroman Alles overdoen
- Pieter A. Kuyk
- T. van Deel Weg
- Anton Gerits Apologie der beschadigden
- J. Bernlef Scènes uit het leven van mrs. W.
- J. Bernlef Marthe
- J. Bernlef Ik ken haar
- Wilco Berga
- Willem Weijters
- Katrien Hirs Danaë
- Charlotte Mutsaers Ik sprak met dennenaalden, pijnappels en vissen 4 Naar La Suchère, een reisverslag
- Herlezen Bankroet van een charmeur Over Herman Teirlinck, Zelfportret of Het galgemaal
[p. 445]
Wat nog geschreven wordt, is half zo
waar als wat er werkelijk
geweest is;
dieper gravend is een hand gevonden,
kraaienhand die in de aarde was
geslagen,
alsof eenzaamheid de vingers kromde.
Ze begonnen vroeg: het veld zorgvuldig
uitgemeten, hakken klaargezet, van vet
ontdaan – de vleugelresten van een kraai
gevonden.
Konden we vermoeden dat een droom die
eindigde
zo snel werd blootgelegd?
Iemand wijst de plaats aan waar het
vuur met de gordijnen speelde, meubels
aanstak.
Maar niet alles zichtbaar in de kamers
– ja, het bed verkoold en het behang
gekruld,
maar de jaloezie nog goed verborgen.
[p. 446]
Deze kraai verraadt ons niet meer
– elk geluid is met de kop verdwenen –
evenmin papier dat rondzwerft, alle
woorden al verweerd.
De brand is wat geschreven en verteld
wordt,
alles brandde.
[p. 447]
Gras, oneindig grasland hadden we
betreden, welke streek, welk pad is
ons ontgaan – hoewel de stad dichtbij
was in de dansende hoogspanningsleiding.
Dieren vonden we er eenzaam aan de voet
van stalen torens – hoog, heel hoog
de stad die zoemend in de voorjaarslucht
passeerde. Schapen sprongen stram
vooruit en vonden we zo kwetsbaar
– de gesprekken die we ’s nachts nog
voerden in de stad te heftig, nog te
pijnlijk om de woorden te herhalen.
Ons gesprek betrof een man die deze
stilte moest bewonen: zo onaangedaan
vervoerde hij een dier, de dood als
alles wat hier vastlag, waar het
dan ook was. Zo ongemerkt verlieten wijn
het pad, en ieder van ons liep op
verend gras – ver buiten ons bereik
de stad die zoemend voortging.
[p. 448]
Je hoort ze nog van verre roepen,
alsof er een schip verging.
Als elke jongen dacht je: dit is leven,
zoveel mensen en zo uitgelaten.
De flamingo’s! riep men, en je rende
naar de dijk om ook te zien waarvoor
het halve dorp was uitgelopen.
Terwijl je dat overdenkt, zie je ze nog
wijzen naar de roze vlekken in het water
achter riet,
zo ver en nietig dat je er geen vogel
in herkende.
Hoor je weer: ze zijn zo ongenaakbaar,
zo onwerkelijk
– dat wilde je wel graag geloven.
Zo’n moment is zeldzaam, zei toen
iemand die het leven kende
[p. 449]
Voor ouderdom is het te vroeg,
niet voor spijt, maar geef de tijd
geen schuld.
Bedenk eens dat de kranten met een
foto kwamen, alles wijst op
misdrijf:
man en vrouw gevonden, slapend
lijkt het,
man in staat te doden, vrouw die in
haar droom het mes omklemt.
Een foto waarop moed ontbrak, niet
voelbaar was hoe de vulkaan die wij
vervoerden openbrak
– van de eruptie hebben we geen
beelden,
alles was een kwestie van seconden,
nee, geen tijd gehad,
laat staan een beeld ervan bewaard.
Nog niet te laat is de herinnering,
tenslotte zo gewillig als wijzelf,
de daders,
en geen krant zal zoveel weten.
Lees de Tirade Blog

Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Er geen vrij voor nemen
Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
Lees verder
Blog archief



