- Wouter van Oorschot Saluut bij aankomst
- Toine Moerbeek Het beeldgedicht
- Wim Brands
- Kester Freriks Als door een storm
- Jan Baeke
- Frans Deschoemaeker
- De reus in mijn hoofd Rogi Wieg De ontroerende buitenkant van A. Alberts
- Hanny Michaelis Dankwoord bij de aanvaarding van de Anna Bijns Prijs 1995
- George Moormann Uitzicht op scheiding
- Harry Mesterom
- Jan Stavinoha Aan de oever
- P. Zimmerman Over het beoordelen van beeldende kunst
- Adriaan Morriën
- Teunis van der Zwart
- Maria Barnas De reis
- Remco Ekkers
- Guus Middag Psalmen en algen
- J.J. Voskuil De moeder van Nicolien
[p. 68]
Open kast
Onderin staan de schoenen,
bang zich naar buiten te wagen
en dan weer naar binnen te moeten,
bang voor een kever, een spijker
waarop zij hun voetzolen zetten,
zodat het hun lang nog zal heugen.
Boven huizen de hoeden.
Hoed je, wees, hoe ook, behoedzaam!
Onwaarschijnlijke veren en pluimen.
Hoe heette die vogel ook weer?
Waarheen ging zijn gevederde blik
toen hij zag dat het laat was geworden?
Kijk: pakken, jassen en mantels,
met witte balletjes in de zakken,
die angstig van motten dromen,
soms opschrikken uit hun slaap.
Hier is een knoop af, in deze ceintuur
sluimert een slang die het moe was.
Pijnlijke zijde, asters en brandbare bloemen.
Zie je wel hoe de herfst een japon wordt,
zondag na zondag, gevuld met overrijp vlees,
of met het handzame zout van de aarde?
[p. 69]
Wie zal, voordat de kast zwijgt en weer hout wordt,
in de verte verwant aan een pijnboom,
die tedere jassen en mantels nog dragen
wanneer jij dood bent, niets van je laat horen?
Wie steekt ooit nog zijn arm in een mouw
die vroeger elke beweging te vlug af was?
Wie zet, verkleumd, zijn krakende kraag op
en voelt ineens weer hoe veilig dat is?
Wie blijft staan voor die slapende schilderijen,
eenzaam, alleen, onder een winderige bolhoed?
[p. 70]
Weerschijn
De zon schijnt genadeloos op het gras
en de weer groene bomen van het plantsoen.
De blijdschap van de lente verandert
in wanhoop en rouw om de winter.
Toen rees de dag uit nevels, de regen
gebood ons thuis te blijven, de zomer
te vergeten, doodgewoon ons werk te doen.
Nu staar ik verbijsterd naar de
overvloed van licht op de kleine plek
van de aarde waarop ik toevallig sta.
De harde droge wind veroorzaakt een beweging
waartegen zich mijn stilstand aftekent
als onmacht om ooit maar een stap te doen.
Lees de Tirade Blog

De gelukkige tijdsprong – over je hoofd als schedel
Larousse 22 Ian McEwans recente roman What we Can Know speelt gedeeltelijk in de toekomst. Twee wetenschappers in een Engeland dat alle schade van de klimaatcrisis al heeft ondervonden, zoeken naar informatie over een dichter die in onze tijd leeft en een sonnettenkrans schreef: een ‘corona’, zoals dat genoemd wordt, waarbij het 15e en laatste...
Lees verder
DE MENS ALS BIOPIC 10 Soekarno
Jochies waren we, op een lagere school in Amsterdam Noord. Nu staan we op een filmset achter het Tropenmuseum. Hans Hylkema regisseert er de televisiefilm Soekarno Blues. Ik schreef samen met hem het scenario en mag hier even figureren als particulier secretaris van koningin Juliana. Vanuit het Oosterpark zwaait de president van Indonesië naar ons....
Lees verder
Dit feestje
Na haar repetitie bij Orkater at vriendin M met mijn gezin mee. Sommige mensen kunnen na een hectische dag in je huishouden binnenkomen en daar iets lichts toevoegen, aandacht brengen in plaats van vragen. Vriendin M is zo iemand. Ik had saoto gemaakt op verzoek van de kinderen; we aten en daarna vroeg M of...
Lees verder
Blog archief
- 2026



