Het oude thuis – over het geluk van herinneren

Larousse 24

Ik rust met mijn hoofd tegen een tuinmuur in Lissabon. Een muur aan mijn rechterzijde is begroeid met wingerd. Links klatert een fonteintje. Vannacht werd ik wakker met gierende doodsangst. Ik dacht dat ik dat wel achter me gelaten had. Ik word nooit meer zo wijs als ik was toen ik 30 was. Vanuit een raam hoor ik pianomuziek. Een herinnering aan een gedicht vlamt op. Het is een Pessoa’s ‘Un soir à Lima’. Wat op zichzelf weer een gedicht over herinneren is, ik woon in een Drostedoos. Het is een prachtig, tweeënhalf meter lang gedicht. Pessoa hoort op zijn beurt een radio:

De stem van de omroeper kondigt
even langzaam als gevoelloos aan:
‘en dan nu
“Un soir à Lima”’…

Mijn glimlach verstart…
Mijn hart staat stil.

Wat volgt is een dromerig melancholieke herinnering aan Pessoa’s moeder die op een avond in Zuid-Afrika – waar Pessoa als jongen woonde – ‘Un soir à Lima’ speelt op de piano, terwijl hij als oudste nog op is. Buiten de warme Zuid-Afrikaanse nacht. Een bitterzoete herinnering, want zijn moeder is dood. Het muziekstuk is een serenade voor piano van de componist Dieudonné-Félix Godefroid (1818-1897), een beroemdheid in de 19e eeuw, zij het meer als uitvoerder dan als componist en dan nog speciaal op de harp. (Zijn dochter trouwde met Adolphe Sax, de uitvinder van de ….sax)

Ik denk dat je gaande het lange gedicht Pessoa’s promillage kunt zien toenemen. Ik heb in mijn uitgave van de vertaling (door Harrie Lemmens Een spoor van mezelf) in de kantlijn drie keer ‘drank’ genoteerd, waar ik denk dat je kunt zien dat hij weer wat dieper in dronkenschap tuimelt. Niet als een oordeel, maar als een fascinerend zichtbaar bijeffect. En ook wel een manier om als matig drinker nog eens onmatig te zijn: je voelt de roes… Drank schiep dit meesterwerk, denk ik.

Pessoa beleeft hier wat Julian Barnes in – wat hij zegt dat zijn laatste boek is – een ‘involuntary autobiographical memory’ noemt. Een IAM. Barnes jongste boek is een afscheid. Departure(s) is onder veel meer een studie naar herinnering. Via Proust en hersenafwijkingen naar veel meer (stel je je voor dat je iedere taart die je ooit at opeens precies kunt herinneren, het bestaat. En onplezierig, vooral als je niet zo dol meer op taart bent). Hoe onvrijwillig een te binnenschietende herinnering ook kan zijn, dikwijls houden ze geluk in. Een gelukkige herinnering. Maar bitterzoet van nature: het was mooi, maar het is voorbij. De kunst gaat zijn te denken: het is voorbij, maar het was mooi. De omdraaiing is je mogelijkheid tot geluk.

Ik woon in het huis waar mijn kinderen opgroeiden en vertrokken de wereld in. Soms, eveneens mijmerend draai ik de film terug af van vertrekkende adolescenten naar schoolkinderen, naar kleuters etc. en zie de kamers in mijn herinnering daarmee terugveranderen naar wat ze toen waren. Een diachrone huisbeschouwing.

Ik zie alles helder!
Ik ben weer daarginds.

Klinkt het dan bij Pessoa. De herinnering van geluk is ook geluk.

Hoeveel, hoeveel
is voor mij slechts droom geweest,
slechts treurig
blije verrukking
dat ik het had gedroomd,
wie weet het heimwee
veranderd in half menselijke mijmering
over wat er allemaal is in die verre nacht
waarin jij, mama, in het harde lichtschijnsel
op de piano speelde
‘Un soir à Lima’.

Mij intrigeert hierin: ‘wat er allemaal is in die verre nacht’. Pessoa probeert zijn herinnering uit te breiden, of liever nog: de wanden van zijn herinnering op te rekken en daar te kunnen leven in die verre Afrikaanse nacht. Dat is naast herbeleven nog een truc voor geluk. Het daar zijn en die wereld uit te breiden. Voor even.

En ik stond voor het raam en zag
alle maanlicht van heel Afrika het landschap
in mijn droom overspoelen.

En het is een onverschillige zender
die mij door een onbewust toestel
in muziek, alleen in muziek,
de sterke doodsangst bezorgt die ik krijg
van het zien van jou, omdat ik me herinner
dat je, mijn moeder, mijn moeder,
zo rustig speelde
‘Un soir à Lima’.

De floers van de tranen verblindt niet,
huilend zie ik
wat die muziek mij aanbiedt –

de moeder die ik had, het oude thuis,
het kind dat ik was,
de verschrikking van de tijd omdat hij verglijdt,
de verschrikking van het leven omdat het uitloopt op de dood.
Ik zie en ik val in slaap,
en in de verdwazing waarin ik vergeet
dat ik nog besta in deze wereld die er is…
zie ik mijn moeder spelen.
Die kleine witte handen,
die mij nooit meer liefkozend strelen,
spelen voorzichtig en sereen op de piano
‘Un soir à Lima’.

Ik droom omdat ik baad
in de irreële rivier van de opgeroepen muziek.
Mijn ziel is een haveloos kind dat
in een donker hoekje ligt te slapen.
Het enige wat ik heb in de zekere, wakkere werkelijkheid,
zijn de vodden van mijn verlaten ziel
en mijn hoofd, dat droomt tegen de tuinmuur

Lees: Fernando Pessoa Een spoor van mezelf vertaling Harrie Lemmens
Julian Barnes Departure(s)

Foto van Menno Hartman
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Telefoon van school

Toen ik in de pauze van mijn les gehaast naar buiten ging om mijn voicemail af te luisteren bleek het bericht dat ik gekregen had niet van de school van mijn zoon. Het kwam van de speciaalzaak die mijn rijbewijsfoto had gemaakt; het bestand bleek beschadigd – of ik deze week nog langs kon komen.

Niemand had me dus gebeld om te vragen waarom Nadim (14) niet op school was aangekomen. Ik weet niet waarom ik zo zeker had geweten dat er verschrikkelijk nieuws zou zijn, maar de angst bleef de rest van de werkdag bij me; mijn zweet stonk en mijn handen bleven koud.

Ik kon me niet meer concentreren op de les die ik zo goed had voorbereid. Steeds zag ik die politiewagen, wachtend voor ons huis – een agente zou uitstappen terwijl ik mijn fiets parkeerde. Ze zou haar pet afzetten en vragen of mijn naam Van der Loo was – Bent u de vader van Nadim?

Toen ik thuiskwam stond de fiets van onze jongen gewoon tegen de boom. Ik trof hem binnen aan de keukentafel met de poes, bezig aan de achterlijk grote puzzel waaraan hij al maanden werkt.

Steeds als er een dodelijk ongeval is in Amsterdam, weet ik zekerder dat het om mijn kind moet gaan. Meestal wordt er de eerste uren niets gezegd over geslacht of leeftijd.

Nadim moet op school zijn telefoon in een locker stoppen – ik kan hem dus niet bellen, en ik ben niet gek genoeg om de conciërge lastig te vallen met mijn angst.

Hoe ouder ik word, hoe heviger ik reageer op dodelijke ongevallen. De stress houdt tegenwoordig aan ver voorbij het heelhuids thuiskomen van mijn kind.

Ik wil hier eigenlijk zeggen dat ik me daarvoor schaam, dat het een vorm van ramptoerisme is – beledigend voor de ouders van de jonge vrouw die onlangs in De Pijp onder een vrachtwagen raakte.

Maar ik ben niet de enige die zo reageert – vrienden die ik hierover sprak herkenden het; nog weken na zo’n ongeval vrezen ze dat telefoontje, die politiewagen voor de deur.

Hier zit ergens schoonheid, denk ik.

Als in onze stad één kind niet thuisgekomen is, dan is het voor heel even alsof al onze kinderen niet zijn thuisgekomen.

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Winterslaap

Ik heb nog nooit zo uitgezien naar de lente. Elke ochtend is als opstaan uit het graf – alsof ik me diep onder de grond bevind en me aan de randen van een koude kuil moet ophijsen.

Dit mag geen gotische vertelling worden; wat ik bedoel is dat ik de hele tijd moe ben. Ook als ik om halftien al in mijn nest lag kost het me de grootste moeite ontbijt voor mijn gezin te maken, Ada naar school te brengen, aan het werk te gaan.

Misschien hoort dit allemaal bij mijn herstel na een lange slopende periode. De afgelopen zomer was de eerste in drie jaar die ik bewust heb meegekregen – ik was nog aan het ontdooien toen de eerste herfststorm zich weer meldde.

Een alternatieve of parallelle verklaring voor mijn vermoeidheid zie ik in de jaarringen van bomen.

In een klimaat met seizoenen maken bomen elk jaar een nieuwe laag hout aan. De brede lagen in de dwarsdoorsnede van hun stam ontstaan in de lente en zomer, de smalle komen van de herfst en winter.

Donkere en koude maanden zien dus nauwelijks groei. De boom spaart dan haar krachten, trekt zich in zichzelf terug om in de lente weer volop uit te lopen; ook mensen zijn gevoelig voor licht en temperatuur.

Er is heel veel in mijn dagen en weken om naar uit te zien – ik houd van mijn werk en vrienden, van mijn buurt en stad, maar als B me bij het ontbijt vraagt waar ik vandaag zin in heb dan zeg ik dat ik alleen maar wil slapen.

Ik geloof dat het van groot belang voor vrouwen is om op de werkvloer rekening te mogen houden met hun cyclus. In het verlengde daarvan wil ik signaleren dat de aarde en alles wat daarop leeft ook een cyclus heeft, die nog niet eens in het dénken over onze arbeidscultuur wordt meegenomen.

_______________________________________________

De poes op de foto doet het nog één keer voor

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

DE MENS ALS BIOPIC 12 Joop den Uyl

Denkend aan Mark Rutte zie ik een appel en een fiets, bij Jan Peter Balkenende een skateboard en bij Ruud Lubbers vrijwel niets, maar denkend aan Joop de Uyl: de Lockheed Affaire!

Regisseur Hans Hylkema vroeg of van die monarchie-ondermijnende affaire een televisieserie gemaakt zou kunnen worden. De VARA was geïnteresseerd en later ook het Mediafonds.

We gingen aan de slag.

*

Op de achterzijde van de intussen uitgebrachte dvd-box staat:

Den Uyl en de Affaire Lockheed is een onthullende serie over het grootste corruptieschandaal dat Nederland ooit gekend heeft. In februari 1976 wordt bekend dat een hoge regeringsfunctionaris smeergeld heeft aangenomen van vliegtuigfabrikant Lockheed. Het wordt snel duidelijk dat hiermee prins Bernhard wordt bedoeld. Het land is in rep en roer. Juliana dreigt met aftreden. De monarchie wankelt. Wanneer uit solidariteit met de prins hoge militairen zich met de zaak gaan bemoeien en het volk openheid van zaken eist, kan minister-president Den Uyl een beslissing niet meer uitstellen.’

De serie moest honderdvijftig minuten lang worden. Dat is pittig. Wat laat je zien? Wat wordt het vertelperspectief? Willen we knallende ruzies tussen de koningin en haar man, geheime deals in exotische hotels, Joop op de koffie bij Juliana, geschreeuw in de ministerraad, de opstand der Uilskuikens – Joops zeven kinderen?

Dat hebben we allemaal gebruikt in de serie, maar het centrale conflict, het grootste gevecht, voltrekt zich toch in Joops hoofd. Kiest hij voor monarchie of republiek? Hij is geen monarchist maar is wel gevoelig voor de samenbindende symboliek van Oranje: ‘Ik weet niet of ik Nederland een sprookje moet afnemen. Zo’n koningshuis is… poëzie in een vaste vorm.’

En zo zitten we drie delen lang te kijken naar een al wat oudere, rommelig geklede politicus met een gewetenskwestie.

*

Drie delen lang kijken naar een aarzelende minister-president, is dat wel boeiend? Ja nou!

In dramatheorieën komt het begrip Twijfel er weliswaar bekaaid van af, maar toch speelt het in elke vertelling een rol van betekenis. De vraag: wil ik verder leven of maak ik er een eind aan, domineert ons dagelijks leven. Het antwoord daarop doet ons handelen, of opzettelijk niet-handelen.

De beroemdste twijfelaar ooit is Shakespeares Hamlet. Juist zijn níet-handelen na de moord op zijn vader is het fundament van dat lange, propvolle toneelstuk. Alle scènes komen voort uit Hamlets zelfonderzoek.

In duizenden films zijn twijfels de kern, de motor van het verhaal.

– Zal ik uit de kast komen?

– Is de verdachte ten onrechte veroordeeld?

– Gaat hij of zij toch weer vreemd?

– Kan ik… wel betalen?

– Is rechtvaardigheid belangrijker dan verliefdheid?

– Hoe ga ik mijn misdaad maskeren?

– Met welke leugens kan ik…?

– Moet ik Nederland verlossen van een koningshuis?

*

Deze laatste vraag geldt natuurlijk voor Joop den Uyl. In onze tv-serie is hij een spiegel die meningen, beschuldigingen, laster en dreigementen slechts incasseert en reflecteert. Hij besluit niet. En juist dat wordt spannend. Er wordt van alle kanten op hem ingepraat.

IN DE MINISTERRAAD:

‘Het kan bloederig worden, Joop.’

‘Hoe kunnen we de monarchie redden en toch Bernhard straffen?’

‘Hij hoort in de Bijlmerbajes.’

‘Die mof van Soestdijk is nu al bezig hoge officieren te mobiliseren voor een Burgeroorlog.’

Tot slot minister DRIES VAN AGT:

‘Een ieder is gelijk voor de wet, maar Gods Gratie treft alleen het koningshuis.’

PRINS BERNHARD:

‘Waar rook is, daar is vuur? Wat is dat voor geouwehoer, mijnheer Den Uyl!

‘Henry Kissinger, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken is van mening dat ons Atlantisch militair industrieel stelsel niet ondergraven moet worden door een linkse, wraakzuchtige rakker uit Holland!’

DE KINDEREN DEN UYL:

‘Hoe is het met de zakkenvuller van Soestdijk?

‘Pa… Je bent een kruiperige hermelijnluis.’

‘We zijn van plan het Paleis op de Dam te kraken.’

ECHTGENOTE LIESBETH:

‘Vind je het zwaar, Joop?’

JULIANA:

‘Ik zal mijn man nooit voor het oog van de wereld het schavot op duwen.’

‘U zelf heeft een doos sigaren van Fidel Castro aangenomen, mijnheer Den Uyl.’

GOLDA MEÏR (premier van Israël 1969-1974):

‘Jouw regering, Joop, heeft Israël gered, moreel en letterlijk, met wapens, gevechtsvliegtuigen, van alles. Prijs God daarvoor.’

BEATRIX:

‘Als mijn vader een strafklacht aan de broek krijgt dan zal ik mijn moeder níet opvolgen.’

                                                       *

Aan het slot spreekt Den Uyl in de kamer van minister Vredeling de militaire top van Nederland toe: ‘Dit betekent dat Prins Bernhard eervol wordt ontslagen als inspecteur-generaal van de krijgsmacht, dat hij al zijn functies in het bedrijfsleven op moet geven en dat hij zich niet langer in het openbaar in uniform dient te vertonen.’

En Juliana schrijft: ‘Geachte heer Den Uyl, Ik ben u intens dankbaar voor de zware operatie die u op mijn man heeft uitgevoerd. Ik ben ervan overtuigd dat dit tot zijn uiteindelijke herstel zal leiden.’

                                                    *

Tijdens de aftiteling verschijnt de tekst: ‘Op dat moment wist vrijwel niemand van het bestaan van geheime bijlagen, waarin staat dat Prins Bernhard ook van de Northrop-vliegtuigfabriek en van andere multinationals smeergeld toegestopt heeft gekregen.’

*

  • De rol van Joop Den Uyl werd schitterend gespeel door Joop Keesmaat. Medeauteur Hans Hylkema regisseerde prachtig. De serie Den Uyl en de Affaire Lockheed werd bekroond met de Lira-scenarioprijs 2013.
Foto van Ger Beukenkamp
Ger Beukenkamp

Ger Beukenkamp (1946) is scenarioschrijver en schreef meer dan honderd scripts voor toneel, film en televisie, waaronder Ik ga naar Tahiti, Majesteit en Den Uyl en de affaire Lockheed. Zijn scenario’s zijn veelvuldig bekroond, onder meer met de Liraprijs, de Prix d’Italia en twee Gouden Kalveren (voor De kroon en De prins en het meisje). Hij is auteur van een handboek over schrijven voor film, toneel en televisie, en van Multatuli, het leven van een klokkenluider in twintig dialogen. Daarnaast geeft Beukenkamp les in scenarioschrijven.

Ballen

Dit is de eerste keer in vijftien jaar dat ik ga zeuren in een column, maar als een grote groep mensen in deze samenleving zich chronisch misdraagt, dan moeten we daar toch echt iets mee.

Ik zeg dit niet om mijn gram te halen of anderen te kwetsen; ik zeg het omdat het gedrag van deze groep volgens mij kan worden bijgestuurd, waarna we weer met zijn allen door een deur kunnen.

In het café waar ik elke donderdag barman ben, komen alle leeftijden en geaardheden kopstootjes drinken. Schippers, schrijvers, metaalbewerkers, instrumentenbouwers, voormalig wapenhandelaars, studenten en veroordeelde drugssmokkelaars – iedereen is welkom.

Er is maar één groep waar ons personeel het moeilijk mee heeft, en dat zijn ballen. Mocht je niet meteen weten wat ik met ballen bedoel, dan ben je er waarschijnlijk een. Gelukkig heb ik ook een checklist:

  • Heb je geen vrouwelijke vrienden en ga je nooit met minder dan vier man op stap?
  • Als jullie naar een café gaan, roep je dan bij binnenkomst meteen de barman bij je zodat hij kan staan wachten terwijl je rustig inventariseert wat je maten willen drinken – inclusief Friso, die eerst nog even naar de plee moet?
  • Als zo’n barman na een paar minuten wegloopt, mopper je dan tegen je maten over de service?
  • Sta je het liefst bij die opening in de hoek van de bar waar het personeel erlangs moet om andere gasten te bedienen? En tikt zo’n barman je dan élke keer aan als hij erlangs moet, waardoor je geïrriteerd raakt en steeds trager aan de kant gaat?
  • Heb je de neiging om lege bierglazen in je linkerhand te stapelen en een vol glas in je rechterhand te houden?
  • Voel je na acht bier de aandrang om sigaretten te bietsen van die twee jonge meiden aan de bar, hoewel ze minder dan een kwart van jouw salaris verdienen?
  • Vind je na negen bier dat het wel eens tijd wordt dat het café een rondje geeft?
  • Vind je het na tien bier absurd dat je je glas niet meer mee naar buiten mag nemen en los je dat op door je glas in de zak van je jasje mee naar buiten te nemen?
  • Als de barman je daarop aanspreekt, geef je hem dan gelijk, om daarna tegen je maten te zeggen dat dit echt een kutkroeg is en dat die eikel naar zijn fooi kan fluiten?
  • Vind je wel eens dat er over die sluitingstijden écht niet zo moeilijk moet worden gedaan, helemaal – je wilde er niet over beginnen, maar je doet het tóch – gezien wat je hier verdomme voor een geld heen draagt?
  • Vind je na de laatste ronde dat er wel eens rondje van het huis mag komen en weet je heel zeker dat dit niet de tweede keer is dat je hierover begint?
  • Vind je fooi – ook als het personeel zich gewoon onderdanig heeft opgesteld – onnodig?
  • Sta je in je recht om woedend te zijn als die eikel van een barman een kwartier na sluitingstijd je nog halfvolle bierglas (waarvoor je óók nog betaald hebt) voor je neus weghaalt?
  • Heb je na sluitingstijd wel eens in de plantenbak op het terras van een café gepist omdat het personeel het daar echt naar gemaakt had?
  • Zou je ook maar één barman van het café waar je al jaren komt herkennen als je die op straat tegenkwam?

Als je op een of meer van bovenstaande vragen ja zou antwoorden en op die laatste nee, dan ben je een bal.

Maar ik ben hier dus niet om mijn gram te halen. Ik kom ook met een oplossing.

Ik stel een buddysysteem voor, waarmee we jouw complexe groep op weg helpen naar meer aansluiting met de rest van onze maatschappij.

Wat nou, als elke bal een bijbal kreeg?

Iemand die met je meegaat naar dat café, die er voor je is op al die lastige momenten.

Die je laat zien dat het ook anders kan.

Elke donderdag sta ik geheel tot jouw beschikking.

_______________________________________________________

De mannen op de foto zijn barmannen, en stellen zich op vrije avonden belangeloos ter beschikking als bijbal

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Jonge mensen

Voordat ik achter de bar begon te werken bij Café De Druif wist ik dat het personeel een stuk jonger zou zijn dan ik. Ik maakte me daar geen zorgen over, omdat er in mijn eigen vriendenkring ook een paar twintigers zaten – de communicatie met hen was nooit problematisch.

Ik had er alleen niet bij stilgestaan dat die jonge vrienden allemaal schrijver waren – zoals ik hier al eerder zei: bejaarden in het lichaam van een twintiger. De mensen met wie ik nu bier ging tappen waren gemiddeld vijfentwintig en geen van allen schrijver. Een klein jaar bleek nodig voordat ik alle grappen snapte; de afkortingen in onze appgroep.

Ik heb me ongetwijfeld aangepast aan deze nieuwe omgeving, maar de reden dat ik nu totaal geen kloof meer ervaar zit meer in de aard van het werk: druk, sociaal, fysiek. Het is krap achter dat barretje, je bent al lichamelijk met elkaar vertrouwd voordat je weet hoe iemands ouders heten, wat iemand studeert.

Tegenwoordig zou ik met elk van mijn collega’s wel een weekend weg willen; daar ging het deze week ook over toen ik met drie van hen uit eten ging – dat we dat misschien een keertje moesten doen.

Als ik met Yuma, Vik en Lieve uit ben dan pak ik op geen enkele manier een seniore rol, en je zou je kunnen afvragen waar het dan zo’n hele avond over gaat. Ik ben er heel veel van vergeten, maar we spraken zeker over eten, over Yuma’s nieuwe baan en over dat weekendje weg.

Over ieders wensen voor de toekomst ging het ook; daar kan ik nog goed in mee – wie geen wensen voor de toekomst heeft leeft zonder hoop, en ik ben van plan om tot het bittere einde hoopvol te blijven.

Bovenal geloof ik dat onze gemene deler de humor is, de zelfspot – er zit daardoor een lichtheid onder zelfs de zwaarste onderwerpen.

Ik ben blij dat ik nog elk jaar nieuwe en diverse vrienden maak. Zoals cryptogrammen je cognitief op peil houden in de jaren van verval, zo houden die contacten me warm en verbonden op een leeftijd waarop de sociale cirkel van de meeste mensen aan een onherroepelijke krimp begint.

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij DE MENS ALS BIOPIC 11 H.N. Werkman

    DE MENS ALS BIOPIC 11 H.N. Werkman

    Saaie mensen, dat zijn de beste. Voor een goed verhaal moet je bij hen zijn. In de film Being There, gebaseerd op een roman van Jerzy Kosinski, moet tuinier Chance (Peter Sellers) na het overlijden van zijn rijke werkgever de ommuurde tuin van zijn baas verlaten. Nooit heeft Chance – middelbare leeftijd – met eigen...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Psychologie – over kleur in het leven

    Psychologie – over kleur in het leven

    Larousse 23 Hoe het licht door het raam valt bepaalt bij glas-in-lood hoe kleurig de afbeelding wordt. In de nacht is er geen kleur. Generaties kerkgangers moeten op sombere en op zonnige dagen tijdens lange kerkdiensten afdwalend de vergelijking hebben getrokken tussen stemming en kleur. Lang voor de psychologie gemeengoed werd. De kerkvloer is steengrijs,...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Feestweek

    Feestweek

    Toen ik jong was – onder de vijfenveertig – heette de periode tussen kerstavond en nieuwjaarsdag onder mijn vrienden De Feestweek. Er gold dan één harde regel: als een vriend je smste dan moest je komen. Ik herinner me karaoke-zingen in een verder lege Meander op Eerste Kerstdag; bachata dansen (wat ik eigenlijk niet kan)...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Eline Helmer
    Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

  • Foto van Lia Tilon
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • Foto van Anja Sicking
    Anja Sicking

    Anja Sicking schrijft romans en essays. In haar laatste boek, De visionair, onderzoekt ze via de verbeelding
    hoe de toekomst eruit zou kunnen zien.