intro

Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten?
Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen.

U bent van Tirade gewend dat we u een smakelijke cocktail voorschotelen met het nieuwste en beste aan proza, poëzie en essays. Zoals een goed Amsterdams café de precaire balans weet te vinden tussen studenten, toeristen en alcoholisten, waarbij geen van die groepen de overhand neemt, zo balanceren we bij Tirade die drie genres op het slappe koord van de boekband.

Maar elk goed café heeft ook zo nu en dan eens een avondje, misschien bestaat de kroeg zoveel jaar, of de uitbater is jarig, of gewoon omdat het personeel een soort kriebel voelde, en dan gaan de gordijnen dicht en de kassa gaat uit en dan komen alle drankorgels zich op kosten van de zaak vol laten lopen.

Enfin, voor deze homerische vergelijking écht onherroepelijk uit de klauwen loopt zal ik eens opsommen van wie u zoal gedichten kunt lezen in dit kersverse poëzienummer. U zult bekende namen tegenkomen, zoals Thomas Möhlmann, Hélène Gelèns en onze eigen Dean Bowen. Maar u gaat ook veel recente debutanten tegenkomen, zoals Tijl Nuyts, Gerda Blees en de nog niet met een bundel gedebuteerde Asha Karami, die wel al hoge ogen gooide op het NK Poetry Slam, waar ze tweede werd.

Helaas bevat dit nummer geen gedichten van Alfred Schaffer. Diezelfde zin zou ik met een heleboel namen van Nederlandse dichters kunnen maken, want er staan natuurlijk altijd genoeg geweldige dichters níet in een nummer van Tirade. Dat ik Alfred Schaffer hier noem is dan ook met een reden, want hij tekende voor de rubriek ‘de tirade’. Geen poëzie, maar wel Schaffer dus. De schaal bitterballen, pardon, de illustraties zijn van Dorien de Wit. Proost op café Poëzie!

Bestellen kan hier.

Nr. 473, 2018 | 

Bestel

Historisch
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij... Lees verder
  • Nr. 30, 1959
    177 Tijdgenoten (Propsper Mérimée) 181 H.U. Jessurun d’Oliveira – Interview met Lucebert 187 H.U. Jessurun d’Oliveira – Lucebert, Nar en Koning 190 Henk Romein Meyer – Leraar in den vreemde 202 Chris J. van Geel – Gedichten 203 Josine W.L. Meyer – Camus en het absurde leven 208 Alfred Kossmann – Gebed tegen de dominees
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each... Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog... Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er... Lees verder
  • Nr. 444, 2012
    In zijn befaamde en veelkantige essay ‘De troost der pornografie’ uit Rudy Kousbroek zijn verbazing over het feit dat pornografie altijd op zoveel morele afkeuring stuit. Tegelijkertijd erkent hij dat er op kunstzinnig vlak nog weinig eervols is bereikt binnen het genre. Hij besluit zijn betoog als volgt: ‘Ik schrijf nog wel eens een brochure... Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus... Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien... Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië.... Lees verder
  • Nr. 446, 2012
    Geen slechtere adressant voor de schrijversbrief dan de ambtenaar, de huisbaas of de proleterige bovenbuurman. Alle stilistische artillerie wordt in stelling gebracht, maar de geadresseerde is zelden bij machte om dat te kunnen waarderen. En dus vroegen wij schrijvers: bevindt zich in uw la nog een brief die wij aan de vergetelheid kunnen ontrukken?In dit... Lees verder
  • Nr. 482, 2020
    Op de plank. 75 jaar Uitgeverij Van Oorschot Tirade, in 1957 opgericht als het ‘blaadje’ van Uitgeverij Van Oorschot en nog altijd onderdeel van de uitgeverij, viert met dit nummer het 75-jarig bestaan van de uitgeverij. We gaven een batterij schrijvers de opdracht om te kijken welke boeken van Van Oorschot zij op de plank... Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction... Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade... Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de... Lees verder
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig... Lees verder

Lees de Tirade Blog

  • Joseph Roth - Leviathan - slot

    (Lees vanaf het begin) Acht dagen later stierf ze, voorzeker als gevolg van de hersenschudding! En niet geheel ten onterecht meende Nissen Piczenik dat zijn vrouw niet alleen aan een hersenschudding was overleden, maar ook omdat haar leven van geen enkel ander leven van wie ook maar op de wereld afgehangen had. Niemand had gewild...
    Lees verder
  • De dood van Misha Meijer

    Sinds de scholen dicht zijn, fietst Nadim op maandagochtenden mee op mijn hardlooprondje door het Westerpark. Hij doet het met plezier, wat ik niet had verwacht omdat mijn jongen een geboren bankhanger is. Onder het rennen doen we rekensommen of praten we Engels, wat hij veel leuker vindt. Toen we eergisteren langs het oude Sloterdijk...
    Lees verder
  • Joseph Roth - Leviathan 9

    (hier lezen vanaf het begin) 7 En zo bracht de duivel koraalhandelaar Nissen Piczenik voor de eerste maal in verzoeking, en de duivel heette Jenö Lakatos en kwam uit Boedapest, en hij introduceerde nepkoralen in Rusland, de celluloïdkoralen die als je ze aansteekt blauwachtig branden, als de kringen van de hel. Toen Nissen Piczenik thuiskwam,...
    Lees verder