Joseph Roth – Leviathan 3

(eerst deel 1 lezen)

2

Hij had arme en rijke clientèle, vaste en toevallige. Onder zijn rijke klanten waren twee boeren uit de omgeving van wie er een, Timon Semjonowitsj, hop verbouwde en ieder jaar goede zaken deed als de graanmakelaars uit Neurenberg, Saaz en Judenburg langskwamen. De andere boer heette Nikita Ivanovitsj. Hij had niet minder dan acht dochters, die achter elkaar trouwden, en die allemaal koralen wilden. De gehuwde dochters – het waren er tot dan toe vier – kregen amper twee maanden na het huwelijk kinderen – en dat waren wederom dochters – en ook deze hadden hadden koralen nodig; zelfs de baby’s, om het boze oog af te wenden. De leden van deze twee families waren de meest vooraanstaande gasten in Nissen Piczeniks huis. De dochters van deze beide boeren, hun kleinkinderen en schoonzonen, schonk de handelaar de goede schnaps die hij in zijn kist bewaarde, een zelfgemaakte schnaps gestookt met mieren, gedroogde paddenstoelen, peterselie en Duizendguldenkruid. De andere regelmatige klanten moesten genoegen nemen met een gewone, gekochte wodka. Want op deze plek werd geen koop gesloten zonder een drankje. Klant en handelaar dronken, opdat de transactie zowel voordeel als zegeningen op zou leveren. Er lag ook in hoopjes tabak in het huis van de koraalkoopman, voor het raam, bedekt met vochtig vloeipapier zodat het vers zou blijven. Men kwam namelijk niet naar Nissen Piczenik als naar een winkel, om gewoon iets te kopen, ervoor te betalen en dan te vertrekken. De meeste klanten hadden een lange reis gemaakt, en dus waren ze niet slechts klanten, maar vooral te gast bij Nissen Piczenik. Hij bood ze iets te drinken aan, te roken en soms te eten. De vrouw van de koopman kookte boekweit met uien, borsjt met room, ze grillde appels, aardappelen en in de herfst pofte ze kastanjes. De klanten waren dus niet slechts klanten, maar ook te gast in het huis van Piczenik. Soms zongen de boerinnen mee met de rijgsters terwijl ze snuffelden naar een geschikt koraal; ze zongen samen, en zelfs Nissen Piczenik begon in zichzelf mee te neuriën; en zijn vrouw tikte in de maat met de lepel op het fornuis. Als de boeren van de markt of uit de herberg kwamen om hun vrouwen af te halen en hun aanwinsten te betalen, moest de koraalkoopman ook met hen schnaps of thee drinken en een sigaretje roken. En elke goede klant kuste de handelaar als was hij zijn broer.

Want als we eenmaal met iemand iets gedronken hebben, is ieder goede en redelijke kerel onze broeder en elke vrouw onze zuster – en er is geen onderscheid meer tussen boer en handelaar, jood en christen; en wee degene die het tegenovergestelde zou beweren!

3

Elk nieuw jaar werd Nissen Piczenik echter ontevredener met zijn rustige leventje, zonder dat iemand in het stadje Progrody dat doorhad. Zoals alle joden ging de koraalkoopman twee keer daags, ‘s ochtends en’ s avonds naar de synagoge, vierde de feestdagen, vastte op vastendagen, gordde gebedsriem- en mantel om, wiegde met zijn bovenlijf, sprak met de mensen, praatte over politiek en de Russisch-Japanse oorlog, over alles wat in de kranten stond en alles wat de wereld bezighield. Maar het verlangen naar de oceaan – vaderland der koralen – woonde in zijn hart, en uit de kranten die twee keer per week Progrody bereikten, liet hij zich, daar hij niet lezen kon, het eerst voorlezen wat maar enigszins maritiem nieuws was. Net als over koralen had hij heel bijzondere opvattingen over de zee. Hij wist dat er veel zeeën in de wereld waren, maar de enige echte zee was die je moest oversteken om naar Amerika te komen.

Op een dag gebeurde het dat de zoon van de lakenhandelaar Alexander Komrower, die drie jaar geleden bij de marine was gegaan, voor een kort verlof thuiskwam. De koraalkoopman had nog niet gehoord over de terugkeer van de jonge Komrower of hij stond al op zijn stoep en begon te vragen naar de geheimen van schepen, water en wind. Waar iedereen in Progrody ervan overtuigd was dat de jonge Komrower zich uit domheid naar de gevaarlijke oceanen had laten slepen, beschouwde de koraalhandelaar de matroos als een begaafde jongen die de eer was toegevallen en die zo gelukkig was tot op zekere hoogte vertrouweling, ja in zekere zin familie van het koraal te zijn geworden. En de vijfenveertigjarige Nissen Piczenik liep urenlang arm in met de tweeëntwintigjarige Komrower over het stadsplein. – Wat wil hij toch van Komrower? – vroegen mensen zich af. – Wat wil hij van mij? – dacht ook de jongen.

Tijdens het gehele verlof dat de jongeman in Progrody doorbracht, week de koraalhandelaar nauwelijks van zijn zijde. De vragen van de oudere man kwamen op de jongen nogal wonderlijk over:

‘Kun je de bodem van de zee zien met een telescoop?’

‘Nee’, zei de matroos, ‘met de telescoop kijk je alleen in de verte, niet in de diepte.’

‘Kun je’, vroeg Nissen Piczenik verder, ‘als je een matroos bent, je op de bodem van de zee laten vallen?”

‘Nee,’ zei de jonge Komrower, ‘maar als je verdrinkt, zink je waarschijnlijk naar de bodem van de zee.’

‘Kan de kapitein het ook niet?’

‘Zelfs de kapitein kan het niet.’

‘Heb je al eens een duiker gezien?’

‘Een paar keer’, zei de matroos.

‘Komen de dieren en planten van de zee soms naar de oppervlakte?’

‘Alleen de vissen en de walvissen, die eigenlijk geen vissen zijn.’

‘Vertel eens’, zei Nissen Piczenik, ‘hoe ziet de zee eruit?’

‘Ze zit vol water’, antwoordde de matroos Komrower.

‘En is het zo weids als een groot land, een uitgestrekte vlakte dus, waarop geen huis staat?’

‘Het is zo groot – en nog veel groter!’, zei de jonge matroos. ‘En het is wat je zegt: een enorme vlakte, en hier en daar zie je een huis, maar dat is heel zeldzaam, en het is helemaal geen huis, het is een schip.’

‘Waar heb je die duikers gezien?’

‘Er zijn duikers’ – zei de jongen – ‘bij de marine. Maar ze duiken niet om te vissen op parels of oesters of koraal. Het is een militaire oefening, bijvoorbeeld in het geval dat een oorlogsschip zinkt en je waardevolle instrumenten of wapens naar boven moet halen.’

‘Hoeveel zeeën zijn er eigenlijk?

‘Ik zou het niet weten,’ antwoordde de matroos, ‘we hebben het op de opleiding gehad, maar ik lette niet op. Ik ken alleen de Baltische Zee, de Oostzee, de Zwarte Zee en de grote oceaan.’

‘Welke zee is het diepst?’

‘Dat weet het ook niet.’

‘Waar worden de meeste koralen gevonden?’

‘Ook dat weet ik niet.’

‘Hm, hm, zei de koraalkoopman Piczenik, ‘jammer dat je dat allemaal niet weet.’

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop
  • Nr. 481, 2020
    Tirade stuurt haar afgezonderde lezers met nummer 481 een pak brieven toe, zoals altijd in de vorm van nieuw en bijzonder literair werk. De onlangs gedebuteerde Jack de Boer beschrijft in een indrukwekkend essay hoe het coronavirus zijn werk als schoolmeester in de war schopte. Redacteur Anja Sicking herlas Mary Shelley’s Frankenstein en reflecteert op...
    Lees verder
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig...
    Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder
  • Nr. 449, 2013
    Met bijdragen van: Heather BellWalter van den BergWim BrandsNikki DekkerMatthew DickmanAuke HulstFlorian Illichmann-RajchlSander KollaardHalbo KoolDelphine LecompteEva MeijerAki OllikainenZośka PapużankaCarel PeetersStine PilgaardLiz RosenbergBrenda ShaughnessyRichard SikenLize SpitLeo VromanJoost Zwagerman

Izmir (II)

Aan het begin van ons verblijf in Izmir was de vastenmaand Ramadan volop gaande, maar we merkten er in de wijk waar mijn moeder woonde weinig van. Alle cafés en restaurants waren overdag redelijk bezet en niemand leek zich te storen aan korte broeken of blousjes met korte mouwen.

Twee dagen voor het Suikerfeest, de afsluiting van de Ramadan, wilden we de archeologische site van Oud-Smyrna in Bayraklı, gelegen in de kromming van de baai, bezoeken. Oud-Smyrna was een belangrijke Ionische stad in de zevende eeuw voor Christus, werd vernietigd door de Lydiërs en daarna de Perzen. Alexander de Grote liet vier kilometer verderop, waar het centrum van het huidige Izmir zich bevindt, de stad herbouwen (Smyrna). De ruïnes, die we in 2018 bezochten, liggen aan de voet van de berg Kadifekale (Pagos) met uitzicht op de baai, achter het district Kemeraltı. Sinds enkele jaren worden er restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Smyrna bleef in de Hellenistische en later de Romeinse periode een belangrijke handels- en havenstad.

De archeologische site van Oud-Smyrna was echter gesloten. Wij waren teleurgesteld.

Het Suikerfeest duurt officieel drie dagen maar de regering had de duur verlengd. Onverwachts zagen de mensen met twee aansluitende weekenden een vakantie van negen dagen in het verschiet liggen, een cadeau van de regering aan de toerismesector, een tegenvaller voor ons.

Wij maakten een korte wandeling in de buurt. Kramen en winkels vol lekkernijen en banketbakkers waar een koortsachtige bedrijvigheid heerste kondigden de komst van het Suikerfeest aan. Even verderop was men begonnen met de voorbereidingen voor een kermis, die nu al de belangstelling van de kinderen trok: armen over elkaars schouders geslagen of de handen gekruist op hun rug, stonden ze de werkzaamheden gade te slaan.

Het straatbeeld was hier beduidend anders dan bij mijn moeder. Wij zagen meer vrouwen met hoofddoeken, gekleed in broeken en mantels die tot aan de enkel reikten, en mannen met baard. Dit is een van de buurten waar in de afgelopen decennia inwoners uit de conservatieve provincies in midden- en zuidoost-Turkije zijn neergestreken. De levensstandaard is aanmerkelijk lager dan de wijken langs de kuststrook.

Maar ook hier stuitten wij verrassend genoeg op een theetuin waar we thee konden drinken met een paar andere gasten.

We hadden het voornemen om op weg van Izmir naar Mersin (950 km zuidoostelijk gelegen aan de Middellandse Zee) de stad Konya aan te doen. De schoondochter van de buurvrouw van mijn moeder die vorig jaar tijdens de Ramadan Konya had bezocht raadde het ons af daar nu heen te gaan: zij trof toen alle restaurants tot zonsondergang, de iftar, gesloten. Een bevriende restauranthouder liet hen stilletjes binnen zodat ze konden lunchen. Op straat ontlokte de waterfles in haar hand afkeurende blikken van omstanders,  waardoor ze niet openlijk durfde te drinken. Op stille plekken nam ze ongezien snel een slok. Wij besloten op de terugweg Konya toch aan te doen.

Wie Turkije op zijn kop wil meemaken moet tijdens het Suikerfeest (of het Offerfeest dat er zes weken later op volgt) dit land bezoeken. Alle kaartjes en tickets voor reizen per vliegtuig, bus, trein en boot zijn dagen tevoren uitverkocht en de hotels zijn volgeboekt. Wij wilden het Suikerfeest bij mijn zus vieren, maar buskaartjes waren pas voor de tweede dag beschikbaar. Ook mijn moeder moest haar vertrek naar haar appartement in Datça uitstellen. Mijn broer kon geen huurauto vinden om haar erheen te brengen.

Voordat zij naar Datça vertrok, reisden wij per bus naar Mersin. Ik zag aan mijn vrouw dat haar reislust was gewekt. Het was jaren geleden dat we zo’n lange reis per bus hadden gemaakt.

Kerim Göçmen

Kerim Göçmen werd in 1957 geboren in Izmit, een stad ten oosten van Istanbul. Hij bracht zijn jeugd door in diverse plaatsen in Turkije, waar zijn vader het ambt van rechter uitoefende. In 1974 begon hij met de studie werktuigbouwkunde in Ankara. Drie jaar later kwam hij op uitnodiging van zijn tante naar Nederland. Hij veranderde van studie en koos voor politicologie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam.  Het geheim van de kromme neuzen was zijn debuut, daarna verschenen Rode kornoeljes en Kroniek van mijn schoolvakanties.

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Do not go gentle, Roode Bioscoop…

Het is nogal een gedicht, dat van Dylan Thomas: ‘Do not go gentle into that good night’ een villanelle, niet beter ten gehore gebracht dan door de meester zelf:

Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.

Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.

Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.

Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.

Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.

And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light

Theater de Rode Bioscoop verkeert in zwaar weer. Het bestuur meldt op de site dat er pijnlijke beslissingen genomen zijn: het personeel is ontslagen, inclusief de artistiek leider. Met als belangrijkste doel het openhouden en voortbestaan van de Roode Bioscoop. Mis ik hier iets, of kun je niet in rede aannemen dat een culturele instelling kan voortbestaan zonder de mensen die het maken wat het is: het personeel.

Felix Strategier, voorman en oprichter van zowel de Rode Bioscoop als ‘De gebroeders Flint’ – het hoofdgezelschap van de Roode Bioscoop – wilde altijd tijdens zijn leven nog iets doen met Dylan Thomas’ gedicht. Nu worden er afscheidsbijeenkomsten gehouden in de Roode Bioscoop, Felix overleed 17 maart. Dit gedicht speelt een rol, de musici Saskia Meijs, Fuensanta Méndez en Marko Bonarius maken een interpretatie. Teken de petitie!

Moeilijk te vertalen dit gedicht, maar ik deed een poging als kleine bijdrage en als een eerbetoon aan Felix Strategier:

Betreed niet te gedwee die goede nacht,
Ouderdom moet branden, furieus als het bijna is gedaan;
Raas, raas voor de dood het licht ten einde bracht

Hoewel de wijze weet dat aan het eind het donker wacht,
daar zijn woorden nimmer vonken deden slaan:
Betreed niet te gedwee die goede nacht.

De rechtvaardige, die voorbij de laatste golf, huilend tracht
zijn zwakke daden dansend in een groene baai te laten gaan,
Raas, raas voor de dood het licht ten einde bracht.

De avonturier, die zong tijdens zijn zonnejacht
en te laat en zeer bedroefd ziet dat het is vergaan;
Betreed niet te gedwee die goede nacht,

De ernstige, stervend, die met afnemend zicht nog tracht
Als een meteoor te stralen, blik op vreugdevol bestaan
Raas, raas voor de dood het licht ten einde bracht

En jij, mijn vader, liggend daar op droeve hoogte zacht,
ik smeek je, vervloek me, zegen me met je woeste traan.
Betreed niet te gedwee die goede nacht,
Raas, raas voor de dood het licht ten einde bracht

Do not go gentle, Roode Bioscoop!

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Joseph Roth - Leviathan 3

    (eerst deel 1 lezen) 2 Hij had arme en rijke clientèle, vaste en toevallige. Onder zijn rijke klanten waren twee boeren uit de omgeving van wie er een, Timon Semjonowitsj, hop verbouwde en ieder jaar goede zaken deed als de graanmakelaars uit Neurenberg, Saaz en Judenburg langskwamen. De andere boer heette Nikita Ivanovitsj. Hij had...
    Lees verder
  • Izmir (II)

    Aan het begin van ons verblijf in Izmir was de vastenmaand Ramadan volop gaande, maar we merkten er in de wijk waar mijn moeder woonde weinig van. Alle cafés en restaurants waren overdag redelijk bezet en niemand leek zich te storen aan korte broeken of blousjes met korte mouwen. Twee dagen voor het Suikerfeest, de...
    Lees verder
  • Do not go gentle, Roode Bioscoop...

    Het is nogal een gedicht, dat van Dylan Thomas: ‘Do not go gentle into that good night’ een villanelle, niet beter ten gehore gebracht dan door de meester zelf: Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rave at close of day; Rage, rage against the dying of the light....
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • Machiel Jansen

    Machiel Jansen blogt voor Tirade incidenteel over zaken die ‘Big Data’ raken. Hij leidt het Scalable Data Analytics-team bij SURFsara Amsterdam. Machiel is gepromoveerd op Knowledge Engineering en heeft in 2007 bij verschillende bedrijven en universiteiten aan SURFsara gewerkt.

  • Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.