Roze

Ondanks vele uren Pippi Langkous en een zekere volharding van B en mij in het niet vrouwelijk stereotyperen van onze dochter is Ada gek op roze.

Op goede dagen trekt ze alles wat ze aan roze kleding heeft tegelijk aan en tolt dan pirouetten in de woonkamer. Ik wil graag melden dat ze daar vaak lakzwarte dr. Martens bij draagt.

Mensen die geen dochter hebben vragen me wel eens of een dochter ánders is; ik loop bij die vraag altijd vast. Een heel ander soort wezen, wil ik dan zeggen. Die twee zijn onvergelijkbaar. Maar ik zal nooit weten of dat een sekseverschil is, of gewoon het verschil tussen Ada en mijn zoon Nadim.

Elke vezel lijkt anders, van de tonus in hun handen tot hun geur. Ik houd ook op totaal verschillende manieren van mijn kinderen. Dat is wat ze me hebben geleerd: dat er verschillende manieren zijn om van mensen te houden, en dat die specifiek zijn voor die ene geliefde persoon.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

In de Oorshop
  • Nr. 481, 2020
    Tirade stuurt haar afgezonderde lezers met nummer 481 een pak brieven toe, zoals altijd in de vorm van nieuw en bijzonder literair werk. De onlangs gedebuteerde Jack de Boer beschrijft in een indrukwekkend essay hoe het coronavirus zijn werk als schoolmeester in de war schopte. Redacteur Anja Sicking herlas Mary Shelley’s Frankenstein en reflecteert op...
    Lees verder
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig...
    Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder
  • Nr. 449, 2013
    Met bijdragen van: Heather BellWalter van den BergWim BrandsNikki DekkerMatthew DickmanAuke HulstFlorian Illichmann-RajchlSander KollaardHalbo KoolDelphine LecompteEva MeijerAki OllikainenZośka PapużankaCarel PeetersStine PilgaardLiz RosenbergBrenda ShaughnessyRichard SikenLize SpitLeo VromanJoost Zwagerman

Nr. 45: nog een week

‘Trump?’ vraagt mijn vriendin. Het is zes uur ’s ochtends en de stem van de 45e president van de Verenigde Staten verstoort de stilte, ook al staat het volume op mijn smartphone op zijn laagst. Ze weet het antwoord al. Het nieuws rond nr. 45 is als een wekker, die niet alleen het begin van mijn dag aankondigt, maar ook het ritme ervan bepaalt. Het is geen aangenaam begin, gezicht en stem zijn niet bepaald aantrekkelijk, de berichten omtrent de sociopaat en zijn hielenlikkers weinig verheffend en vaker nog verontrustend. Waarom dan toch deze obsessie, deze nieuwshonger, dit nachtelijk doomscrollen? Niet eerder in mijn leven heb ik een aaneengesloten periode zo’n obsessie gehad met politiek. Het is alsof ik via een digitale navelstreng ben verbonden met Washington. Liveblogs en nieuwswebsites, Facebook, The New York Times (ik heb een abonnement waar ik maar niet van los kan maken, al ben ik afgestapt van het lezen van alle lezerscommentaren en lees alleen nog maar de NYT Picks), CNN voor de msm en nu en dan Fox voor de spin, The Atlantic en The New Yorker voor de dieper gaande beschouwing en culturele duiding, Politico voor de machinaties achter de schermen, Axios voor de synopsis, Rawstory voor het laatste nieuws met link, etc. etc., en altijd is er weer het rondje langs de stemmen op Twitter, waarna Rawstory weer klaar staat met een verse update. En dit alles neemt tijd weg van lezen en schrijven, breekt de focus en stemt somber. (Als dit blogje ademloos lijkt, is het dat omdat de auteur het is.)

We hebben het ook hier gehad, de machtsgreep van de veelal uit het bedrijfsleven komende machers, die beweren eens even flink de bezem door de kast te zullen halen (de politiek is waarschijnlijk de enige sector waar leken en ondeskundigen het bastion kunnen bestormen en op legitieme wijze innemen). Maar zoals altijd is alles in de VS scherper, groter en grootser. En dat maakt het fascinerend. Het is als het klimaat in de Midwest met zijn verzengende hete zomers en strenge winters. Het is moeilijk weg te kijken van het drama dat zich als een vliegramp in slow motion voor ons volstrekt. Het heeft iets als staren in de zon: je weet dat het niet goed voor je is, maar toch kijk je om te zien hoever je je ogen kunt openen.

Polarisatie, het woord lijkt de situatie in de VS samen te vatten. Het is House of Cards op steroïden. Maar meer nog dan de polarisatie is het een ander aspect dat me de afgelopen vier jaar heeft verbijsterd: de personificatie van de politiek. Het feit dat het politieke bedrijf wordt gerund door een aantal bejaarden; senatoren, die, gedekt door de constituents van hun thuisstaat, decennialang de koers van het land bepalen. Oude witte mannen en iets minder vrouwen. Casus Mitch McConnell, de meerderheidsleider in de senaat en je reinste machiavellist in deze modeldemocratie. Wat doet hij behalve het dwarsbomen van Obama’s wetsvoorstellen en benoemingen en het erdoorheen jassen van de extreem conservatieve? Hij grinnikt. Hij grinnikt in interviews als hem wordt gevraagd hoe hij het allemaal voor elkaar krijgt, hij grinnikt als hem wordt gevraagd waarom hij een covid-steunpakket ten behoeve van de Amerikaanse burgers tegenhoudt (link). Cynisme ten top, pure evil. Maar McConnell zit en kan blijven zitten als teken van een gebroken systeem, kan blijven zitten omdat de ene stem meer weegt dan de ander.

Oude witte mannen, ze weten het: door demografische ontwikkelingen gaan ze het afleggen: verstedelijking, emancipatie, onderwijs, immigratiestromen, overwegend democratische minderheden die samen de meerderheid zullen gaan vormen. Amerikanen van wie de vaders lid waren van de KKK of de opa’s nostalgisch herinneringen ophaalden over lynchpartijen zullen uitsterven. Dit is geen conservatieve revolutie maar een langdurige, zich mogelijk over decennia uitstrekkende conservatieve stuiptrekking. De Proud Boys voeren een achterhoedegevecht.

Maar het nieuws is deprimerend, maagkerend, iedere dag. De benoeming van de ultraconservatieve, klimaatontkennende Amy Coney Barrett voor het leven in the Supreme Court, kan het land zo’n ruk naar rechts geven, dat het op het gebied van arbeids-, vrouwen- en genderrechten op de standenmaatschappij zal lijken die wij in de jaren vijftig hadden.

Is er dan niets dat hoop geeft? Iets verheffends, een vorm van esprit? Jawel, er zijn de peilingen, die duiden op een grote overwinning voor Biden (maar dat een overwinning geen enkele zekerheid geeft is al iets beangstigends). Jawel, er is Sarah Cooper, wier lipsynchronisaties zo verfijnd en tegelijk hilarisch zijn dat ik haar bij het horen van nr. 45 voor me zie, en er is The Lincoln Project, een groep republikeinen die van nr. 45 af willen, scherp zijn als een floret, en het trollen tot kunst hebben verheven. Het billboard op Times Square met daarop het paar Trump-Kushner (Jared met zijn uitspraak ‘New Yorkers are going to suffer and it’s their problem’, Ivanka het dodental als een product presenterend) was al een huzarenstukje, werd nog overtroffen door hun weerwoord na de juridische dreiging door de advocaat van het Witte Huis. Panache, esprit. Ik voelde me voor het eerst sinds tijden elated door iets dat met politiek van doen had (Sla vooral de vooral de voetnoten niet over).

 ‘Nog een week,’ zeg ik tegen mijn vriendin. ‘Hij gaat verliezen. Hij staat dik in de min.’ (‘Hij’ is al haast een familielid geworden).

En dan??

Ich bin ein Amerikaner.

Gregor Verwijmeren

Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Hond worden (over Goethe en Canetti)

Het is zondagmiddag in coronatijd en ik maak een herfstwandeling door park Meyendel bij Wassenaar. In brede kolonnes marcheren we als één organische mensenmassa over paden langs berken, kinderkliminstallaties en duindoornstruiken. Waxjassen kraken en piepen, wollige laarzen vertrappen het mos, lauwwarme aardappelen dansen in kelen.

Twee nogal gedrongen, dikkige boxers aan een lijn komen hijgend op me af. De bijbehorende baas heeft een bijbehorend hoofd met een stompe, verwrongen snuit. Vrolijk lachend vertelt hij iets over zijn oogappels.

Goethe, de grote Duitse dichter, hield absoluut niet van honden. Zijn aversie had er mee te maken dat hij bang was in een dier te veranderen. Goethe-groupie Johann Peter Eckermann vertelde later hoe de schrijver reageerde bij de aanblik van dierenschilderijen van Heinrich Roos: ‘Ik word er altijd bang van als ik de dieren bekijk. Hun beperkte, lompe, dromende en geeuwende toestand haalt dezelfde gevoelens bij mij naar boven. Je zou er bang van worden zelf in een dier te veranderen, en je zou zelfs vermoeden dat de kunstenaar er zelf een geweest is.’

Toen Goethe zich aan het begin van de negentiende eeuw verdiepte in de Servische lyriek raakte hij helemaal in de war van de talloze metamorfosen van dier naar mens en weer terug en weer heen. Hij concludeerde: ‘Terugkerende doden spelen een belangrijke rol. Zelfs de nuchterste mensen zullen ongemakkelijk worden van alle wonderlijke gevoelens, voorspellingen en verborgen boodschappen van vogels.’ Het is dan ook niet voor niets dat hij in zijn eerste Faust de antagonist Mefistoles laat verschijnen in de gedaante van een zwarte poedel. ‘Der Pudels Kern’ is de kwaadaardigheid.

De even eclectische en ongrijpbare schrijver Elias Canetti keek er een eeuw later heel anders tegenaan. Hij vond de mens een ‘metamorfosebeest’ en hij zag in de dieren de oervormen van de mens weerspiegeld. ‘De dieren in ons denken’, schreef hij, ‘moeten weer machtig worden, zoals in de tijd voor hun onderwerping.’ Over Goethe was Canetti ambivalent. Zo vond hij dat niemand in Goethe een voorbeeld kon zien, want de flierefluitende, schelmachtige Duitse dichter had nooit echt levensgevaar geroken: ‘niet van buitenaf en niet van binnenuit’. Een heldere constatering: Goethe werd – anders dan de joodse Canetti – niet vervolgd, en werd niet of nauwelijks geplaagd door de waanzin.

De twintigste-eeuwse Canetti had de gruwelijkheid van de machinale oorlog leren kennen: de rassenhaat, de beestachtige wreedheid van de moderniteit. Hij zette de negentiende-eeuwse Goethe, voor wie dieren contrasteerden met de verheven mens, schaamteloos op zijn plek.

In de zelfverklaarde ‘hond-schrijver’ Canetti verscholen zich vele dieren. Hij was een man van zijn tijd die Freud en Nietzsche had kunnen lezen en die de onpeilbare driften van zijn onderbewuste onderkende.

In Goethe verscholen zich waarschijnlijk ook dieren, maar die zijn er nooit uitgekropen. Hij hield ze op afstand, opdat hij niet van gedaante kon verwisselen. Hond worden was hem een nachtmerrie.

De boksers scharrelen verder, ook voor deze rashonden is het zondag. Ik zie in de verte hoe een van de twee zich met een dromerige en geeuwende blik laat zakken in een polletje gras en zich ontlast. De baas met de hondenkop ritst een plastic zakje (met hondenpootjesprint) af van een rolletje, gaat door de knieën en ruimt de drol op. Dit is Wassenaar.

Als een lakei loopt hij achter zijn honden aan, en draagt hun poep.

Guido van Hengel

Guido van Hengel is historicus en schrijver van non-fictie. Hij schreef De zieners (2018) en De dagen van Gavrilo Princip (2014).

Meer blogs

  • Roze

    Ondanks vele uren Pippi Langkous en een zekere volharding van B en mij in het niet vrouwelijk stereotyperen van onze dochter is Ada gek op roze. Op goede dagen trekt ze alles wat ze aan roze kleding heeft tegelijk aan en tolt dan pirouetten in de woonkamer. Ik wil graag melden dat ze daar vaak...
    Lees verder
  • Nr. 45: nog een week

    ‘Trump?’ vraagt mijn vriendin. Het is zes uur ’s ochtends en de stem van de 45e president van de Verenigde Staten verstoort de stilte, ook al staat het volume op mijn smartphone op zijn laagst. Ze weet het antwoord al. Het nieuws rond nr. 45 is als een wekker, die niet alleen het begin van...
    Lees verder
  • Hond worden (over Goethe en Canetti)

    Het is zondagmiddag in coronatijd en ik maak een herfstwandeling door park Meyendel bij Wassenaar. In brede kolonnes marcheren we als één organische mensenmassa over paden langs berken, kinderkliminstallaties en duindoornstruiken. Waxjassen kraken en piepen, wollige laarzen vertrappen het mos, lauwwarme aardappelen dansen in kelen. Twee nogal gedrongen, dikkige boxers aan een lijn komen hijgend...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Julien Ignacio

    Julien Ignacio (1969) is schrijver en blogger. Hij is redacteur van Tirade en publiceerde theaterstukken en korte verhalen. Bij Van Oorschot verscheen in september zijn debuutroman Kus.

  • Berthe Spoelstra

    Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

  • Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.