Patatje oorlog

Wie Amsterdam bezoekt, maar geen zin heeft in Artis, kan ook een wonderlijke diersoort bekijken in snackbar De Friet Fabriek in Oost. Daar zit een schepsel – mens noch dier, lijkt het. Het tart iedere verbeelding, maar probeer er eens een vrouw van eind vijftig in te zien. Een vrouwtjesaap, met grote mannelijke knuisten en lange haren in een viezige grijstint.

   Ze komt op de fiets, gekleed in een stoffige en veel te grote jas, en gaat demonstratief aan zo’n rond tafeltje zitten en haar van huis meegenomen en zelfbereide frietjes opeten.

   De eigenaars van de friettent, Jianni en Priscilla, spreken haar op de eerste dag al aan.

   ‘Mevrouw, het is eigenlijk de bedoeling dat u aan de balie iets bestelt,’ legt Jianni uit. Hij is Surinamer van oorsprong en iedereen is gecharmeerd van zijn ietwat vlekkerige gelaat en vrolijke oogopslag – vooral wanneer hij zijn klanten serveert met de woorden: ‘Bon Apentiet!’

   Iedereen pakt hij moeiteloos in, behalve de Trollenmoeder, zoals dit schepsel ook wel genoemd wordt. Het wezen opent haar muil en strooit met kwalijke dampen. ‘Voor mij is het geen lolletje, hoor,’ benadrukt ze bits. ‘Mijn frieten zijn zo slap en smakeloos als jouw frikandellen. Maar ja, in de supermarkt kost zo’n zakkie negentig cent en voor een kleine friet bij jou ben ik algauw twee euro lichter. Tót je de prijs aanpast, vreet ik dit voor je ogen op.’

   ‘Ga dan naar een andere tent,’ oppert Priscilla vanachter de kassa.

   ‘Zou ik graag doen, maar daar moet je pinnen en dat systeem vertrouw ik niet. Al die gegevens die ze van je krijgen. Hier kan je contant betalen, en daar wil ik best aan als jullie es naar je klandizie luisteren.’

   ‘Je bent geen klandizie, want je koopt niks!’ schreeuwt een vermoeide klant haar toe.

   Jianni schudt zijn wilde krullen. ‘Ik wens u nog een smakelijke voortzetting,’ zegt hij kalm voor hij rechtsomkeert maakt.

   Priscilla, zijn partner, verbergt haar misprijzen niet. ‘Wie heeft háár uitgescheten?’ roept ze zonder het doel te missen, maar de Trollenmoeder verroert geen vin.

   Dit tafereel herhaalt zich meerdere zondagen. De prijzen blijven hetzelfde en ieders houding ook. Uiteindelijk komt de Trollenmoeder voor een dichte deur te staan; de snackbar is voortaan gesloten op zondag. Op een aangeplakt briefje staat: Wij zijn een frietje eten.

   Woedend slaakt de primaat een wanstaltige gil, en dan valt haar blik op iets wat vóór sluitingstijd niet is binnengehaald. Het symbool van iedere snackbar: een plastic puntzak met druilerige ogen en patatjes in plaats van haartjes, die met zijn handje een frietje naar zijn mond brengt. Ze kan het zo meenemen; het zit nergens aan vast en is klein genoeg. Als een eersteklas ontvoerder pakt ze het arme verlaten ding op en zet het op de bagagedrager. 

   Een week lang gijzelt ze de mascotte van De Friet Fabriek. Daarna keert ze terug, op een zaterdagavond.

   ‘Goedenavond.’

   ‘Sommige mensen hebben geen goede avond, dus luister: je krijgt je engerd terug zodra jullie je passief-agressieve gedrag stopzetten en de prijs van je friet aanpassen,’ eist ze.

   ‘Kijk eens, mevrouw,’ zegt Jianni vriendelijk, wijzend naar een bord waarop staat dat een kleine patat voortaan slechts één miezerige euro kost. ‘Wij luisteren, hoor.’

   ‘Mooi, zo kan het dus ook,’ concludeert de gijzelaar tevreden en opent haar portemonnee om tussen de muntjes te graaien.

   ‘Alléén pinnen,’ grijnst Jianni. ‘Nieuw beleid.’ 

   ‘Gód-vér-dómme!’ schalt het keihard door de gehele ruimte. ‘Stik in je bamiballen! Verzuip in je mayonaise! Hang je lul in het frituurvet!’

   Driftig beent ze ervandoor om nooit meer terug te keren. De plastic mascotte gooit ze in de gracht, waar hij zinkt richting ontelbare waterschatten en andere kostbaarheden nu behorend aan het diepe.

Tim en Tirza

Tim Veeter

Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

 

Tirza Gehring

Tirza Gehring (1989) is actrice, fotograaf en tekenaar. Met een precieze en gedetailleerde handtekening schept Tirza tijdloze beelden, maar schuwt niet haar voorliefde voor historie en antiek daarbij in te zetten. Overal tekent en denkt ze in beelden, sferen en verhalen. Sinds acht jaar woont ze in Amsterdam.

In de Oorshop
  • Nr. 480, 2020
    In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig...
    Lees verder
  • Nr. 479, 2020
    De meeste bijdragen van Tirade 479 werden al geschreven voordat de coronamaatregelen in Nederland en België ingingen. De invloed van de meest recente gebeurtenissen zal ongetwijfeld in de nummers hierna naar voren komen. Voor nu is Tirade vooral een mogelijkheid om even te ontsnappen aan de nieuwsstroom, aan de cijfers van nieuwe besmettingen, aan de...
    Lees verder
  • Nr. 478, 2020
    In haar essay over Handke onderzoekt Jolies Heij of die argumentatie wel houdbaar is. Het is de vraag die je kan stellen over kunstenaars van Picasso tot Achterberg en van Michael Jackson tot J.C. Bloem: als het werk briljant is, maar de maker een schurk, wat moeten we dan met het werk? Gelukkig zijn er...
    Lees verder
  • Nr. 477, 2019
    De derde week van maart 2019 was ronduit schokkend. De white surpremacist Brenton Tarrant hield gruwelijk huis in twee moskeeën in Christchurch, Gökmen T. opende uit geloofsoverwegingen het vuur in een tram in Utrecht en de nationalistische partij van Thierry Baudet won de Provinciale Statenverkiezingen won. Onder het moto keep your friends close but your...
    Lees verder
  • Nr. 476, 2019
    ‘Boosheid kan een motor zijn voor veel dingen, net als bezorgdheid, fascinatie of angst (in dit nummer van Tirade is aan dat alles geen gebrek),’ schrijft Marko van der Wal in het redactioneel van Tirade 476. Het nummer bevat verhalen van Femke Van De Pontseele, Lotte Dondorp en Joep van Helden, een essay over de...
    Lees verder
  • Nr. 474, 2019
    Gucci lanceerde onlangs een zwarte trui met in de col een gat en daaromheen een rode mond. Een verwijzing naar de kunstenaar Leigh Bowery, zo stelde het modemerk. Een onversneden hedendaagse blackface, volgens social media. Bowery was – hij stierf aan aids in 1995 – een kunstenaar die het nachtleven van Londen opschudde met zijn...
    Lees verder
  • Nr. 473, 2018
    Het is een natuurfenomeen. Eens in de zoveel tijd voelt de redactie van Tirade een soort kriebel diep in haar binnenste die maar niet over wil gaan. Krijgen we ander weer? Komt er een zonsverduistering? Zijn we een deadline vergeten? Nee, het is weer tijd om een poëzienummer samen te stellen. U bent van Tirade...
    Lees verder
  • Nr. 472, 2018
    We leven in bijzondere tijden. Trump stuurt aan op de vernietiging van de oude wereldorde. Videoscheidsrechters bepalen wie de WK-beker mee naar huis neemt. In het recent verschenen essay ‘Schrijver, laat de lezer weer geloven in dewerkelijkheid’ pleit Salman Rushdie voor een nieuwe taal, built from the ground up, als tegenwicht tegen het schaamteloos verdraaien...
    Lees verder
  • Nr. 471, 2018
    Na ons feestelijke blognummer nu weer een Tirade met de u vertrouwde samenstelling van bekende en onbekende namen. Maar liefst vier debuten staan er in dit nummer, dus als iemand nog durft te zeggen dat literaire tijdschriften hun functie als kweekvijver voor talent al lang geleden hebben verloren, lees dan vooral de bijdragen van Ine...
    Lees verder
  • Nr. 470, 2018
    Tirade bestaat zestig jaar, en dat is een mooie aanleiding om eens het beste van ons blog te verzamelen. De wens een selectie van de digitale evenknie over te hevelen naar een echt nummer bestond al een tijdje, maar nu is het dan zover: de kloeke bloemlezing van www.tirade.nu is eindelijk daar. In tegenstelling tot...
    Lees verder
  • Nr. 469, 2017
    Tirade 469 is een aflevering met extra veel poëzie uit het buitenland. Zo vertaalden Annemarie Estor en Ali Salim de Iraaks-Belgische vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Jente Rhebergen vertaalde werk van Andries Bezuidenhout en Daan Doesborgh vertaalde enkele gedichten uit de  bundel Crow van Ted Hughes. Helemaal wars van de waan van de dag zijn de...
    Lees verder
  • Nr. 468, 2017
    Sciencefiction kan van alles zijn, maar het is in ieder geval ook een afspiegeling van onze eigen wereld. Of de auteur die wereld, met alle oogkleppen van dien, nu klakkeloos overneemt, of het heden juist gebruikt als afzetpunt. Tirade zou niet zo ver willen gaan als Martijn Lindeboom, die in zijn essay concludeert dat sciencefiction...
    Lees verder
  • Nr. 467, 2017
    Achter ieder nummer van Tirade dat verschijnt, gaat de mogelijkheid van een veel omvangrijker nummer schuil, dat niet verschenen is:  het is het topje van de ijsberg. Onze keuze. Tiemen Hiemstra – zijn werk is nog niet uitgegeven of bekroond – schreef een origineel essay over terrorisme. De succesvolle debutant Marijn Sikken leverde een bijdrage...
    Lees verder
  • Nr. 466, 2017
    Dit nummer van Tirade opent met een blik naar het verleden. Redacteur Marko van der Wal bekeek ons eerste decennium, de jaargangen 1957-1967, en schreef over de plek die beeld toen innam – zoals nu de illustraties van Roos Pollmann als een slinger door het nummer hangen. In dit feestjaar, Tirade bestaat zestig jaar, zullen...
    Lees verder
  • Nr. 465, 2016
    Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een...
    Lees verder
  • Nr. 463, 2016
    Het zomernummer van Tirade is gevuld met bijdragen van grootheden zoals Hans Fallada, Ann Beattie en Alfred Schaffer. Er keren ook graaggeziene gasten terug: Pieter Kranenborg, Anne-Marieke Samson, Wieke van der Linden en Carel Peeters (over Lize Spit). Verder een verhaal van de Spaanse schrijver Marina Perezagua en poëzie van Estelle Boelsma. Onze nieuwe redacteur...
    Lees verder
  • Nr. 462, 2016
    In dit eerste nummer van de 60ste jaargang treffen we literatuur uit verschillende windstreken en doen we nieuwe ontdekkingen: de poëzie van Mohanad Jacob, het kale proza van Rodolfo Walsh en een subtiel verhaal van Laia Jufresa. Meike Grol neemt ons mee naar Australië, Tobias Wals naar Oekraïne en Sipko Melissen naar Kafka in Venetië....
    Lees verder
  • Nr. 461, 2015
    De kerstbijdragen in Tirade 461 komen van Ivo Victoria, Henk van Straten, Anne-Marieke Samson, Sander Kollaard en Maurits de Bruijn. Wytske Versteeg en Gilles van der Loo hingen allebei een bal in de boom, en Marko van der Wal vertaalde voor de gelegenheid een verhaal van G.K. Chesterton. De lezer die het niet zo op...
    Lees verder
  • Nr. 460, 2015
    Met essays van Paul Gellings, Sander Kollaard, Mira Feticu, Carel Peeters en Juan Gabriel Vásquez; korte verhalen van Thomas Heerma van Voss, Mohana van den Kroonenberg en Roelof ten Napel; een lang verhaal van Joseph Conrad en gedichten van Wieke van der Linden. De tekeningen zijn van de hand van Kees van der Knaap. ‘Each...
    Lees verder
  • Nr. 458, 2015
    ‘Meester en leerling’ is het thema van Tirade 458, dat is opgedragen aan dichter en schrijver Erik Menkveld (1959-2014). Zowel in zijn roman Het grote zwijgen als in zijn gedichten speelt de verhouding tussen meester en leerling een belangrijke rol. Dit Tirade-nummer biedt een verzameling gedichten, verhalen en essays die op uiteenlopende wijze aansluiten bij...
    Lees verder
  • Nr. 457, 2015
    In samenwerking met het Writers Unlimited Winternachtenfestival brengt Tirade in januari 2015 een nummer met internationale literatuur. Tirade 457 bevat een voorpublicatie uit de nog niet verschenen nieuwe roman van David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, plus een bespiegeling op zijn eerdere werk door Toef Jaeger. Speciale aandacht verdienen de bijdragen van nog...
    Lees verder
  • Nr. 456, 2014
    Tirade 456 biedt verhalen, gedichten, essays en besprekingen, reportages en betogen uit binnen- en buitenland. Met bijtende poëzie van Raymond Carver, nieuwe gedichten van Daan Doesborgh en Branko Van, en een van de jonge Spaanse dichteres Luna Miguel. Verhalen in dit nummer zijn van de hand van Pieter Kranenborg, Hans Boland en Kazim Cumert, plus...
    Lees verder
  • Nr. 450, 2013
    Ter gelegenheid van het 450ste nummer van Tirade schreven 45 auteurs een tirade van 450 woorden. Met bijdragen van: Joop Goudsblom P.F. Thomése Franca Treur A.H.J. Dautzenberg Gilles van der Loo Tomas Lieske Marita Mathijsen Frits Abrahams Detlev van Heest Henk Broekhuis Binnert de Beaufort Roos van Rijswijk Walter van den Berg Maria Barnas Marko...
    Lees verder
  • Nr. 449, 2013
    Met bijdragen van: Heather BellWalter van den BergWim BrandsNikki DekkerMatthew DickmanAuke HulstFlorian Illichmann-RajchlSander KollaardHalbo KoolDelphine LecompteEva MeijerAki OllikainenZośka PapużankaCarel PeetersStine PilgaardLiz RosenbergBrenda ShaughnessyRichard SikenLize SpitLeo VromanJoost Zwagerman
  • Nr. 448, 2013
    Met bijdragen van: Renate DorresteinRobert VerschurenHannah van BinsbergenA.H.J. DautzenbergPeter SwanbornMarte KaanFlannery O’ConnerAnneke ClausRenske van EnckevortIsaak BabelWouter van OorschotY.M. DangreCarel Peeters

Vogelvrij maar gevangen

Iwan wil niet werken, Iwan wil klagen, Iwan wil een stakingsbond, Iwan kan wat betreft de rest van de bemanning in zijn eigen sop gaar koken. Een gezamenlijk doel werkt, net als een gezamenlijke vijand, heel verbroederend. En net nu de wind niet meer van voren komt, maar we met een mooie bakstag wind zeilen en het oceaan leven wat dragelijker is, begint Iwan te morren.

Vogelvrij zijn we. We kunnen geen haven meer in maar hebben de weidse oceaan rond ons heen. Gigantische razende oceaangolven gaan naadloos over in een bewolkte horizon. Soms kun je niet zien waar de golven ophouden en de wolken beginnen. En nergens een vliegtuigstreep in de lucht, we zijn nu echt op onszelf aangewezen. Zo is het dus om vogelvrij verklaard te zijn. Ons kantoor laat al een paar dagen niets van zich horen. Ze zouden ons op de hoogte houden, maar waarom ik geen antwoord op mijn berichten krijg weet ik ook niet. Heeft het virus soms ook om zich heen gegrepen bij hen op de wal? Aan de korte golf radio ligt het niet, die doet het wel; ik kan mijn weerberichten binnenhalen en krijg zelfs zo nu en dan een zeebrief van jou. Maar zijn wij nu de enige mensen die niets weten? Ineens herinnerde ik me drie jaar hiervoor weer. Toen zeilde ik op een ander schip over deze oceaan en hoorden we ook wekenlang niks van de vaste wal. We waren de enige mensen op aarde die niet wisten wie de nieuwe president van Amerika was. Toen we aankwamen schreef ik op:

Oceaanoversteek

Na vijf weken in afzondering op zee
De aankomst en het wereldse nieuws:
Een nieuwe Amerikaanse president
Leonard Cohen en Fidel Castro zijn gestorven
maar mijn opa kan weer lopen

De eerste vijf dagen dat we op de oceaan zaten, ramden we tegen de deining en wind in. Met een wind van vijf tot zeven beaufort vanuit de noord-oost konden we nog net noord-west koersen, alle zeilen close hauled zoals dat dan heet. In het Nederlands zou je het ‘in de wind prikken’ noemen, eigenlijk te hoog aan de wind willen zeilen waardoor de snelheid uit het schip gaat, maar je wel enkele graden hoogte wint. Ik moest die graden winnen omdat ik niet aan de westkant van Bermuda uit wilde komen: dit is volgens alle oceaankaarten ‘an area to be avoided‘ vanwege de ondieptes en reefs. Gelukkig zijn we zwaar beladen waardoor het schip dieper ligt en beter door de golven beukt.

De golven sloegen van voor tot achter over het dek. De klappen die de boeg kreeg deden het hele schip trillen. De grootste golven volgden elkaar op in een bepaald ritme: vaak drie keer zo’n extra hoge golf achter elkaar en dan weer even niks. De oceaan was die vijf dagen onze gezamenlijke vijand en gaf ons geen moment rust.

Op zulke momenten moet je niet gaan twijfelen aan de techniek van een schip. Ons houten bootje is iets meer dan 30 meter lang, een notendopje in deze gigantisch wilde oceaan. Ik wil niet te veel aan onze nietigheid denken, maar probeer me te concentreren op de dagelijkse dingen aan boord zoals een praatje met de stuurman, een vers gebakken brood en het lezen van een boek.

Als mens werden we weer even op onze plek gezet. We kunnen nog zoveel bedenken maar de natuur zal op het einde toch altijd sterker zijn. De oceaan is een van de weinige plekken ter wereld die dit nog laat zien. Je overgeven aan dit gevoel, soms inleveren maar je altijd totaal geven, dat is de manier waarop ik al twaalf keer de oceaan overstak.

En nu wil onze Iwan niet werken. Hij kwam weken geleden aan boord, het was een oude grijzaard. Hij zag er uit alsof hij al zijn gehele leven had gezeild en elke golf al gezien had. Toen er op een van de eerste avonden dat hij aan boord kwam wat rum in de man was, kwamen de sterke verhalen en iedereen was onder de indruk. Wat kon die man praten! Maar echte zeelui praten niet.

Nu, weken later weten we wel beter. Iwan wil het tuigage niet teren, hij wil geen nachtwachten lopen en hij wil de afwas niet doen. Hij wil zijn pijp roken en staren over zee. Dit soort vreemde vogels monsteren wel vaker aan maar meestal komt het op een gegeven moment wel goed. Uiteindelijk komen ze in het scheepsritme: het ritme van de oceaan. Wachtlopen, scheepsonderhoud, keukencorvee. Alleen als ik in een romantische bui ben en mensen me vragen waar ik van leef, antwoord ik: ik leef van de wind. Maar er is op zee weinig plek voor romantiek. En vrijheid? We zitten dicht op elkaar in een soort zelfgekozen gevangenis waar alles draait om routine en samenwerken. Niks geen vrijheid. En dat snapt Iwan niet, Iwan wil cruisen, Iwan wil zonnen op het dek terwijl de anderen werken. Iwan wil een groene revolutie vanuit zijn bed beginnen zonder zich zelf aan te passen.

Jullie hebben Corona, wij hebben Iwan en het enige wat ik kan doen is de communicatie op gang houden. Als je leeft op zo’n klein stuk leefoppervlak en het verzwijgen intreedt, dan slaat de sfeer om. Dit kunnen de mooiste dagen van ons leven zijn en dat vertelde ik tijdens onze dagelijkse bemanningbijeenkomst.

Zelfs Iwan klapte en later zag ik hem een half uurtje over dek zwalken met een potje teer in zijn handen, daarna zat i weer op het middendek te klagen en te staren over zee. Misschien leert hij het nog maar ik heb er een hard hoofd in. Iwan is een van die praters, die zelfs van de oceaan niet stil wordt.

Wiebe Radstake

Wiebe Radstake groeide op tussen de boeken van zijn ouders in tweedehands boekwinkel Boven het Dal te Zierikzee. Hij is zeekapitein op zeilschepen rond de wereld. Naast de zeezwerftochten die hij maakt, haalt hij zijn inspiratie uit het dwalen door de steden en het struinen over stranden. Hij werkt aan een brieven/reis boek met de titel Thuisvaarder/Thuisvader. De logs van Tirade zijn korte stukken uit Thuisvaarder.  Het gaat over Wiebe als jonge kapitein van een groot zeilschip zonder motor op weg van de Dominicaanse Republiek naar Amsterdam in tijden van Corona. Het tweede deel (Thuisvader) gaat over het krijgen van een kind en het als zeeman op de wal leven.

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Poëzie in Tirade 480

TONNUS OOSTERHOFF

Kwatrijnen

Bach hoort Goebaidoelina,

Beethoven Claude Vivier.

Ik zie infrarood niet langer,

hoor het goudhaantje niet meer.

*

Ik geef je een bevel

maar je voert het niet uit

vogeltje.

Hoor je me niet?

*

Er wordt ritmisch aan ons getrokken.

Door wie? In welke richting?

We weten dat we waardevol zijn

omdat er aan ons gerukt wordt.

*

De stevigste constructie is niet altijd de sterkste.

Schoor je argumenten, schroef het bouwsel stijf,

draai je om, kniel en op drift is bot en dik

*

God de Vader,

Moeder God.

‘Moeder’ is een vergelijking,

‘Vader’ een geloof.

*

Gottbegnadet

heet de pony

in de regen wachtend

op hemelvuur

Tirade tijdschrift

Poëzie uit Tirade 480: de kwatrijnen van Tonnus Oosterhoff (P.C Hooft-prijs 2012). In hetzelfde nummer ook poëzie van Maria Barnas, Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, en Johan Kuiper. Caspar Wijers vertaalde ‘Een doodgewone vrijdag’, een verhaal van Langston Hughes. Ook twee prozadebuten van Samira Elomari en Julia Khusainova.

https://www.vanoorschot.nl/tirade/nummer-480-tirade-480/

ISBN 9789028263000

paperback

80 pagina’s

€12,50

Meer blogs

  • Patatje oorlog

    Wie Amsterdam bezoekt, maar geen zin heeft in Artis, kan ook een wonderlijke diersoort bekijken in snackbar De Friet Fabriek in Oost. Daar zit een schepsel – mens noch dier, lijkt het. Het tart iedere verbeelding, maar probeer er eens een vrouw van eind vijftig in te zien. Een vrouwtjesaap, met grote mannelijke knuisten en...
    Lees verder
  • Vogelvrij maar gevangen

    Iwan wil niet werken, Iwan wil klagen, Iwan wil een stakingsbond, Iwan kan wat betreft de rest van de bemanning in zijn eigen sop gaar koken. Een gezamenlijk doel werkt, net als een gezamenlijke vijand, heel verbroederend. En net nu de wind niet meer van voren komt, maar we met een mooie bakstag wind zeilen...
    Lees verder
  • Eind 1983 zit in Sheerness-on-Sea een grote man aan een bar te veel te drinken. Zijn vrienden noemen hem Ossian, naar de Ierse blinde bard, maar de grote drinker is een Oost-Duitser. Hij heeft in Rome gewoond, en een poos met vrouw en kind in New York. Vertrok uit Oost-Duitsland omdat hij niet tegen leugens...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

  • Berthe Spoelstra

    Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.