Ronelda S. Kamfer

Foto 32Voor ontdekkingen geldt hetzelfde als voor geheimen: je wilt ze voor jezelf houden en doorvertellen op hetzelfde moment.
Je denkt dat je met iets nieuws komt, maar iedereen weet er al van.

Met oud en nieuw was ik op een feestje. Mijn broer (Bas) gooide flessen bier door de kamer omdat hij net de film “New Kids Turbo” in de bioscoop had gezien. Een jongen zat op een barkruk uit het raam te kijken, het uitzicht over het park, papegaaien. Een andere jongen kotste over zijn zwarte lakschoenen. Ik keek naar hem en dacht: dat is iets wat ik had willen doen. Het jaar was nog niet eens écht begonnen maar iedereen was al ziek. Ik stond in de hoek van de kamer met een stuk stokbrood toen de dichter Alfred Schaffer naar me toekwam met een boekje in zijn hand.
‘Hier,’ zei hij. ‘Voor jou. En nog een gelukkig nieuwjaar.’

Het was een bundel van de Zuid-Afrikaanse dichteres: Ronelda S. Kamfer.
(Nu de slapende honden. Vertaling: Alfred Schaffer, Podium)

Vandaag zet ik één gedicht op dit blog om het “geheim” met u te delen. In het Nederlands en in het Zuid-Afrikaans. (Omdat die taal nóg mooier is.)
Daarna doe ik weer gewoon alsof ik de enige ben die de gedichtenbundel kent en lees ik mezelf er ’s avonds hardop uit voor.

Miss Moedig

Als het regent, stormt het
maar ik ga, als het regent, kapot
niet dat dat iets bijzonders is
ik ben tenslotte
geboren als gevolg van neuken
en geknipt om alles te verneuken
er zitten duivels in mijn drinkwater
van het soort dat uit de hel verbannen is

Miss Moedig

As dit reën, storm dit
maar vir my as dit reën, kak ek
nie dat dit iets is nie
ek is after all
gebore as gevolg van fok
en gemaak om op te fok
daar is duiwels in my drinkwater
die soort wat uit die hel verban is

In de Oorshop

Weekend

Foto 38Het was dinsdag. Een goede dag. Het voelde alsof het al weekend was.
De jongen met wie ik de dag doorbracht rook naar citroenen. Fris. Opgeruimd.  
‘Prettig weekend,’ zei ik bij het afscheid.

Het is vandaag zaterdag. Ik vraag me af of hij aan dinsdag denkt.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Slaapmiddelen versus verhalen

Foto 293 Iedere ochtend staat de hond voor de deur te janken. Dat beest heeft steeds opnieuw zin in de dag. Ook vanmorgen heel vroeg stond hij voor de slaapkamerdeur; gewoon zoals gisteren en zoals de dag daarvoor en de dag daarvoor. Ik stond op uit bed, opende de deur. De hond sprong tegen me aan en hapte in de lucht.

(Er hangt altijd iets in de lucht.)

Ik liep naar de badkamer om te douchen, mijn tanden te poetsen. Op de grond lag een koker homeopathische slaappillen. Van mijn huisgenoot. De koker lag daar dramatisch leeg op de badkamervloer. Iemand had vannacht alle slaappillen opgegeten. Fuck, dacht ik. Er is iemand dood. Misschien.Dus klopte ik aan bij mijn huisgenoot. Ik hoefde geen seconde aan de dood te twijfelen; onmiddellijk klonk haar stem van achter de deur. ‘Één moment,’ riep ze. Ze kwam naar buiten met een rood gezicht. Ze droeg een wit T-shirt. Ik liet haar de koker lege slaappillen zien. ‘De hond,’ zei ze meteen. ‘Dat beest vreet alles op.’

De hond rende ondertussen met de riem in zijn bek rondjes door de kamer. Voor wanneer u het nog niet wist: homeopathische slaapmiddelen werken dus niet. Leest u vlak voor het slapen gaan een verhaal daarentegen: als een blok. Voor het tijdschrift Vice las ik een verhaal voor op MP3. Daar is de hond, heet het. En het is hier te beluisteren. Slaap lekker.

Meisjes met baarden

Via Skype hou ik wekelijks contact met een meisje uit Istanbul. Ze lijkt erg veel op een jongen. Sinds vorige week heeft ze een klein sikje. Zelf noemt ze het een baard.
Vanmorgen was ik met haar aan het praten via de computer. Ze liet me via videobeelden de beharing op haar gelaat zien. Omdat ik niet wist wat ik tegen haar moest zeggen lachte ik naar haar.
Ze vertelde me dat er steeds vaker mensen zijn die haar vragen: ‘Ben jij een meisje of een jongen?’
Ze liet een korte stilte vallen. We keken naar elkaar.
‘Wat zeg je dan?’ vroeg ik haar.
‘Ja,’ zei ze.

Toen we op hadden gehangen dacht ik aan de piepjonge modeontwerpster Noortje Zijlstra. Ze is vorig jaar afgestudeerd aan de Willem de Kooning academie met een serie baarden voor vrouwen. Dat viel op.

P6150300“I have an obsession for beards… because of this obsession, i always find it very disturbing when a man shaves his beard off completely, down to a babyface. To not have them lost to the world, i’ve decided to collect them. I asked friends and family if i could have their beards when they would shave, so i could immortalize them.

Because woman (in general) can’t grow a beard i want to make beards for them.”

Reacties

Foto 311.

Steeds vaker wordt mij de vraag gesteld waarom ik geen website heb. Of een andere pagina op internet. Het uploaden van teksten, liedjes, foto’s, meningen. Zoiets als dit en dat u dan mijn woorden leest.
Ik zou u graag een mooi, slim en teder antwoord willen geven. Zoals sommige meisjes soms zijn.
Ik zou iets kunnen zeggen over de stilte, verveling, vertraging, de tijd, ambacht.

De waarheid is: ik ben bang.

Het is alsof je met iemand praat. En per ongeluk vertel je meer dan dat je van plan was te vertellen.

2.

Mijn vriendin is lid van Filosofie Magazine. Ik weet dat dit een goede reden is om het uit te maken. Dat weet ze gelukkig zelf ook: ik heb haar al meerdere keren een gesprek horen voeren met een dame van de afdeling abonnementen en klachten. Maar op een één of andere manier komt ze niet meer van het magazine af.
Zoals bij alles waar je niet vanaf komt: je gaat eraan hechten.

Het afgelopen nummer had als thema: online vriendschap. Er stond een stuk in over een columnist van het Amerikaanse Sport Illustrated: Jeff Pearlman. Sinds zijn columns op internet verschijnen krijgt hij veel vaker (anonieme) negatieve reacties.  Hij besloot de identiteit van een aantal anonieme reactors te achterhalen en belde ze op. Geen van hen had het zo bedoeld. Ze zeiden zich zelfs voor hun eigen gedrag te schamen.

Jacqueline Whitmore van Etiquette Expert zegt over de mensen die negatieve reacties op internet plaatsen: “They never think that the person receiving the message might be a real human being.”

3.

Mijn naam is Maartje Wortel. Ik zal de komende tijd teksten plaatsen op dit blog.

De rookduivel (2)

longkankerElly van bijna zestig, die al drieënveertig jaar rookt, merkte laatst op dat veel mensen die afstand doen van de tabak niet veel later met allerlei vreemde kwalen worstelen. Zij is iemand die desnoods de vreemdste uitvluchten weet te bedenken om maar niet met roken te hoeven stoppen. Een verslaving aan tabak is voor veel mensen net zo moeilijk te overwinnen als een aan heroïne, schrijven de Nederlandse longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter in hun informatieve boek Nederland stopt met roken (Amsterdam 2008).
Er zijn inderdaad mensen die altijd moeten roken. Hun leven organiseren ze zo dat er in elk geval gelegenheid is om er een te kunnen opsteken. Als het moet brengen ze daar zeer grote offers voor. Ooit was ik zelf iemand die in de kleine uurtjes, na een halve nacht slaap, wakker schoot en er dan even uitging om een of twee sjekkies op te steken. De ijlhoofdigheid die over je kwam wanneer je er een op de lege maag rookte, behoorde toen tot een van mijn meeste geliefde ervaringen.
Constantijn I, Grieks koning (1868-1923), moet een zeer hartstochtelijk roker zijn geweest. Dat schrijft de beroemde thoraxchirug Ferdinand Sauerbruch in zijn memoires (Das war mein Leben, 1954). Deze Constantijn moest in 1915 vanwege een chronische pleuritis een resectie van twee ribben ondergaan. Er werd besloten de operatie onder plaatselijke verdoving uit te voeren. De koning liet zich er niet van afbrengen om tijdens deze ingreep aan één stuk door sigaretten te consumeren. Toen de chirurg een rib met de ribbenschaar doorknipte gaf dat een hoorbaar gekraak. ‘Is er een instrument gebroken, professor?’ informeerde de koning. Waarop de chirurg een deemoedig ‘Ja, Uwe Majesteit’ liet klinken en voortging, terwijl de patiënt zich er nog eentje door een verpleegster liet opsteken.
Indonesiërs zijn ook zeer hartstochtelijke rokers. De traditionele sigaretten zijn daar op smaak gebracht door kruidnagel aan de tabak toe te voegen. Kretek luidt de naam van deze tabak, een onomatopee, want bij het verbranden brengen de etherische oliën in de kruidnagel een knetterend geluid voort. Voor historisch onderzoek verbleef ik ooit bijna een half jaar op Java. In de straten hing de aangebrande geur van klapperolie, in de gebouwen en huizen een zoete walm van kretek. Bijna alle mannen rookten, alle binnenruimten stonden blauw. Met een Indonesische begeleider bezocht ik een kampong, een van de minste buurten in de hoofdstad. Tijdens de wandeling passeerden we een houten huisje waar buiten voor de deur twee zieken op een matje lagen. Het waren jongens die in de bloei van hun leven hadden moeten verkeren. Daarentegen waren ze ernstig vermagerd en hun gelaatskleur oogde als die van de stervenden: gelig en grijs. Ze bleken aan tbc te lijden. Hun familie was niet in staat medicijnen voor hen te kopen, zodat ze spoedig zouden sterven. Ik raakte even met ze aan de praat en vroeg bedremmeld, vanwege een opspelend schuldgevoel, of ik misschien iets voor ze kon doen. De jongens, allebei zeer vriendelijk en vrolijk, knikten en vroegen of de tuan misschien iets te roken voor ze had. Toen heb ik voor allebei een pakje Djarum geregeld en zelden is me zoveel dankbaarheid betoond.
Dat hartstochtelijk roken dikwijls keihard wordt afgestraft heb ik van zeer nabij ervaren. Een oom van me kreeg als vijftiger longemfyseem. Als ik terugdenk aan die ziektegeschiedenis krijg ik het alsnog benauwd. Hij was er vaak te slecht aan toe om te kunnen roken, maar als het hem iets beter ging, draaide hij meteen een saffie. Op een vroege ochtend zat hij dood in de stoel, met een gedoofde peuk tussen de vingers.
Het lot van die oom heeft me indertijd aan het denken gezet. Niet lang na zijn uitvaart ben ik voor het eerst met roken gestopt, wat me niet moeilijk afging. Een decennium later begon ik opnieuw en hield het na een paar jaar weer voor gezien. Dat patroon heeft zich, met kortere intervallen, een aantal keren herhaald. Stoppen was nooit een probleem. Komend voorjaar wil ik mezelf, na vijf jaar onthouding, ook weer een maandje roken toestaan. In die tijd wil ik enkele kistjes sigaren, een paar pakjes kretek en nog wat gewone shag wegpaffen. Het besef dat de rookduivel me bij vlagen toch wel weet te verleiden, maar me niet in zijn greep kan houden, stemt me heel gelukkig. 

Tot hier en niet verder.
Laat ik eindigen met de oude Texelse nieuwjaarswens:

Veul zeuge, veul zeuge! 

www.nicodros.nl

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Alexander Baneman
    Alexander Baneman

    Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde in o.m. Tirade, De Revisor en De Parelduiker. In november verschijnt zijn debuutroman De schim van Raamswolde bij Van Oorschot.

  • Foto van Aska Hayakawa
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)

  • Foto van Kevin Headley
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.