HET OOG VAN DE TIJD

Jan van Mersbergen bedacht de naam ‘Van Mersberger’ voor een nog eens door hem of iemand anders te maken droomdoelpunt. Bij een Van Mersberger wordt een door de doelman van de tegenpartij genomen uittrap die over de middellijn van het veld zeilt door een verdediger, liefst een wat houterige verdediger met een beperkte traptechniek, meteen op de slof genomen – en aldus onmiddellijk geretourneerd, rechtstreeks of eventueel met een stuit, in het doel van de tegenpartij.

Toen Van Mersbergen erover schreef wist hij niet dat zijn gedroomde doelpunt al gemaakt was. Een lezer van zijn blog wees hem erop – en voegde een link naar het filmpje toe.

Ik heb het filmpje inmiddels heel wat keren gezien. Elke keer reis ik weer af naar Leinach, een klein dorpje in Beieren, naar het gemoedelijke voetbalveld van de plaatselijke FC Blau-Weisz, mooi gelegen tussen de huizen van het dorp, met uitzicht op de heuvels in de verte. Het is weer een mooie nazomeravond, woensdag 26 augustus 2009, met een langzaam ondergaande zon die nog laag over het veld heen schijnt. Het dorp komt kijken. Würzburger FV komt op bezoek. Er zitten kinderen in het gras, mannen staan naast elkaar achter de reclameborden, iemand leunt tegen een lichtmast.  Ze zijn wel iets beter, die van Würzburger FV. Aan het begin van de tweede helft komen ze met 2 – 1 voor. Wij, wij van Blauw Wit Leinach, dringen aan, maar tevergeefs. Vlak voor tijd wordt bij weer een aanval van ons de bal door een houterige verdediger van Würzburger FV in één keer lukraak op de slof genomen – en ook tot zijn eigen verbazing ziet hij de bal ruim zeventig meter verder precies achter onze verbouwereerde doelman in het doel verdwijnen: 3 – 1.

Het is een Van Mersberger avant la lettre.

De spelers van Würzburger zetten de achtervolging in op de maker van het doelpunt, die net begonnen is aan zijn juichren, net zo lang tot ze hem te pakken hebben. De toeschouwers grijpen intussen vol verbazing met hun handen naar het hoofd. Open mond, ongeloof, de verwarring die volgt op het zien van iets zeldzaams: dit moet je gezien hebben, anders geloof je het niet. Het is een onwaarschijnlijk doelpunt. Nog onwaarschijnlijker: dat het is vastgelegd.

Het mooiste beeld zit aan het eind van het filmpje, op seconde 40 – 42. Een man langs de zijlijn, even opgewonden en uitgelaten als de rest, draait zich van zijn buurman af, hij zegt iets en wijst naar achteren en naar omhoog, naar de filmcamera. Hij beseft dan al dat dit historische moment later bekeken zal kunnen worden.

Hij kijkt de toekomst in. En ik kijk terug in de tijd. En elke keer kijken we elkaar aan het eind van het filmpje even één seconde aan.


In de Oorshop

SPEELTJE

Gisteren meldde ik al dat Rihanna er op het podium achter was gekomen dat ze haar broek was vergeten. Rihanna is een van de vaste gasten op mijn favoriete internetsite: Telegraaf.nl (en dan daar de mobiele versie van). De hele dag door lekker allerlei snelnieuws.

Eerder deze week had ze al indruk op mij gemaakt met haar verklaring dat ze in bed graag een man met een groot geslacht ziet. ‘Zijn innerlijke schoonheid telt natuurlijk ook, maar zonder een speeltje is er niets aan’ aldus Rihanna, in Rihanna gaat voor zwaar geschapen (maar zonder plaatje van het speeltje).

Victoria Beckham is ook vaak op bezoek op mijn site. Vandaag heeft Victoria last van haar knobbeltenen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

BROEKGEHEUGEN

Ik vergeet zelf wel eens mijn broek. Gelukkig ben ik niet de enige. Ik bevind mij in goed gezelschap. Zie maar.

Allerliefste X,

DSC00894Ik sluit deze maand lang brieven schrijven af met een brief aan jou. Dat kan niet anders want jij bent degene met wie ik zoveel brieven, kaarten en e-mails schreef dat ik tegenwoordig bij de gedachten dat dat allemaal op zou houden, wanhopig word. Ik weet heel goed dat ik daar niet bang voor hoef te zijn, maar toch, als iets zo belangrijk voor je is ben je bang het te verliezen, dat weet je zelf ook.
Als ik je brieven tussen de post zag liggen maakte ik ze snel open en las ze op de trap, of zelfs buiten als ik haast had, zelfs een keer tijdens het fietsen scheurde ik een envelop open waarop je zowel mij als de postbode veel liefs overbracht. Je schreef over dichtbij zijn, altijd heel dichtbij zijn ook als je ver weg bent. Op mijn beurt rekende ik kilometers uit en die vielen heel erg mee.

Tijdens momenten van somberte lagen ze vaak onder mijn kussen. Als ik ‘s nachts wakker werd herlas ik. Het was een geruststelling, en echt lieve X, ik heb maar weinig geruststellingen in mijn leven.
Soms was je handschrift klein, onzeker en bang, andere keren groot en krullend en vol goede moed. Je merkte de dingen op. Je zag schoonheid net zoals ik die zie en bent nooit bang deze aan te reiken, bespreekbaar te maken.

En er waren nachten dat we beiden achter de computer zaten, niet konden slapen door de brieven. In de nacht is er geen post, dan ben je aangewezen op e-mail, en hoewel ik in mijn eerste brief op deze blog aangaf dat ik erg bang ben dat juist door email de brief zal verdwijnen, ben ik dankbaar dat het bestaat. Steeds weer, vol spanning, drukten we op het knopje ‘verversen’, in de hoop een snel antwoord te krijgen. Soms mailden we elkaar tussendoor korte berichten waar niet veel meer in stond dan: ‘Bijna, bijna klaar!’ En altijd kwam dat antwoord en altijd was het nog mooier en belangrijker dan de brief ervoor. (Ja ik blijf onze e-mails graag brieven noemen).
Zo zagen we dingen die er anders misschien nooit zouden zijn en begonnen we samen een verhaal in briefvorm, over vertrek en de huivering daarvoor. Dat dat verhaal van ons is gebleven en dat vrijwel niemand het ooit zal lezen vind ik achteraf gezien fijn. Eigenlijk heeft niemand er iets mee te maken.

Er waren momenten dat onze brieven zo somber, onzeker en zo verschrikkelijk angstig waren dat we elkaar in tranen lazen. Maar net zo goed waren we soms blijer dan we ooit voor mogelijk hielden. Soms zuchtte ik diep bij het lezen van je laatste regels, verdrietig dat de brief uitgelezen was. Dat is het leven in een brief zou ik willen zeggen.
Ik sloot zeer vaak af met de woorden dat alles goed zou komen, zo wil ik deze brief nu ook eindigen, samen met de woorden dat ik er altijd zal zijn, zowel op papier als in het echt.

Onvoorstelbaar veel liefs,
David Pefko

Allerbeste Johannes,

0-oxford_university_students_academic_dressAl een maand lang zie ik op tegen deze brief, maar nu deze brief-blog langzaam ten einde loopt voel ik me verplicht je te schrijven.
Ik heb tot nu toe in mijn leven geen enkel persoon gekend die een beter mens was dan jij. Want Johannes, mensen kunnen veel over je zeggen, bijvoorbeeld dat je een ‘vreemde verschijning’ was, een einzelgänger die toch het liefste onder de mensen was, iemand die veel klaagde maar weinig ondernam, die het nooit gelukt was een vrouw te vinden, dat allemaal vast en zeker. Maar nooit zullen ze kunnen beweren dat je een slecht mens was. Je was oprecht en sprak de waarheid, was gul en loyaal naar vrijwel iedereen en je geloofde in god. Over dat laatste herinner ik me ellenlange gesprekken waarin je uitlegde dat je je heel goed in kon denken dat iemand als ik niet geloofde. Dan haalde je Spinoza aan, ik geloof niet dat je Spinoza hebt gelezen, maar je dronk wel glazen wijn in het gezelschap van mensen die dat wel hadden. Over die mensen zei je altijd dat ze prachtige banen hadden, lieve vrouwen en kinderen en dat je stinkend jaloers op ze was.

Op je zestiende ging je van school omdat je vader aan een hartinfarct was overleden. Je vertelde hoe je bij Albert Heijn werkte en dat jullie gezin zo arm was dat je soms bij het naar huis gaan het vlees dat over datum was onder je jas stopte. Je was de oudste van het enorme gezin en lange tijd de kostwinner. ‘Maar wat had ik graag willen studeren jongen, en daarom moet jij gaan studeren!’ zei je dan.
En hoe vaak ik ook tegen je zei dat ik niet wilde studeren, mijn school niet eens af wilde maken, gewoon wilde werken, op sommige drukke dagen daar in dat bedrijf waar we samen werkten, zuchtte je diep en zei je: ‘Als je gaat studeren kom je hier weg, kijk naar mij, ik kom hier nooit weg.’
En het trieste was dat je er inderdaad nooit weg kwam. Je werkte daar 38 jaar en al die jaren lang voerde je ongeveer dezelfde taken uit. Veel was er niet veranderd, op een computersysteem na waar je niets van begreep en wilde begrijpen.
‘Dit wordt mijn dood!’ riep je elke zaterdagmiddag als het druk was. Soms zong je luidkeels J.S. Bach’s cantate BWV 60:

“Es ist genung;
Herr, wenn es dir gefällt,
so spanne mich doch aus!
Mein Jesus kömmt;
nun gute Nacht, o Welt!
Ich fahr ins Himmelshaus,
ich fahre sicher hin mit Frieden,
mein großer Jammer bleibt danieden.
Es ist genung,
es ist genung.”

Je sloeg daarna dan een paar keer op een tafel of trapte iets kapot, meestal was dat een plastic bekertje dat je uit de prullenbak haalde; je wilde namelijk niemand belasten. Klanten keken je verschrikt aan en dachten: die nette man, hoe is het mogelijk!
‘Ik werk hier al 38 jaar, vindt u het gek?’ zei je dan en haalde je schouders op.

Kort daarna stond ik elke zaterdag alleen, want je werd ziek. Tussen de chemokuren door werkte je soms een halve dag alsof er niets aan de hand was. Maar toen volgde een reeks operaties omdat de ziekte zich zo verspreid had dat er niets meer aan te doen was. Je sprak met me over de geweldige doktoren in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en herhaalde meteen weer dat je had willen studeren, misschien wel oncoloog had willen worden, iets in ieder geval, niet zo eindigen als nu, zei je. Ik herinner me die woorden als de meest verdrietige, want over god sprak je nauwelijks meer en dat maakte me bang, want een mens moet iets hebben om zich aan vast te houden, of ík nu denk dat dat onzin is of niet.
‘Beloof me toch dat je gaat studeren en iets van je leven maakt,’ waren de laatste woorden die je tegen me sprak, want daarna vertrok ik naar het buitenland en hadden we geen contact meer.

De echte schaamte, de echte reden waarom deze brief zo lang geduurd heeft is dat toen ik eenmaal terugkwam en je belde, je telefoonnummer buiten gebruik was. Ik ging langs je huis waar niet werd opengedaan en geen gordijnen meer hingen. Ik informeerde hier en daar maar niemand kon me een antwoord geven tot ik contact opnam met het bedrijf waar we ooit samen werkten. Ze zeiden alleen: ‘Ja, hij heeft het niet gered.’
Ik wilde toen iets vernielen maar mijn prullenbak was leeg.
Ik hoop gewoon dat je nooit vergeten wordt, jij als voorbeeld van een werkelijk goed iemand met zoveel ongeluk in zijn leven dat je bijna zou gaan geloven dat als er een god bestaat, deze blind of doof is.

David Pefko

Beste sigaret,

WFH-portret.jpegEen paar mensen is het opgevallen dat jij vrij vaak in mijn werk voorkomt. De reden daarvoor is dat ik je rook en dat je een zeer goede vriend van me bent. Ik waardeer je aanwezigheid altijd. Op tafel, in de binnenzak van mijn jas. Gewoon op straat, omdat er niets te doen is. Samen met jou op een terras zitten in de zomer of in een portiek staan als het regent. Naar een winkel gaan en je gepast betalen, je ergens lenen; een echte vriend ben je.

Een vriend laat je niet in de steek, dat weet ik, maar het probleem is dat ik met vele mensen weddenschappen heb afgesloten waarmee ik onze vriendschap op het spel heb gezet.
Ik heb – om een beetje te wennen – iets meer dan twee weken geen contact met je gezocht, maar precies zoals dat gaat met echte vriendschappen; ik ging je vreselijk missen. Toen ik je kocht, het cellofaan ongeduldig weghaalde, je aanstak voor een tabakszaak in het centrum en zeer diep inhaleerde, wist ik zeker dat ik nog nooit zo’n trouwe vriend heb gehad.
Soms spreek je vrienden een tijd niet en als je ze dan weer ziet zijn ze veranderd. Ze hebben opeens een kind of een sportauto waar ze heel trots op zijn, of zijn in de goot beland. In beide gevallen bestaat de vriendschap dan alleen nog maar uit medelijden of het lenen of uitlenen van geld. Maar jij bleef altijd hetzelfde, al veranderde het pakje van groen in geel, van light in gold of werd je prijs met elke zoveel maanden een dubbeltje meer, je bleef van binnen dezelfde. Hoewel de meeste mensen tussen hun 13e en 17e bevriend met jou raken, was ik al 20 jaar toen ik je voor het eerst kocht. Ik koos het mooiste pakje dat er was en vond je vanaf het eerste moment goed smaken. Achteraf gezien hadden we dus veel eerder bevriend kunnen zijn, maar goed, zoiets weet je nooit van tevoren.

W.F. Hermans schreef een verhaal met de titel De laatste roker (verschenen in de gelijknamige bundel), over een onderwerp dat steeds actueler aan het worden is; een wereld waar hoge straffen staan op het openlijk roken. Hoewel Hermans in dit verhaal een stuk verder gaat – de hoofdpersoon word namelijk zelfs opgepakt op het moment dat hij zijn geliefde Gauloise aansteekt – zal het niet lang duren voordat het helemaal afgelopen is met jou.

En hoewel de weddenschap inhoudt dat zodra mijn debuutroman verschijnt, ik zal stoppen met roken (waar ik nu al van in tranen kan zijn, beste vriend), lijkt het mij een geruststellend idee dat als ik ooit in een situatie kom waarin ik jouw vriendschap erg hard nodig heb – of dat nu over vijf of veertig jaar is – dat ik gewoon naar de winkel kan lopen en je kopen, je op straat opsteken en gewoon proberen gelukkig te zijn.

Alvast vaarwel (maar niet voor lang),
David Pefko

Meer blogs

  • Samen werken

    In het schrijven groei je door veel te lezen, door na te denken over wat een schrijver gedaan heeft en waarom. Je groeit door zelf veel te schrijven en dan na te denken over wat jij doet en waarom, maar het meest belangrijk vind ik het vragen en krijgen van feedback. Bij schrijven is dat...
    Lees verder
  • In rotsen grijs: Nocturne (I)

    De borrel-annex-buffet aan het eind van de dag was druk bezocht; ik schatte het gezelschap op zo’n vijftig man. Het zaaltje lag op een van de hoogste etages van een wolkenkrabber. Door de ramen kon je het water zien dat Hongkong verdeelde in Hong Kong Island en Kowloon, dat op het vasteland lag en via...
    Lees verder
  • Wie nu alleen is

    Ik stond alleen in de Kleine Komedie, terwijl de regen als een slak trieste strepen op het raamwerk trok. Mijn gezelschap had op het laatste moment afgezegd, toen ik al in de trein zat naar de hoofdstad. Voor veel mensen zou dat geen probleem zijn geweest, maar voor mij wel: ik doe eigenlijk zelden iets...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.