BEKENTENIS

Nog een vertaling, van weer een kort gedicht. Dit is van de Duitse dichter Robert Gernhardt:


BEKENTENIS

Ik lijd heel erg aan faalangst,

vooral wanneer ik dicht.

Door deze angst

zag menig rijm het licht niet.


ROBERT GERNHARDT


In de Oorshop

EEN GEGEVEN PAARD


Mij was een paard beloofd,

maar wat ik kreeg was een staart –

met daaraan vast een bijna dood paard.


PALLADAS

(Grieks dichter, 360-430 na Chr.)

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

VERKIJKER

In 1610 stuurde Galileo Galilei een brief naar Leonardo Donato, de doge van Venetië. Hij wilde hem vertellen over de vier ‘sterren’ die hij met zijn nieuwe kijkinstrument dicht bij Jupiter had ontdekt. Hij voegde schetsjes van zijn waarnemingen toe. Daar zien we ze dan voor het eerst in de geschiedenis verschijnen, op papier: een ontroerend tekeningetje van een wagenwieltje (dat is Jupiter) en daarnaast, in verschillende constellaties, vier kruisjes. Dat zijn de nieuwe ‘sterren’. Wij noemen ze nu manen.

Het is een belangrijk moment in de geschiedenis van de wetenschap, mogelijk gemaakt door deze belangrijke nieuwe uitvinding. Maar eerst begint Galileo Galilei over het allerbelangrijkste:

“Ik verzeker U dat deze nieuwe uitvinding een groot geheim zal blijven. Ik zal haar alleen aan Uwe Hoogheid tonen. De verkijker is gemaakt om uiterst nauwkeurig afstanden te bestuderen. Deze verkijker heeft het voordeel dat hij de schepen van de vijand kan ontdekken twee uur voordat zij met het blote oog kunnen worden gezien en zo al het aantal en de soort schepen kan onderscheiden en hun sterkte beoordelen en klaar zijn om ze te achtervolgen, tegen ze te vechten of ze te ontvluchten; of, in het open veld, alle kleinigheden te zien en elke beweging en voorbereiding al te onderscheiden.”

First things first. Dat van die sterren, of manen, die nog nooit iemand heeft gezien is mooi – maar nu eerst even over het praktisch nut: de nieuwe vinding is verdomd interessant met het oog op de oorlogsvoering. Als jij je vijand twee uur eerder kan zien dan hij jou, dan is de kans dat jij de slag gaat winnen veel groter. Gaan we daarna wel lekker achterover leunen – en ’s avonds een beetje naar de sterren en de planeten kijken door dat nieuwe kijkding.





AFSCHEID

Zo nam Ida Gerhardt (83 jaar) afscheid van haar stervende zus Mia (70 jaar):

Gisterenmiddag hebben we elkaar nog telefonisch gesproken. Toen vroeg ze nog: “Zus, hoe lang kan het nog duren? Ik kom al veertien dagen niet meer uit mijn bed, eet alleen nog wat soep.” Wat moest ik zeggen? “Zus, als dit dan misschien ons laatste gesprek is, dan is het ook voor het laatst geweest dat ik ‘Met Gerhardt’ heb gehoord. Dan zeggen wij nog eenmaal ‘Met Gerhardt’”, stelde Mia voor. En Mia zei: “Met Gerhardt” en ik “Met Gerhardt, lieve zus” en herhaalde toen nogmaals het onsterfelijke “Gerhardt”, waarop wij vervolgens de hoorn op de haak legden.

(Ad ten Bosch, Gebroken lied. Een vriendschap met Ida Gerhardt.)

TJIELP TJIELP

Ik heb een Engelse vertaling gemaakt van het gedicht ‘De Mus’ van Jan Hanlo:


THE SPARROW


Chirpy chirpy – cheep cheep

chirpy chirpy – cheep cheep

chirpy chirpy – cheep cheep


Chirp


Hier volgt de originele tekst:


DE MUS


Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp

tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp

tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp

tjielp tjielp tjielp


Tjielp

etc.


De tekst van de vertaling komt toevallig woordelijk overeen met de tekst van het refrein van de zomerhit ‘Chirpy Chirpy, Cheep Cheep’ (1971) van de Schotse groep Middle of the Road. Van de oorspronkelijke tekst van Jan Hanlo bestaat ook een gezongen versie, door Tom America (1997).

SLEEP CYCLE









“Zo te horen slaap jij met je iPhone onder je kussen” zei Ruud. Ik had hem verteld over de vele handige mogelijkheden van het apparaat. Hij draaide zich weg, om met iemand anders te gaan praten. “Nou”, riep ik, “niet ónder mijn kussen, maar wel náást mijn kussen. Kijk maar.” Ik trok hem aan zijn schouder terug en dwong hem mijn Sleep Cycle Applicatie te bekijken.

Sleep Cycle is een programma (€ 0,79) dat de hele nacht kijkt hoe ik slaap. De volgende morgen vertelt het mij dan hoe ik geslapen heb, met een fijn grafiekje van het in slaap vallen, de droomslaap, de uren lichte slaap, de uren diepe slaap, de afwisseling daartussen en het uiteindelijke ontwaken.

Ruud was niet echt geïnteresseerd, maar ik wel. Ik wilde hem graag vertellen dat Sleep Cycle gebruik maakt van de gevoelige accelerometer van de iPhone. Sleep Cycle meet mijn nachtelijke bewegingen via de door mij veroorzaakte matrastrillingen en stelt aan de hand daarvan vast of ik in lichte of in diepe slaap ben. Daartoe hoeft de iPhone alleen maar in de bovenhoek van het bed te worden gelegd, op de matras. “Dus niet onder het dekbed of deken. En dus ook niet onder het kussen. Wel ernaast.”

Sleep Cycle valt zelf nooit in slaap. Het is voor Sleep Cycle een kleine moeite om mij te wekken, ’s morgens. Hij doet dat met synthesizersfeermuziekjes van ‘een open plek in het bos’ of ‘een ochtendnevel’ of ‘een zonsopgang’ of ‘een warme bries’ of ‘vage herinneringen’ of ‘een nachtegaal’ of ‘een stadsaubade’ – of met een riedel op basis van de Gymnopédies van Satie.

Ik stel een wektijd in, en Sleep Cycle bepaalt dan zelf, in het half uur voor de wektijd, wat het beste moment is om mij uit mijn slaap te halen. Geef ik weinig matrastrillingen af, dan weet Sleep Cycle dat ik nog in diepe slaap ben, en laat hij mij nog even slapen. Maar voelt hij met zijn gevoelige accelerometer aan dat ik in lichte slaap ben gekomen, dan gaat hij mij wekken met een door mijzelf gekozen aanzwellend wekmuziekje. Sleep Cycle weet dat je iemand het best wakker kan maken als hij in lichte slaap is, want dan staat hij gemakkelijk op, zonder te vloeken en zonder op het apparaat te slaan, en dan zit hij de rest van de dag in een enorm goed bioritme.

Vannacht schrok ik midden in de nacht wakker omdat mijn iPhone met een harde klap op de grond viel.

Meer blogs

  • Zo'n echte

    Drie jaar geleden was ik voor het eerst in Aardenburg, een stadje aan de onderkant van Nederland. Op een literaire avond speelde ik liedjes en droeg ik voor de eerste keer twee gedichten voor – ik was net gedebuteerd in Meander, en had me voorgenomen om me op de poëzie te storten. In de boekwinkel...
    Lees verder
  • Hawaii, a crying shame

    Voor wie wel eens een globe heeft vastgehouden is het een bekend gegeven. Je kunt de aarde zo draaien dat je vrijwel uitsluitend zee ziet. De Blue Marble, de foto die in 1972 genomen werd uit de Apollo 17 op 29.000 kilometer draagt niet voor niets die naam. 71% van het oppervlakte van de aarde...
    Lees verder
  • Scholen kijken

    De grote stoelendans is aangevangen. Wekelijks doen we vier middelbare scholen aan met onze zoon. Nadim heeft een lijstje met punten waarop hij die scholen scoren kan, en omdat zijn lijstje op de eettafel ligt, kijk ik regelmatig naar zijn uitdijende aantekeningen. God, wat houd ik van die jongen. Van zijn gebogen hoofd wanneer hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.