Beste Jan Aelberts (2),

20_houellebecqirlandeDe verkrampte romanticus, dat zie je heel helder. Wat kan de romanticus tegenwoordig nog anders zijn dan verkrampt? Ik zie hem steeds dieper wegzakken, door een zelfgekozen hel gaan – een die overigens totaal niet bij deze tijd past waarin iedereen voor zichzelf kiest en waar zelfs een term voor bestaat: het ‘Ik-tijdperk’. Uiteindelijk zal hij van zijn geloof vallen. Dat is helaas hoe de zaken er voorstaan, uiteindelijk zal zelfs de laatste romanticus voor zichzelf kiezen, zich proberen te beschermen.

Eigenlijk vraagt je brief niet om antwoord, want met de meeste beweringen ben ik het meer dan eens. Maar wat me verbaast is dat je kunst omschrijft als ‘tegenaanval’. Je schreef: “Kunst is, zoals ik het beleef, weinig meer dan een tegenaanval, die enkel een aanvang kan nemen wanneer de kunstenaar diep geraakt, gekwetst of zelfs geschoffeerd is door zijn omgeving…”  Deze regels geven mij het gevoel dat in jou een enorme woede zit of dat je erg wantrouwend bent. Ook de afsluiting van je brief duidt daarop: ‘Met groeten aan de wereld’ schrijf je; alsof je niet deelneemt aan deze wereld en al bij voorbaat diep geraakt, gekwetst of geschoffeerd bent; precies het thema dat je in mijn brief aan jou hebt weten te omzeilen.

Ik schreef je dat ik die nacht vol doodsangst die laatste regels op papier zette. Daarmee zette ik geen tegenaanval in werking, maar legde me juist neer bij het idee dat ik dood zou gaan, omdat ik diep in mijn hart wist dat het onzin was, slechts een bedenksel van mij. Inderdaad ben ook ik een hypochonder en leef ik soms dagen met lichamelijke mankementen die, als de angst zelf geweken is, net zo goed weer verdwijnen.
Maar ik vraag me af of jij, als je werkelijk geschoffeerd of gekwetst zou worden nog iets op papier zou kunnen krijgen.

Het is een interessant gegeven dat de meeste kunstenaars weinig te maken willen hebben met de tijd waarin ze leven. Ik vraag me wel eens af wie daar eigenlijk mee begonnen is; de tijd waarin je leeft zodanig af te wijzen, ervan uit te gaan dat als je je neerlegt bij het heden – of waar dat voor staat – je volkomen verloren bent. En ook stel ik mijzelf de vraag of dit niet meer een gewoonte voor de kunstenaar is dan een kwestie van rationeel denken. En waarom is dat een voorwaarde en waarvoor is dat dan een voorwaarde? Neem jezelf alsjeblieft als voorbeeld, Jan, en niet bijvoorbeeld Gerard Reve.

Een ongewone gevoeligheid. Alles komt veel harder aan en is daardoor dus meteen al van grotere betekenis. De lelijkheid, het trieste, ellende, het lijden. Maar ook de schoonheid en de troost, allemaal zijn ze in onze beleving sterker dan bij een ander, een ‘niet-kunstenaar’.
Ik ken mensen die beweren dat een schrijver overal de juiste woorden voor kan vinden en op die manier de dingen beter uiting kan geven dan de ‘niet-kunstenaar’. Maar in mijn beleving is juist het vinden van die juiste woorden bijzaak, in de eerste plaats gaat het om het opmerken en in veel mindere mate om de stijl waarin het verhaal geschreven is. De context doet vrijwel alles, kleine trucjes daargelaten natuurlijk – een tekst moet wel leesbaar zijn.
Ik eindig deze brief met jouw begin: Houellebecq’s supermarkt als het leven:

D’abord j’ai trébuché dans un congélateur.
Je me suis mis à pleurer et j’avais un peu peur.
Quelqu’un à grommelé que je cassais l’ambiance ;
Pour avoir l’air normal j’ai repris mon avance.

Des banlieusards sapés et au regard brutal
Se croisaient lentement près des eaux minérales.
Une rumeur de cirque de demi-débauche
Montait des rayonnages. Ma démarche était gauche

(Eerst struikelde ik een vrieskast binnen.
Ik begon te huilen en was een beetje bang.
Iemand mopperde dat ik de sfeer verpestte;
Om normaal over te komen, ben ik maar doorgelopen.

Voorstadbewoners in hun nette kleren, met brutale blikken
Kruisten elkaar langzaam bij de flessen bronwater.
Een circusrumoer, half losbandig
Steeg op uit de schappen. Ik bewoog me onhandig voort.)

Hypermarché – La persuite du Bonheur – Flammarion 1997 – vertaling Kiki Coumans

Hartelijke groet,

David Pefko

In de Oorshop

Ontvang onze nieuwsbrief

Laat uw emailadres hier achter en blijf op de hoogte van uitgaven en blogberichten van ons literair tijdschrift.

Lieve Z,

DSC01108Ik schrijf je een kort briefje want je kan niet lezen. Een lange brief zou je doen blozen en aangezien je dat zelfs  niet kan, hou ik het gewoon maar kort en bondig.

Mijn hele jeugd ben je er geweest. Eerst samen met S, die je soms tot bloedens toe verwondde, in zijn laatste dagen niet eens meer wilde zien, daarna alleen.

Ik herinner me de eerste keer dat ik je vasthield. Je buik rook naar melk en je was eigenlijk nog veel te klein. Het is gek te bedenken dat toen ik daar zat, met jou in mijn armen, de planken boven mijn hoofd opeens doorbraken, dat een stortvloed aan boeken jou op een haar na raakte. Ik hield mijn handen stevig om je heen om je te beschermen en jij gaf geen kik. Ik vraag me af of je dat nog weet, en of je het me hebt vergeven.

Toen ik je na jaren weer terugzag was je oud geworden. Rond je mond zaten nu grijze haren en je bewoog moeilijker. Als je vroeger rondjes rende was het mooi om te zien, nu was het eerder ontroerend; in de parken waar je liep zag en hoorde je steeds minder. Liep je eerst nog achter de anderen aan, nu hield je je bezig met kleinere dingen: blaadjes in het gras, de voet van een boom, een stoeptegel die blijkbaar aantrekkelijk rook. Het moet rustig zijn geworden in je hoofd, dat kan haast niet anders.

Eigenlijk kan ik niemand bedenken die zo dicht bij de menselijkheid is gekomen als jij. Je liet boeren en scheten, soms zuchtte je diep en om de zoveel tijd had je een rothumeur. Ook at je alleen nog maar waar je zin in had.

Nu loop je steeds langzamer de trappen op, staat soms op de overloop uit te hijgen, soms ga je zelfs even zitten. Ik zeg dan dat je op moet schieten, dat ik haast heb. Ik geef je duwtjes en even later loop je dan trouw verder.

Ik zei een tijd geleden tegen X dat als de tijd komt dat je al die trappen niet meer op of af kan lopen, ik je zal gaan dragen. En dat beloof ik je hierbij plechtig.

Liefs,
David Pefko

Beste Ans van de Van Baerlestraat,

Amsterdam-BuildingPublic-ConcertGebouw1-AD1886De eerste keer dat ik je tegen het lijf liep was op de Van Baerlestraat, voor het concertgebouw. Je vroeg of je even met me mocht praten. Ook pakte je meteen mijn hand vast. Je droeg een bontjas en suède pumps. Je vertelde in paniek dat iemand je tas had gestolen en dat je mij, als buurtbewoner, om een gunst wilde vragen. Vijftig euro, om naar huis te komen en tussendoor even iets te eten bij brasserie van Baerle. Toen ik antwoordde dat ik vijftig euro een beetje veel vond en dat je ook met de tram kon gaan, wellicht thuis nog iets te eten had, werd je kwaad en riep je terwijl je de volgende voorbijganger staande probeerde te houden: ‘Klootzak!’

Enkele weken daarna gebeurde hetzelfde. Je zag er wat verwilderder uit, je eens zo nette kleding zat nu vol met vlekken, maar je stem was dezelfde; bekakt en arrogant. Je vertelde nu dat je drie maal de verkeerde pincode had ingevoerd, je was namelijk ziek en onder invloed van een zware pijnstiller. Je wees me op de leegte in je portemonnee, en inderdaad, alleen tientallen bankpasjes en opgevouwen bonnetjes zag ik zitten, je drukte hem onder mijn neus en vroeg: ‘Dertig euro, u kunt het missen, dat zie ik meteen. U krijgt het terug, ik geef u mijn kaartje… Ik woon in de van Eeghenstraat, op stand meneer!’
Achteraf gezien heb ik spijt dat ik je alleen de tip gaf gezichten te gaan onthouden, want ik had in die tijd best je visitekaartje willen zien, in ieder geval willen weten wat je naam was of voor wie je je uitgaf. Want nu, vele jaren later, sta je tussen elf en half drie op de Ceintuurbaan, voor de avondwinkel. Je haar is grijs geworden, je draagt een kunstgebit en je bontjas is vervangen door een grijze regenjas. Het enige wat niet veranderd is, is je bekakte manier van praten.
‘Ach meneer, mag ik even met u spreken, wilt u even tijd maken voor een wanhopige vrouw met kanker?’ Dat was je nieuwe inleiding, een vrij smakeloze, maar wel een interessante aangezien je mij daarna om een sigaret vroeg die ik je natuurlijk gaf.
Ik kon niet slapen die nacht en had de fiets gepakt om een ritje door de stad te maken.
‘Weet u,’ begon je, ‘ik ga dood van de pijn, niemand wil me helpen, ik ben geen slecht mens geweest maar er is geen persoon die me liefde wil geven. Heeft u liefde meneer?’
Ik vertelde dat ik liefde had, en dacht aan al die keren dat ik je in de Van Baerlestraat op mensen af zag komen, ze in een portiek dreef en ze dan om een geldbedrag vroeg.
Soms heb ik je horen schelden en andere keren liep je weg met een tientje.
Ik vertelde dat ik je kende, van vroeger, en jij begon meteen over de behandelingen die je had gehad in het ziekenhuis. Toen zei je: ‘Weet u dat er geen deur is waar ik nog kan aankloppen? In de hele stad is er geen bel die ik in kan drukken, is er niemand die naar mij omkijkt. Ik wil alleen maar een stukje brood, een kopje koffie, meer verlang ik werkelijk niet. Een tientje? Alstublieft meneer?’

Dat in vijftien jaar tijd vijftig euro een tientje is geworden vond ik al droevig genoeg. Ik vroeg me af waar je bontjas was gebleven, en je nette schoenen, maar vroeg geen van die dingen en gaf je het geld.
‘Ik wil alleen weten hoe je heet,’ zei ik.
‘Ans van de Van Baerlestraat, zo noemen ze me. U bent een goed mens, dat zag ik meteen, ik heb een neus voor goede mensen,’ zei je en snelde de avondwinkel in. Even later zwaaide je naar me met een blik bier in je hand.

Hartelijke groet en succes,

David Pefko

Geachte Joke van der Ven,

jokevandervenVorig jaar werd u uitgeroepen tot ‘Dé vrouwelijk ondernemer van het jaar’ U werd geprezen om uw inspirerende betrokkenheid en om het feit dat u uw medewerkers ‘nadrukkelijk betrekt in uw succes’

Ik wil u middels deze brief van harte feliciteren, en het met u hebben over een van uw vele bedrijven: Brief op bestelling.

Via uw website ben ik in staat een op maat gemaakte liefdesbrief, rouwbrief of sollicitatiebrief te laten maken. Die sollicitatiebrief is mijn minste zorg, een sollicitatiebrief is onpersoonlijk, maar de liefdes- en rouwbrief, die voor het bedrag van 37.50 te bestellen zijn, daar gaat het mij nu om.

Op uw website staat: ‘Wij nuchtere Nederlanders vinden het vaak moeilijk om onze gevoelens en emoties uit te spreken. Zeker als het om je diepste emoties gaat. Een vreemd soort gêne overvalt ons vaak en we vervallen opnieuw in een vorm van zwijgen. Toch zou je de ander zo graag jouw diepste gevoelens willen laten zien. Jouw liefde voor hem of voor haar. Wat je zo geweldig aantrekkelijk of lief vindt in de ander. Of waarom je nog steeds na zoveel jaar van hem of haar houdt. Ondanks… vul zelf maar in. Verras je geliefde eens met een originele liefdesbrief! Wedden dat die heel lang en zorgvuldig wordt bewaard?’

U snapt dat ik door deze tekst meteen verkocht was en besloot de brief te bestellen. Ik werd door een simpel menu geleid waar ik eerst mijn persoonlijke gegevens moest invullen en toen terecht kwam in een ongetwijfeld ingenieus systeem waarin ik een aantal kenmerken moest opgeven. Bijvoorbeeld wat mij in het begin tot deze liefde heeft aangetrokken. U vraagt mij te denken aan bijvoorbeeld: geur, manier van bewegen, handen, ogen, sensualiteit. Dan vraagt u wat ik vooral in deze brief zou willen laten blijken en ook wat ik hoop te bereiken. Later word er gevraagd wat ik mijn liefde allemaal toewens en geeft u mij zelfs de kans een aantal dichtregels op te geven. Er staat nu dat de liefdesbrief bijna klaar is (Bestel nu de brief en bezorg je geliefde binnen 48 uur een onvergetelijk moment!), dat het enige wat ik nog moet doen een briefmodel kiezen is. Ik heb de keuze uit een zonsondergang, een rode roos en een briefhoofd bezaaid met rozenblaadjes. (ik koos voor de rode roos).

De laatste stap tot het laten maken van deze liefdesbrief is het voldoen van het totaalbedrag van die 37,50, welke automatisch van mijn bankrekening zal worden afgeschreven. Ik krijg vervolgens een keurige e-mail waarin staat dat er binnen 48 uur een liefdesbrief in mijn inbox zit. Ik kan niet wachten, dat snapt u vast.

Volgende keer een rouwbrief, als mijn gevoel opnieuw vervalt in een vorm van zwijgen.

Hartelijke groet,

David Pefko

Beste Rosa,

levi2Hoe langer ik hier ben, tussen de onmetelijke vlaktes en de bergen (in de oneindigheid bijna), hoe minder ik te schrijven heb. Ik denk soms heel even met een soort weemoed terug aan vroeger, maar ik geloof dat ik dit alles wat ik hier zie verkies boven dat leven, dat in de boekjes, het leven dat daar misschien wel voor altijd zal blijven.
Gisterenmiddag stapte ik onderweg even uit de auto. De zon stond laag, de glinsteringen over de bergtoppen waren al zichtbaar, nergens was enig leven te zien, alles was stil. Toen ik mijn blik over het landschap liet gaan was ik er opeens zeker van dat wat ik zag ook echt was wat ik zag.
Als ik vroeger langs een kustlijn liep zag ik een hoop, maar nooit de zee. Als ik door een berggebied probeerde te komen zag ik ook veel maar nooit de bergen. Het leek wel of ik niet in staat was dingen te zien zoals ze zijn. Ze maakten me bang, ik richtte mijn aandacht onmiddellijk op mijn schoenpunten, kleine stukjes afval op de grond. Als ik tussen de veelkleurige stenen op een strand een leeg blikje frisdrank zag liggen was ik gerustgesteld.
Nu ben ik dus op het punt dat ik voor het eerst naar iets kijk zonder bijgedachtes, dat ik voor het eerst iets zie zonder meteen angstvallig aan andere dingen te denken, zoals bijvoorbeeld aan een tonijnsalade, de vraag of de ingrediënten daarvoor wel in huis zijn en het bevredigende gevoel dat volgde als het ook zo was.
Misschien ben ik genezen. Mijn geschiedenis is langzaam aan het vervagen, geleidelijk aan het opgaan in het landschap hier.

Levi

Meer blogs

  • Wie nu alleen is

    Ik stond alleen in de Kleine Komedie, terwijl de regen als een slak trieste strepen op het raamwerk trok. Mijn gezelschap had op het laatste moment afgezegd, toen ik al in de trein zat naar de hoofdstad. Voor veel mensen zou dat geen probleem zijn geweest, maar voor mij wel: ik doe eigenlijk zelden iets...
    Lees verder
  • De zee en alles wat daarin is

    Wat een fijne formule is het toch: veertig mensen zitten lekker te eten en te keuvelen en tussen de gangen door vertellen een paar boeiende schrijvers iets over een onderwerp en is er een muzikaal intermezzo. Dinsdag jl. waren de schrijvers Tijs Goldschmidt en Alexander Nieuwenhuis, die spraken over navigatie bij dieren, exoten en de...
    Lees verder
  • De goede reis

    Het was feest. In het mensenaquarium waar vriend Thomas werkt zouden we afscheid nemen van mijn broer die feitelijk mijn zwager is. Thomas haalde ons één voor een op met de lift en liet ons binnen. Zo groot was het kantoor, zo verpletterend het uitzicht over de havens, dat ik niet anders kon dan naar...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.

  • Anne Steenhoff

    Anne Steenhoff (1996) schrijft fictie en voor films. Ze studeerde in 2019 af aan de master Beroepsspecialisatie Film aan de UvA. Ze werkt momenteel als parttime leerkracht en schrijfster van kortverhalen bij Ella Global. Eerder verscheen haar werk bij De Optimist, Writenow en het NRC.

  • Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, schrijfdocent en journalist. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in de bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).