In korte tijd ben je een fenomeen geworden: van huisvrouw tot Facebook icoon. Natuurlijk heb je dit deels te danken aan je echtgenoot, Louis Nanet.
Maar hoe leef je met een man als Louis? Als ik het goed begrijp was hij achtereenvolgend: vrachtwagenchauffeur, heftruck-bestuurder en uiteindelijk mechanicus op een olietanker. Daar schreef hij zijn eerste gedichten die nu ‘postuum worden uitgegeven na zijn dood’. ‘Motorkamers en verschuttingen’ gaat die bundel heten en Louis zelf is zeker van het enorme succes. In de tussentijd deed jij voornamelijk de was en knipte patronen uit de Margriet. Ook haakte je kleedjes.

Op zijn 53ste ging Louis met pre-pensioen en waren jullie dag en nacht bij elkaar. Even later werd hij ziek, lag maanden in ziekenhuizen waar jij stiekem visburgers en flessen whisky voor hem binnenbracht.
Grove uitspraken, het ‘zo ziek zijn als een hond’, maar nog dagelijks aan de fles, het openlijk mensen uitschelden en afmaken, er buitenechtelijke relaties op na houden en de daarbij komende buitenechtelijke kinderen… Niets is deze man vreemd, nergens lijkt hij een grens te kunnen trekken. Het kotsen van bloed, zou het bijna vergeten; de absolute leidraad in zijn leven. Zijn motto op Facebook is: ‘Zo ziek als een pier, maar potent als een konijn. Ik kan ontvangen en verplaatsen.’ Een ander motto is kortweg: ‘Godverdomme!’.
In gedachten zie ik jou op weg naar de Aldi om zijn drank te halen en jouw bleek om jullie huis te kuisen. Soms neem je een cadeautje voor hem mee dat hij dan uitpakt en in de hoek van de kamer gooit. ‘Wat heb ik eraan nu ik toch de pijp uitga? Nou? Wát?’ mompelt hij dan en stuurt je naar de keuken.
Bakharingen, kibbeling en vette bokkingen. Al 27 jaar bak je ze voor Louis en al 27 jaar eet je stilletjes in de keuken terwijl hij vanuit zijn bed naar oude afleveringen van Dallas kijkt. Later op de avond breng je hem nootjes en ‘s nachts slaap je op de bank omdat hij zo snurkt.

Nu las ik dat hij op sterven ligt, en hoewel zijn uitspraken milder zijn geworden lijkt het erop dat deze man niet kapot te krijgen is.
Denk je ooit wel eens aan zijn dood als oplossing voor je eigen leven? Droom je wel eens van een tweede kans als Louis niet meer onder ons is en weet je al wat je gaat doen als het ooit zover komt?
Ik wens je sterkte in deze moeilijke tijd.
Hartelijke groet,
David Pefko

























De eerste keer dat ik u zag was ik aan het koken. Ik roerde in een saus en keek even door het raam naar buiten. Het was al koud en er kringelde rook uit alle schoorstenen en het was donker. Ik vond het een prettig gezicht. Precies tegenover mijn huis zag ik u aan uw eettafel zitten. Als enige in het rijtje had u al uw lichten aan en kon ik door de spleet tussen mijn twee rolgordijnen naar u kijken. Ik heb het altijd interessant gevonden, huizen zoals die van u; vrijwel leeg en wat er staat van Ikea. De bekende vloerstaande lamp, de retro stoeltjes om uw glazen tafel, de grote stalen klok aan de wand, ik herkende ze allemaal. Sommige huizen zijn bij een bepaald licht net kijkdozen.
Het verhaal doet de ronde dat u ziek bent, zich heeft teruggetrokken ergens aan zee en van plan bent ‘rust te nemen’, zoals uw vrouw Tania de Metsenaere al honderdduizend keer tegen u heeft gezegd: ‘Je moet rust nemen mijn schat’.
Ik heb verscheidene keren voor je deur gestaan, heb zachtjes en hard aangeklopt en je gebeld, ja zelfs vóór je deur. Ik hoorde dan twee of driemaal het geklingel van je ouderwetse telefoontoestel en daarna een klap gevolgd door een scheldpartij. Soms sneuvelde daarbinnen iets van glas of steen.
Het zal nu zeker meer dan 16 jaar geleden zijn dat u een abonnement nam op onze Dieren-weekkrant. Zoals u weet stonden wij voor actuele berichtgeving omtrent zieke dieren in het Vondelpark. Duiven met één poot, eenden zonder huis en weggelopen katten en honden zouden onze pagina’s vullen en de abonnees werden aan de deur benaderd en moesten daar ook hun abonnementsgeld contant voldoen. In de tijd waarover ik schrijf zijn er 7 abonnees geweest die elk het bedrag van vijfentwintig gulden hebben betaald voor hun wekelijks exemplaar. Onze medewerkers waren toen zeven en negen jaar oud en de oudste van de twee vervoerde de jongste achterop zijn fiets.
Ik was begonnen aan een brief aan een clown met de naam 



