Zeker weten

The people have had enough of experts,’ zei de Britse minister Michael Gove in 2016.  Ik denk niet dat Gove momenteel graag aan zijn uitspraak herinnerd wil worden. De regering waar hij nu deel van uitmaakt (hij is ‘Minister of the Cabinet Office’) vaart, net als het Nederlands kabinet, momenteel blind op deskundigen. Nu het Coronavirus door het land trekt, zijn politici maar al te graag bereid te luisteren naar deskundig advies.

Maar Gove had het in 2016 niet over deskundigen wat betreft volksgezondheid maar over hen die voorspelden dat een vertrek van het VK uit de EU rampzalige gevolgen zou hebben. Rampscenario’s kwamen Gove en zijn mede-Brexiteers natuurlijk niet goed uit. Het waren beren op de weg naar ‘taking back control’. Deskundigen moesten met hun beren gewoon even aan de kant.

Maar toch had Gove wel een puntje. Als het over economie gaat, zijn deskundigen namelijk helemaal niet goed in vooruitkijken. Als het CPB een economische groei van 2% voorspelt kan dat in werkelijkheid best eens 5% blijken te zijn, of -1%. En wie wil beleggen kan een portefeuille laten samenstellen door een goed betaalde expert, maar misschien is het beter om naar Jacko te gaan. Jacko woont in Artis, in het gorillaverblijf en deed het in het verleden uitstekend op de beurs, beter dan veel professionele handelaren. En iedereen in de financiële wereld, op een klein handje met excentrieke uitzonderingen na, werd verrast door de grote financiële crisis van 2008.

Zijn economen daarmee waardeloze deskundigen? Nee, maar er zijn grenzen aan hun deskundigheid.

In de gezondheidszorg kunnen deskundigen ook behoorlijk miskleunen. Lees bijvoorbeeld het meesterwerk The Emperor of All Maladies: a biography of cancer, van S. Mukherjee. Lees en huiver. Decennialang werden kankerpatiënten onderworpen aan radicale chirurgie, waarbij zoveel mogelijk weefsel rond een tumor werd weggesneden. Bij het kleinste gezwel werden organen geamputeerd. Het uitgangspunt bleek niet te kloppen, en het erge is dat men deze conclusie veel te laat trok. Zeker weten zat de chirurgen in de weg.

Zijn artsen slechte deskundigen? Nee, maar ook zij moeten oppassen voor misplaatste zekerheid. Zekerheid is vaak schijn.

Schijnzekerheid speelde ook een rol bij het over het hoofd zien van de huizencrisis door de ‘rating agencies’ in de VS. Een mooie beschrijving daarvan is te vinden in The Signal and the Noise van Nate Silver, een prachtig en glashelder boek over voorspellen. De ‘rating agencies’ hadden onzekerheid weggestopt in ingewikkelde modellen en beslissingen werden genomen op drijfzand dat van boven enigszins leek op een betonnen vloer. Hun modellen kwamen met heel nauwkeurige voorspellingen die daarmee de schijn van zekerheid gaven.

Onlangs hoorde ik GGD-directeur de Gouw op radio1 zeggen: “De kans op besmetting [met Corona – MJ] op een lagere school is 0,003 procent en zelfs 0,0003 procent als men zich houdt aan hygiëneregels.”

Zulke zekerheid staat een deskundige niet. Niet dat ik wil beweren dat een besmetting met Corona op een lagere school waarschijnlijk is. Ik geloof de Gouw best als hij beweert dat de kans op besmetting erg klein is, maar om dit uit te drukken in drie tot vier cijfers achter de komma is onzinnig. Het straalt een mate van zekerheid uit die ongepast is. Alsof er maar één model mogelijk is, alsof de wetenschap elke twijfel, ook bij een uitbraak van een onbekend virus de nek omdraait. Alsof een getal alleen een argument is dat iemand overtuigt.

Wetenschap biedt nauwelijks zekerheden, hooguit beperkingen aan de twijfel. Er wordt zelden iets ‘wetenschappelijk bewezen’. De meeste wetenschappers die iets proberen te voorspellen, hanteren modellen die gebouwd zijn met behulp van waarschijnlijkheden en de uitkomsten moeten bijna altijd met zorgvuldige, liefst kleine korrels zout genomen worden.

Jaap Goudsmit, onderzoeker en voormalig frontsoldaat in de strijd tegen het AIDSvirus zei het mooi in Nooit meer slapen, ook op radio1. ‘Wetenschap is twijfelen. Wetenschap is niet zekerheid verschaffen, dat is een godsdienstig concept van wetenschap.’

Luister naar deskundigen, vooral als ze onzekerheid de ruimte geven.

"Foto van Machiel Jansen"
Machiel Jansen

Machiel Jansen blogt voor Tirade incidenteel over zaken die ‘Big Data’ raken. Hij leidt het Scalable Data Analytics-team bij SURFsara Amsterdam. Machiel is gepromoveerd op Knowledge Engineering en heeft in 2007 bij verschillende bedrijven en universiteiten aan SURFsara gewerkt.

In de Oorshop

Een intellectueel jongensboek

Een droomroman. Ik kon er geen betere woorden voor vinden. Een revelatie, dat was Een kamer in Rome (2012) ook, maar wel een die vooral het bekende aan het licht bracht. Het was jaren geleden dat ik bij het lezen van fictie zo’n hevige schok van herkenning had gevoeld. 

Hoofdpersonage Daniël van Duren is een student Literatuurwetenschappen, die zich bezighoudt met ‘virtuele romans’: boeken die alleen bestaan in andere boeken. Hij leest Nabokov en Borges, leeft op tijdens zijn colleges in het fraaie Bungehuis, is lid van een literair dispuut en voelt zich vooral thuis op het Spui en in een drietal historische bruine kroegen. Hier was een personage dat vrijwel exact dezelfde leefomgeving en interesses had als ikzelf, toen ik een paar jaar terug bachelorstudent in Amsterdam was – een tegelijkertijd bevreemdende en bevredigende realisatie. 

Na het lezen van een mysterieuze novelle reist Daniël naar Italië om de auteur ervan op te zoeken en, uiteindelijk, zijn eigen verhaal te schrijven. Zo ontspint zich een spannend, rijk verhaal, dat met uitzonderlijk veel gevoel voor sfeer is opgetekend. Een kamer in Rome is een heerlijke roman, een intellectueel jongensboek dat in de Nederlandse letteren zijn weerga niet kent. 

Toen ik het boek uithad was ik erg benieuwd hoe het Sipko Melissen (1941) precies was gelukt; hij had zich feilloos weten te verplaatsen in een jonge student op het moment dat hij zelf eerder de leeftijd van een pensionado had. In de hoop meer inzicht te krijgen in de jongere jaren van deze schrijver bestelde ik zijn debuut, de dichtbundel Gezicht op Sloten (1985). Veel informatie bood de flaptekst niet, dus ik begon meteen maar aan de gedichten. 

Voor een liefhebber van Nabokov schrijft Melissen verrassend toegankelijke verzen. Niet gemaniëreerd, maar lichtvoetig en alledaags. Er worden avonden met vrienden vastgelegd, wandelingen en stadsgezichten. Naast lyrisch is hij af en toe filosofisch: in verschillende gedichten reflecteert hij op zijn verhouding tot de werkelijkheid. Soms twijfelt hij zelfs aan zijn eigen bestaan: ‘mij overvalt de twijfel / of ik hier werkelijk zit’.

De eerste afdeling bestaat uit beeldgedichten. Het titelgedicht, over een tekening van Rembrandt, sprak me onmiddellijk aan:

Rembrandt van Rijn, ‘Gezicht op Sloten’, circa 1650

Gezicht op Sloten

In deze tekening kom ik thuis

de weg leidt onvermijdelijk

naar de oneffenheid 

op ’t poldervlak

zomervolle bomen

houden nog verborgen

het dorp

waar ik in door wil dringen

om bij de kern te horen 

in de kerk te zingen

begraven naast de toren

wachten op een jongste dag

Daarin zag ik opeens iets terug van die begeesterde student uit Een kamer in Rome: zoals Daniël toegang wil krijgen tot gesloten fictionele werelden, wil de dichter doordringen in dit afgebeelde landschap, opgenomen worden in de gemeenschap die hij in het dorp veronderstelt. Dat is wat schrijver en personage verbindt: ze willen niet alleen begrijpen, maar deel gaan uitmaken van dat wat hen fascineert. 

—-

De nieuwe roman van Sipko Melissen, De vierde mei, is vorige week verschenen.

"Foto van Lodewijk Verduin"
Lodewijk Verduin

Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Drank en suiker

Zo gauw duidelijk is dat er nog maar heel weinig kan, word ik een tevreden mens. Het Nederland van voor de pandemie zat in een dijk van een hausse, maar echt gedijen deed ik niet: te veel dingen kunnen betekent te veel dingen van mezelf moeten.

In Suriname ben ik anders. Het is er vaak te warm om te bewegen en de gebrekkige infrastructuur laat een Hollandse vaart niet toe; gevolg hiervan is dat deze jongen al bij aankomst op de luchthaven enorm ontspant en zijn verdere verblijf met geen mogelijkheid te stressen is.

‘Vandaag is het niet gelukt een auto te huren, schat. Ik ga overmorgen nog een keertje langs. Kijken of er dan wél iemand is.’

B, die anders in elkaar zit, trekt onmogelijkheden slecht, en zal ook in de lastigste situaties proberen haar afgesproken productie te behalen.

Een verschil tussen ons is óók dat zo’n beetje alles wat ik normaal gesproken doe voor mijn geld of ontspanning door de corona onmogelijk geworden is. Ik moet oppassen niet dagelijks te drinken, en als ik niet drink moet ik oppassen niet alle zoete dingen die ik bak op te eten.

Ik heb de zwakte voor zoet van mijn vader, hoewel mijn moeder er ook niet vies van is. Gisterenavond bakte ik weer kouign amanns (boterige Bretonse geweldigheden), die ik in een tupperwaredoos meenam op mijn late wandeling met Otis de Hond. Ik hoopte mijn karamelbommen aan mensen uit de buurt te kunnen slijten, anders zouden ze vanzelf ontbijt worden. Omdat ik niemand tegenkwam, at ik er vast een paar.

Er zit troost in suiker, en wie een beetje warenkennis heeft weet dat alcohol ook omgezette suiker is. Moest ik getroost worden? Terwijl ik kauwde, glimmende bladerdeegsnippers rondstrooiend in de Galgenstraat, dacht ik aan de theorie dat overeten naar binnen gekeerde agressie is.

Zou ik net als B gefrustreerd zijn door de corona, maar dat niet als zodanig registreren en mezelf straffen met suikers? Met zekerheid was in ieder geval te zeggen dat ik dankzij de corona te veel tijd had om over dit soort dingen na te denken.

Ik beklom de trappen naar ons kraaiennest op de vierde verdieping en legde Oot te rusten, vulde zijn waterbak voor de nacht.

De maatregelen waren aangepast. Over drie weken zou er weer school zijn, en crèche voor Ada, maar voor mij zou er nog steeds heel weinig kunnen. Ik zette de doos met zoetigheid vast naast het espressoapparaat voor morgenochtend, en deed traag alle lichten uit.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

De oorspronkelijke bron

The Gift (1938) is niet een van Vladimir Nabokovs (1899-1977) toegankelijkste romans. Het is het laatste boek dat hij in het Russisch schreef, en zijn beheersing van zijn moedertaal was op dat moment onovertroffen. The Gift is daarom schitterend geschreven, maar ook zo rijk aan details en ongebruikelijke woorden dat het taai en soms zelfs ondoordringbaar is. Verhaal, verbeelding en herinnering worden daarnaast zo nonchalant afgewisseld dat ik er meer dan eens gedesoriënteerd van raakte. 

Het is het verhaal van Fyodor Konstantinovitch Cherdyntsev, een jonge Russische dichter die, net als Nabokov zelf, kort na de revolutie zijn thuisland verliet. Hij woont in Berlijn, waar hij deel uitmaakt van een gemeenschap van emigrés, en debuteert aldaar bij een kleine uitgeverij met ‘a thin volume entitled Poems.’ Het is een reeks autobiografische gedichten, waarin Fyodor de helderste herinneringen aan zijn vroege kinderjaren probeert vast te leggen. Een jeugdig ziekbed, absoluut een klassieke kinderervaring, beschrijft hij als volgt:

A writing case with my note paper

Is what I most vividly see:

The leaves are adorned with a horseshoe

And my monogram. I had become

Quite an expert in twisted initials,

Intaglio seals, dry flattened flowers

(Which a little girl sent me from Nice)

And sealing wax, red and bronze-gleaming.

Dit project deed me denken aan Zes (2016), de mooie eerste dichtbundel van Mathijs Gomperts (1988), waarin vrijwel hetzelfde gepoogd wordt. Ieder gedicht van Gomperts behandelt een losse indruk uit zijn kindertijd. Ook zijn vader, moeder en broers worden zo terloops geportretteerd. In tegenstelling tot Nabokov probeert Gomperts nadrukkelijker vast te houden aan de taal van zijn vroegere zelf. Zijn toon is minder gedragen, lichtvoetiger:

De radio in de keuken 

maakt grijs geluid als je erlangs loopt

ik klim op de kruk, klamp me vast

aan de plak leisteen van het aanrecht 

er ik richt met mijn hand de antenne 

hierheen daarheen

tegen het kruidenrekje is het geluid het beste –

In The Gift reflecteert Fyodor uitgebreid op zijn drijfveren als dichter. Dit zegt hij over zijn herinneringsgedichten (hou je vast):

‘My probing thought often turns towards that original source, towards that reverse nothingness. Thus the nebulous state of the infant always seems to me to be slow convalescence after a dreadful illness, and the receding from primal non-existence becomes an approach to it when I strain my memory to the very limit so as to taste of that darkness and use its lessons to prepare myself for the darkness to come; but, as I turn my life upside down so that birth becomes death, I fail to see at the verge of this dying-in-reverse anything that would correspond to the boundless terror that even a centenarian is said to experience when he faces the positive end (…).’ 

Terugdenken aan je jeugd om je voor te bereiden op de dood – ik denk niet dat Mathijs Gomperts hetzelfde voor ogen stond. Hij lijkt via zijn gedichten juist méér te willen leven. Door herinneringen op te schrijven laat Gomperts zijn vroegere zelf niet verdwijnen, maar houdt hij hem altijd bij zich, hier, in het heden. 

"Foto van Lodewijk Verduin"
Lodewijk Verduin

Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

Praten met vreemden

Okay, even zeuren. Ik mis omarmingen, uit eten. Ik mis cafés, buurtborrels. Ik mis boekpresentaties, dansvoorstellingen. Ik mis bioscoopbezoek en het concertgebouw. Ik mis roeien en tennissen. Ik mis feesten en diners. Ik mis wedstrijden en reizen. Ik mis… En natuurlijk gaat dit om kunst, sport en consumptie als ergens nog wel te compenseren aspecten, maar het gaat -bedacht ik – voor een goed deel over andere mensen, vreemden, praten met vreemden. Ik doe dat veel liever dan ik dacht. Een woord, een woord! Maar het is stil…

Talking to Strangers van Malcolm Gladwell is een raar boek. De eerdere boeken van deze Brits-Canadese journalist houden het midden tussen intelligentere managmentboeken, al doe ik hem daar licht onrecht mee, en introducties in sociaal psychologisch onderzoek. Een standaard Gladwell-boek wordt na de eerste helft minder interessant omdat hij dan zijn punt wel gemaakt heeft. Maar dit boek is veel boeiender, het is namelijk heel lang niet duidelijk welke kant Gladwell precies op wil. Een een bizarre waaier van voorbeelden, Hitler en Chamberlain, Amanda Knox, de Amerikaanse uitwisselingsstudent die in Italië jaren in de bak zat voor een moord die ze niet beging, de Cubaanse geheime dienst, een mol in de Amerikaanse geheime dienst, Sandra Bland die voor schijnbaar niets werd aangehouden in Texas en drie dagen later zelfmoord pleegde in de cel, een populaire gymleraar die decennia kinderen misbruikte, maar niemand wilde en slecht woord over hem horen, toont Gladwell aan hoe slecht we de intentie van een ander kunnen ontwaren.

Gladwell maakt nogal grote bewegingen, hij onderzoekt gasaansluitingen in Engeland in de jaren ’60 om de suïcide van Sylvia Plath te kunnen begrijpen, haalt onderzoeken naar gelaatsinterpretatie onder de inwoners van de Trobriand Islands aan, kijkt heel goed naar een aflevering Friends en verklaart waarom een politieonderzoek over aanhoudingsstrategie in Kansas in de jaren ’80 uiteindelijk leiden tot de dood van een dame in Texas 30 jaar later.

Gladwells boek is hiermee een heel fraaie mix tussen psychologie, sociologisch en antropologisch onderzoek, maar vooral een uiting van onstilbare honger naar kennis over hoe dingen die hem verbazen werken. Aan te raden dus…

En hoewel je vreemden volgens zijn uitkomst dus verkeerd interpreteert omdat je abusievelijk steeds ervan uitgaat dat ze de waarheid spreken, dat je per ongeluk denkt dat ze transparant zijn wat ze niet zijn, en dat je de context waarin je ze spreekt te weinig betrekt bij het gesprek, verlang ik intens naar praten met vreemden…

En films, diners etc. etc.

Maar we houden gewoon nog een paar jaar vol. Tegen die tijd heb ik minstens de helft van het verzameld werk van Nijhoff uit mijn hoofd geleerd. Je moet wat….

‘Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt.’

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Lezen in een lege kroeg

Juist in crisistijd hebben we een avond in de stad nodig met vrienden en collega’s, een moment om onze ellende met wederzijdse steun en humor te lijf te gaan. Corona maakt dit onmogelijk, en naarmate de sluitingsweken verstrijken zal het aantal faillissementen in de horeca stijgen. 

Samen met Jan van Mersbergen presenteer ik vijf keer per jaar De Vertellers van Helmers, een drukbezochte literaire avond in een fijn café in West. Nu dat tijdelijk niet kan willen Jan en ik onze geliefde horeca een hart onder de riem steken. In samenwerking met Het Parool maakten we filmpjes van acteurs en schrijvers die literaire barverhalen voorlezen in het droeve decor van een leeg café Helmers, met de gordijnen dicht en stoelen op de tafels. 

In totaal maakten we zestien filmpjes, waarvan er elke vrijdag twee online komen op de site van Het Parool. Vorige week trapten we af met Femke van der Laan en Gilles van der Loo. Aanstaande vrijdag 17 april lezen Marian Mudder (Cormac McCarthy) en Hanneke Groenteman (Guus Luijters).

Andere voorlezers zijn: Arthur van den Boogaard, Thomas Heerma van Voss, Ilse Warringa, Maartje Wortel, Saskia Temmink, Martin Schwab, Gonny Gaakeer, Ivo Victoria, Cynthia Abma, Raymond van de Klundert en Carly Wijs. Camera/regie: Matthijs Immink. Montage: Lex Coppoolse. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Plonia Westendorp"
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.