De emigratie, bureaucratische logica (wat ligt daar in die vuilcontainer)?

In de Volkskrant las ik dat emigranten vooral de geordendheid en netheid van Nederland missen, hoe schoon het is zie je pas als je er weg bent. Ah! , roept een Engelse vriend als wij bij een bezoek aan Nederland en passant op Schiphol onze nieuwe paspoorten kunnen ophalen. Geloof maar niet dat zoiets in Spanje zou kunnen. Eerlijk gezegd verwacht ik dat ook niet en met mijn heimwee heeft het niets te maken. De Spaanse bureaucratie is als een rivier waar je willens en weten inspringt, je moet toch naar de overkant, het is de onzichtbare stroming die bepaalt waar je al dan niet zeiknat en uitgeput, weer op de oever mag klimmen.

Zo hadden we de verkoper van ons zolderappartement gevraagd om elektra en water niet af te sluiten, wij meenden dat het gemakkelijker zou zijn om dit op onze naam te laten overschrijven. Voor de overschrijving van de waterrekening toog mijn man naar het gemeentehuis. De vragenlijst die hem gevraagd werd in te vullen was lang, zo lang dat hij dacht dat het nu wel geregeld zou zijn. De ambtenaar maakte een stapeltje van de papieren en tikte hiermee geruststellend op het bureau.  Toen keek hij op. En waar, zo zuchtte hij schijnbaar verveeld, was de woonverklaring? Zoiets hadden we niet. En hoewel we toch echt een woning hadden gekocht en zowel de akte van eigendom én het uittreksel van het kadaster met de vragenlijst waren ingeleverd werd mijn echtgenoot te verstaan gegeven dat er een architect naar onze woning moest komen kijken om de vereiste woonverklaring op te maken. Twee weken later stapte er een vrolijke jongeman over onze drempel (yep, een woonhuis) en na betaling ontvingen we de begeerde verklaring waarmee kon worden teruggegaan naar het stadhuis. Tevergeefs. Deze keer liet de ambtenaar weten dat het document diende te worden aangeleverd op cd-rom (mijn laptop heeft geen ingang voor cd’s, gelukkig bezitten we ook nog een oude computer). Gelaten werd er voor de derde keer een afspraak gemaakt waarbij de ambtenaar de cd-rom controleerde, een la opentrok en vervolgens met een vinger het formulier over tafel schoof. Bijna grommend legde hij uit dat er een stempel op moest, te verkrijgen op een andere afdeling in een ander gebouw. Met dit formulier mochten we (halleluja!) naar het waterbedrijf.

Tot onze verbazing schreef de medewerker van het waterbedrijf met een simpel invullen van mijn mans rekeningnummer het contract naar ons over. Tijdens dit weken durende proces werd er niet gelachen, niet meer door ons en al helemaal niet aan de kant van de gemeente. Lachen bij officiële instanties wordt in Spanje als onprofessioneel gezien. Soms denk ik aan die kasten vol cd’s waar niemand ooit naar kijkt. Bij een toekomstige verhuizing of verbouwing worden ze vast en zeker in een vuilcontainer gegooid. Jongemannen met stofmaskers voor kijken verbaasd naar de bakken vol dof geworden schijfjes. ¿Que es eso? vragen ze elkaar en halen daarna onverschillig hun schouders op.

foto: Jildiz Kaptein

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

"Foto van Lia Tilon"
Lia Tilon

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

In de Oorshop

#RG19

Met zijn botanische tuinen, tot flaneren uitnodigende lanen en lommerrijke ligging tussen oude gebouwen die eerder aan Victor Hugo en Zola dan Borg of Nadal herinneren, zou het park Roland Garros zonder grandslamgrandeur al de moeite van het bezoeken waard zijn. Maar we zijn niet om half vier opgestaan om hier te flaneren, we komen om de profs te zien.

Eerste stop is de tussen de stadions Philippe Chatrier en Suzanne Langlen gelegen baan 7, waar Robin Haase na singleverlies in de eerste ronde met zijn Deense dubbelpartner zijn Parijse verblijf probeert te verlengen. Na zo’n twintig minuten wachten worden we binnengelaten en lopen dan over de traverse, die de met de ruggen tegen elkaar gelegen banen 7 en 9 met elkaar verbindt en een prachtig zicht biedt op park en omgeving.

De rally’s bij de mannen zijn kort en explosief en lijken niets op de patronen die men bij de amateurs onder niveau vier ziet. Het is pats-boem of pats-pats-boem, met soms enkele miraculeuze reflexen aan het net of een onder druk gespeelde topspin lob. Het is al snel de andere baan die onze aandacht roept; het sporadischer maar luider gejuich verraadt een wedstrijd op het scherp van de snede en belooft langere rally’s. We verkassen en zien vanaf de derde rij de Griekse Maria Sakkari en de Tsjechische Katarina Siniakova (33 en 38 op de wereldranglijst) het tegen elkaar uitvechten.

Sakkari is een vechter, een gravelbijter met de biceps van een Grieks standbeeld. Ze lijkt gedrongen, maar scheelt in werkelijkheid maar enkele centimeters met haar tegenstander die de indruk maakt van een lange lijs en het gezicht heeft van een zeventienjarige maar 23 is, net als Sakkari. Enkele knuffels hangen aan haar Wilson-tas. Ze slaat de bal ongemeen hard en krijgt hem even hard weer terug in een lange partij van 3.15 uur waarin de vrouwen elkaar niets geven en de eerste twee sets in tiebreaks worden beslist. Het gekreun is niet van de lucht – evenmin als bij de mannen overigens – en het publiek houdt de adem in tijdens de rally’s die regelmatig de tien, vijftien slagen overschrijden, om zich dan in een luid applaus te ontladen: publiek en speelsters lijken zo in een ritmische symbiose van spanning en ontspanning met elkaar verenigd. De partij is een onverwacht vroeg hoogtepunt van de dag en bewijst weer dat het live zien van proftennis een onvergelijkbaar andere ervaring is dan op televisie: de intensiteit en atletische prestaties van de spelers, de spin en de snelheid van de bal, die twee meter over het net vliegt om tegen de baseline binnen te vallen en bij slice dusdanig vertraagt dat hij door stroop lijkt te vliegen, dit alles valt weg op het tweedimensionale vlak van de tv.

garros2Aan het slot van de derde set is er een incident als een diepe bal van Sakkari wordt uitgegeven door de lijnrechter, die zijn foute beslissing meteen herstelt en ‘Correction!’ brult.  Het punt moet worden overgespeeld, tot grote woede van Sakkari, die, waarschijnlijk terecht, het punt in de zak meende te hebben. Na de kantwissel valt ze uit tegen de lijnrechter in een Griekse furie vol driftige wijsbewegingen. Als ze bij de scheidsrechter wordt geroepen en een reprimande krijgt, zweert ze met de hand op haar hart dat ze het tegen iemand anders had, haar moeder. Wie gelooft haar? Hebben we haar in het geroezemoes verkeerd verstaan? Ze verliest de partij uiteindelijk door onder andere een aantal ongelukkige dropshots en neemt ons dan voor zich in met een verrassende knuffel met haar tegenstander aan het net. Je ziet ze steeds meer, die innige omhelzingen, vooral bij de mannen, een door John McEnroe bespotte gewoonte, die heel andere opvattingen had over rivaliteit.

Na ruim een dozijn single-, mixed- en dubbelwedstrijden verdeeld over veertien banen, waarbij die van het 2.11 meter lange servicekanon Ivo Karlovic (40 inmiddels, maar onverminderd naar het net schrijdend) en Andrea Petkovic in de prachtige, verzonken arena van baan 14 vooral zijn bijgebleven, is het showtime. Fabio Fognini, die het imago van eeuwig talent lijkt te hebben overwonnen met zijn overwinning in Barcelona en eruitziet als een kruising tussen een playboy en een piraat, treedt aan tegen hardhitter Delbonis. Decor is Court 1, de geliefde ‘stierenarena’ waar spelers en publiek dicht op elkaar zitten en die na het toernooi tegen de vlakte zal gaan om plaats te maken voor een groter stadion. Roland Garros wil uitbreiden, stuit op de grenzen van de wijk, protesten van bewoners en de milieubeweging en moet het daarom zo doen. Het toernooi wil daarbij de indruk wekken van duurzaamheid, liet botanische tuinen aanleggen onder de tribunes van het nieuwe Court Simonne Mathieu, een streven dat enigszins hypocriet aandoet gezien het moving circus dat het proftenniscircuit is met spelers en sponsors die de wereld overvliegen, niet zelden in privéjets.

Fognini is een apart geval, een speler met een gek loopje, alsof er iets mis is met de scharniering van zijn heupen, maar met een zelfs op dit niveau ongewone ontspanning in zijn slagen. Met een chirurgische precisie weet hij de bal in een neutrale rally uit het niets onbereikbaar tegen de lijnen te plaatsen. Maar hij is ook lui en weigert soms door de knieën te gaan (een doodzonde in het tennis). Hij steelt de show met zijn spel, laat de arena lachen als hij twee duiven die op de baan zijn geland met een onderhands geslagen bal verjaagd, en als hij na een gelukkige netbal die lijkt te twijfelen aan welke kant hij zal neervallen een kek, Fortnite-achtig dansje uitvoert.

Het is de laatste wedstrijd van de dag, een tweede hoogtepunt, winnend afgesloten door Fognini bij invallende duisternis. Uitgelaten verlaten we het park, lopen langs de botanische tuinen van het Court Simonne Mathieu naar de bus, moe maar geïnspireerd en hongerig om het spel zelf op te pakken.

 

Gregor Verwijmeren is de auteur van De vorm van geluid, uitgegeven door Uitgeverij Van Oorschot. Een dag na zijn bezoek aan Roland Garros werd hij met zijn herendubbelteam vrijdagavondkampioen 2e klasse.

"Foto van Gregor Verwijmeren"
Gregor Verwijmeren

Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Babies laten spelen naast het vuur

Wat doe je als je een barende vrouw op gehoorsafstand om hulp hoort roepen, omdat het niet goed gaat met de geboorte van haar kindje?

Laten roepen.

Dat is het antwoord althans volgens de Piraha, een Amazonevolk, zoals gereveleerd door Daniel Everett in Jared Diamond’s The World Until Yesterday. Diamond is een befaamd ornitholoog die tijdens zijn veldwerk in onder meer Papua New Guinea veel in aanraking kwam met volken die in een traditionele gemeenschap leven. De bewegelijke geest van Diamond begon in te zien dat de studie van die volkeren en hun oplossingen voor problemen ons iets zouden kunnen opleveren. Noem het vergelijkende antropologie. Zijn in 2012 verschenen boek levert veel verbazende staaltjes inzicht op. De Piraha die in aanwezigheid van taalkundige Everett de in barensnood verkerende vrouw hoorden en negeerden, hadden daar hun redenen voor. Trots om zelf te kunnen overleven, en de noodzaak om hard en sterk te zijn zullen hebben meegespeeld. Ik zie wat ze bedoelen. Begrijpen is iets anders.

Diamond schrijft over volkeren waarbij het veel vanzelfsprekender is niet in te grijpen als kinderen van twee een beetje rondrollen naast een kampvuur. Volwassenen van zulke volkeren (zij die het überhaupt overleefden)  vertonen veel brandwonden en andere littekens vanwege deze laissez faire benadering. Een antropoloog elders in het boek ziet een pratende moeder gedachteloos een vlijmscherp mes waarmee een peuter aan het spelen was en dat even buiten zijn bereik raakte aan hem teruggeven. Waarna het zwaaiend zijn oog op een haar na raakt – soms ook wel raakt in zo’n omstandigheid stel ik me voor.

Waarom? We weten het niet, want we zijn WEIRD, zegt Diamond: Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic. Een soort volk dat vrijwel alle psychologisch onderzoek laat doen op studenten psychologie van het mannelijk geslacht dat aan deze voorwaarden voldoet. Wat weten we dus  eigenlijk van andere mensen die anders leven? En leven op een manier zoals alle mensen ’tot aan gisteren’. Maar vooral, wat kunnen we van ze leren? Een verbazingwekkend en interessant boek.

Op het snijvlak van dergelijke culturen leefde Beryl Markham, luchtvaartpionier die in de vroege twintigste eeuw met haar vader van Engeland naar Brits Oost-Afrika  nu Kenia verhuisde, en door intensieve omgang met jagers en herdersvolkeren in de Serengeti een mooi gehard kind werd. Op de boerderij van een vriend loopt een tamme leeuw rond. Als de leeuw Beryl als meisje van 8 ziet langs rennen vlamt er toch nog een oude jachtimpuls op. Beryl zweeft enige dagen tussen leven en dood, maar een paar weken later gaat ze al weer blootsvoets mee op jacht met de mannen van een nabij verkerende stam. In haar fantastische memoires (want ze kan naast jagen, paarden trainen en vliegen ook nog geweldig schrijven) zie je iets van hoe net naast je cultuur staan je wat kan opleveren. De gehardheid van deze fascinerende vrouw levert haar een jaloersmakende kracht  en moed op in een leven dat zowel heel ver weg staat als door haar schrijven heel dichtbij komt.

——-

 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot. Hier iets over Everett. Hier  over een ander boek van Diamond.
"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Terug

Hoewel het kan zijn dat je er niet op hebt gewacht, wil ik je mijn excuus aanbieden.

Vier maanden schreef ik niet op Tirade.nu, een gevolg van de moeder aller verbouwingen die ik door omstandigheden (mijn schrijverschap) genoodzaakt was zelf te doen.

We vonden een droomhuis en konden het tot onze stomme verbazing kopen. Toen moest er nog het een en ander: slaapkamers, een badkamer, een keuken ook. Echt geld voor de verbouwing was er niet.

Met hulp van vrienden trok ik 30 kuub puin uit ons nieuwe huis en draaide er meer dan 4000 schroeven terug in. Hout en gips en isolatiemateriaal, elektra, water, vloeren. Ik raakte de tel kwijt. Er waren momenten dat ik weg wilde lopen.

Een vriend vroeg of het zo zwaar was als ik had gedacht en ik zei ja, wat klopte, maar toch.

Mijn andere werk schoof op naar de vroege ochtend, de avonden, het weekend.

Ik vraag niet om je medelijden, alleen om je begrip.

Aan mijn boek werkte ik niet. Ik had geen tijd om het te missen. Wel miste ik dit blog, dat ergens toch een anker was, de afgelopen jaren.

Als ik de dingen die ik meemaak niet aan jou vertel verdwijnen ze. Verdwijnt het allemaal.

Het gaat niet om de woorden die voor iedereen (en jou, altijd voor jou) te lezen zijn, maar om het schrijven zelf.

Dit is hoe ik de dingen eigen maak. Wat ik niet opschrijf lijkt niet echt gebeurd; een droom die oplost in het ochtendlicht.

Nu ben ik terug, hoping you’ll have me. Het gaat vast prachtig worden.

___________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

De emigratie (in de stilte staat mijn zus)

De Spaanse taal kent drie vormen toekomende tijd die zijn ingedeeld naar de mate van waarschijnlijkheid waarin datgene wat wordt voorspeld ook daadwerkelijk zal gebeuren. Opletten geblazen; iets kan zomaar worden verkondigd in de laatste vorm die zoveel betekent als: het zou kunnen, maar eerlijk gezegd acht ik de kans klein. Onze lerares Spaans gaf drie voorbeelden, waarvan de eerste twee onschuldig omdat ze gingen over het voorgenomen avondeten dat vrijwel zeker zou bestaan uit sushi (de reservering was al gemaakt – de sashimi lag al in de ijskast, hoewel we nog konden besluiten het spul aan de kat te voeren). Toen kwam de klapper. De jonge lerares vertelde dat ze haar vriend had gevraagd of hij hen tweetjes in de toekomst als een getrouwd stel kon zien en hij had geantwoord in die derde, laffe vorm die zowel ja als nee kan betekenen. Ik verbaasde me over haar moed. Ze stak haar kin in de lucht en knipperde met haar ogen.

Er zijn auteurs die hun land hebben verlaten en schrijven in hun nieuwe taal; ze verankeren zichzelf aan veroverde begrippen, aan klanken en kwinkslagen die zich niet gemakkelijk laten terugvertalen. Querré eso, dat zou ik ook wel willen – toekomende tijd, derde vorm. Het is niet zozeer een wens, alswel een vraag: zal het Spaans ooit mijn Nederlands omvatten? En krijg ik dan ook daarbuiten voet aan de grond? Voor een reiziger zijn de verschillen belangrijker dan de overeenkomsten, voor wie niet meer terugkeert, geldt vaker dan gedacht het omgekeerde. Terwijl ik deze dingen overdenk verschijnt mijn zus voor mijn geestesoog, ze kijkt in Noordbeemster uit het raam en beziet de schapen op de dam. Dageraad. De schapen trekken sporen in het bedauwde gras, het geblaat van een enkele ooi doet haar denken dat er iemand hoest. Aan de muur naast het raam hangt een foto van diezelfde dam zodat ze hem nogmaals ziet. Straks komen de mannen van de knotgroep met hun kromme zagen en brengen de geur van hout de keuken binnen. Gekloofde vingers. Door de wind verfomfaaide haren. Mijn zuster strekt haar rug. Nu de stilte.

Ik sta voor het raam en kijk naar de zee. Mateloos blauw hier. Ik kan weglopen door de gang naar de keuken, me omdraaien en nog steeds de zee zien. Misschien vind ik in de toekomst de Spaanse woorden voor zoveel blauw. Op een keer zal ik in het Spaans mijn zus beschrijven, ze schuift haar bril wat hoger op de neus, laat daarna haar armen hangen. De mannen van de knotploeg beschrijf ik niet. Hun verwaaide haren, de behendigheid waarmee ze in de wilgen klimmen en onderwijl een deuntje fluiten. Dat geluid waarmee hun werkschoenen over de basten schrapen, mos lostrappen. Daarover schrijf ik niets.

Lia Jildiz Kaptein (3)

foto: Jildiz Kaptein

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

"Foto van Lia Tilon"
Lia Tilon

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

Niet-bestaande gedichten II

Dichter Daan Doesborgh schreef in 2016 zijn laatste gedicht. Door Salinger kwam hij op het idee om niet-bestaande gedichten te analyseren, om toch nog iets te vangen van de gedichten die er maar niet uit willen komen. Dit is aflevering twee.

 

De bundel sluit af met het lange, verhalende gedicht ‘Jacobsladder’. In dit gedicht worden twee personages geïntroduceerd. De een, Enkidu, staat huilend in een veld vol zonnebloemen. De ander, Djibriel, valt uit de lucht. In de namen van de personages lezen we verwijzingen naar het Gilgamesj-epos (Enkidu, de betreurde vriend van hoofdpersoon Gilgamesj) en Salman Rushdie’s Duivelsverzen (Djibriel, die aan het begin van de roman uit de lucht valt). Het gedicht opent vrij filmisch, als Enkidu de tijd bevriest en beschreven wordt hoe alles stopt met bewegen, de zonnebloemen in het veld, en de vogels in de lucht en ook, het gedicht neemt hier een macabere wending, het ontploffende vliegtuig in de lucht. De combinatie van een ontploffend vliegtuig en een zonnebloemenveld roepen een vrij ondubbelzinnige associatie met het neerstorten van vlucht MH17 op.

Enkidu begint een ladder te bouwen om de nu stil in de lucht hangende Djibriel te kunnen bereiken. Indachtig de titel van het gedicht, Jacobsladder, kunnen we nog een derde klassieker in de wereldliteratuur aan het topzware boeket verwijzingen in dit gedicht toevoegen, namelijk de Bijbel, die beschrijft hoe Jakob op een nacht een ladder uit de hemel neer ziet dalen, waarop engelen klimmen. Toch wordt de symboliek in het gedicht nergens teveel, omdat de thematische zwaargewichten volledig uit hun context tegenover elkaar worden geplaatst, wat een nieuwe, nog onbekende context creëert.

Naarmate Enkidu hoger komt met het bouwen van zijn ladder worden de beschrijvingen van het in het noodlot bevroren vliegtuig gedetailleerder. In dit steeds dichterbij komen is makkelijk het beeld van een neerstortend vliegtuig te herkennen dat, hoe banaal het ook klinkt, immers ook steeds dichterbij komt. Bijzonder aangrijpend is de strofe waarin Enkidu de eerste in hun val stilgezette passagiers bereikt, en uiteindelijk door een wolk zwevende lichamen klinkt, die achtereenvolgens als een zwerm, een sneeuwstorm en een archipel worden omschreven. In de eerste twee metaforen lijkt de dichter voor de verleiding te bezwijken om nóg meer literaire verwijzingen aan het gedicht toe te voegen, dit keer uit het Lied der Dwaze Bijen van Martinus Nijhoff, maar door de laatste, niet in het rijtje passende metafoor wordt die lezing ook weer onmogelijk gemaakt. Het is alsof de auteur steeds speelt met de mogelijkheid om het gedicht té rijk aan intertekst te maken, om dan op het laatste moment toch bij te sturen en de fragiele balans in stand te houden.

Aan het slot van het gedicht ontaardt de monoloog van Enkidu in een treurzang. Hij heeft tussen alle uit het vliegtuig geworpen lichamen eindelijk dat van Djibriel gevonden, maar ziet dat hij te laat is. Op het punt waarop Enkidu zijn val heeft bevroren, was Djibriel al dood. De magische ingreep in de werkelijkheid kwam te laat, is voor niks gebleken, en er rest Enkidu dan ook niets anders dan met een kalm uitgesproken commando de tijd weer voort te laten razen. Het vliegtuig scheurt verder uiteen, de lichamen regenen naar beneden en Enkidu blijft achter aan het topje van een ladder die nu naar een leeg stuk lucht blijkt te voeren.

 

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Mira Aluç"
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.

  • "Foto van Twan Vet"
    Twan Vet

    Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza en liedteksten. Hij blogt wekelijks voor Tirade.

    Zijn gedichten verschenen eerder in literaire tijdschriften zoals De Revisor, DW B en Het Liegend Konijn en in kranten zoals NRC en AD.

    De komende jaren werkt hij aan een dichtbundel, een non-fictieboek en een roman bij De Bezige Bij.

    Foto: Roderique Arisiaman