Steve McQueen in de apotheek

Ik weet niet of het komt doordat er minder toeristen en meer locals op straat zijn, of omdat de woningen hier groter zijn en dus meer geschikt voor gezinsuitbreiding, maar ik zie buitengewoon veel baby’s en honden op straat. Dat, en apotheken. Dat zal weinig met gezinsuitbreiding te maken hebben, ik vermoed dat wat bij ons een drogist is, in Duitsland altijd een apotheek heet. In ieder geval kom je deze drie-eenheid van het Berlijnse straatbeeld voortdurend in allerlei samenstellingen tegen. Een baby en een hond. Een apotheek en twee honden. Een baby en drie apotheken. Waarom zou je drie apotheken op hetzelfde kruispunt openen?

Op 8 september was wereldwijd de première van One More Time With Feeling. Het plan van regisseur Andrew Dominik was om Nick Cave & The Bad Seeds te volgen bij het maken van hun nieuwe album. De film is uiteindelijk inderdaad een registratie geworden van de totstandkoming van Skeleton Tree, maar met een onvoorziene, overrompelende toevoeging. Tijdens de opnames van zowel het album als de film viel Cave’s vijftienjarige zoon Arthur van een klif. Hij overleefde de val, maar bezweek ter plekke nog aan zijn verwondingen.

Sinds zijn vorige album, Push The Sky Away, is Cave een hele interessante weg ingeslagen. Het wordt steeds moeilijker om zijn teksten niet als poëzie te zien, omdat ze steeds minder narratief worden, omdat hij steeds meer praat in plaats van zingt, en omdat ook de muzikale kant van de nummers steeds verder van een klassieke liedstructuur afdrijft. Veel nummers lijken nog het meest op gedichten met een soundscape-achtige begeleiding. Beelden gaan voortdurend in de herhaling: in de meest memorabele tekst uit de film buitelen de elementen Steve McQueen, de Burj Al Arab en een bromvlieg in steeds wisselende constellaties om elkaar heen.

Zittend in de bioscoop werd ik opnieuw in dat idee ondergedompeld. Op de film als film is behoorlijk wat aan te merken, maar dat vergeet je voortdurend dankzij de overweldigende muzikale, literaire en dramatische aanwezigheid van Nick Cave, de bijzondere, openhartige rol voor zijn vrouw en andere zoon en de betoverende vriendschappelijkheid van Cave’s rechterhand: de kleine papieren sjamaan Warren Ellis, een punkviolist met het voorkomen van Raspoetin die soms in zijn eentje verantwoordelijk lijkt te zijn voor de unieke sound van de Bad Seeds.

Eenmaal weer op straat was het donker, alle baby’s waren in de huizen opgeborgen, de apotheken waren dicht, maar de honden liepen nog over straat, en ik dwaalde naar huis als Steve McQueen de bromvlieg, in rouw, in Berlijn, en van een klif naar beneden stortend.

 


 

Daan Doesborgh (1988) is schrijver en redacteur van Tirade. De maand september brengt hij door in Berlijn. Op Tirade.nu blogt hij elke zondag over wat hem op is gevallen.

In de Oorshop

Reisschrijven op z’n best – Bruce Chatwin

Zondag besloot ik dat het uit moest wezen met half werk en kocht ik op het het internet alles wat los en vast zat van Bruce Chatwin. Ik ben halverwege zijn In Patagonia, en blijf me maar verbazen over wat Chatwin precies doet, en hoe hij het doet.

Ik heb een jongen gekend die met grote verbazing mij voor gek verklaarde als ik op reis ging en een hoop boeken meenam: ‘ Je gaat toch niet 10.000 kilometer reizen om daar dan in een boek te gaan zitten lezen dat je ook hier kunt lezen.’ Toch is dat precies wat Chatwin doet, Chatwin bereist niet alleen het land, maar eveneens de geschiedenis van dat land, je zit vrijwel meteen op minstens twee niveau’s van een streek. In Songlines – zijn wonderschone boek over Australiëwaren dat dus niet alleen het reizen door Australië, maar ook en vooral het wezen van het zwerven, en de kennis van hun land dat de Aborigionals hebben opgebouwd.

In In Patagonia leert de lezer deze extreme uithoek van Zuid-Amerika kennen door de immigranten, Schotten, Britten, Spanjaarden, Duitsers, Amerikanen, hun verhalen staan centraal. Het boek speelt dan voor het gevoel van de lezer ergens tussen 1596 en 1977. Een heel omcirkelende manier van schrijven. Een andere bijzonderheid van Chatwins schriftuur is het afzien van het mededelen van emoties, dat wat een verhaal oproept laat hij volledig bij de lezer, knap is dat, en effectief. Voorts hanteert hij een heel eenvoudige strategie van voortstuwing in het verhaal: hij noemt aan het einde van een hoofdstuk iets heel onbekends, bijna laconiek en zonder verontschuldigend inleidende  frasen. Het volgende hoofdstuk gaat erop in. Eenvoudig, maar toch, een sterke motor. Een technisch knap schrijver, zoveel blijkt uit hoe meer je hem leest.

Een knappe man ook. Een moeilijk mens denk ik, zeer begaafd. Hij gaf een zeer goede baan bij Sotheby’s op om te reizen en te studeren, een diepgewortelde rusteloosheid te volgen. Chatwin is een reiziger, maar is voral een onvermoeibare jager op verhalen.

De bende boeken die ik op de mat vond gisteren leverde een verrassing, een fotoboek met werkelijk heel fraaie foto’s uit Chatwins camera. Dit hierboven is een ‘Log cabin in Cholila, Patagonia, built as a hide-out in 1902 by Butch Cassidy when on the run from the Pinkerton Agency.

4fa0cc5559bce-preview-620
Butch Cassidy, ploert en revolverheld

Een van de hele boeiende lijnen in In Patagonia is het leven van deze immigrant, de bankrovende revolverheld Butch Cassidy, hij heeft een eigen mythologie opgebouwd in Patagonia, vele verhalen gaan er over hem. Hij is in 1908 daar om het leven gekomen, maar zijn lichaam werd nooit gevonden…

In Amerika beweert men ook wel dat hij teruggekeerd is, en een rustig en beheerst leven is gaan lijden. Dat is  – gezien zijn ongelofelijke ploertenkop – misschien toch niet erg waarschijnlijk…

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Bijna af

Met een fijne pen maak ik de laatste dagen krassen in wat de laatste versie van mijn manuscript moet zijn.

Op 12 september, smste redacteur-slash-uitgever-Menno, moet Het jasje van Luis Martín naar de zetter. Ik vertel je waarschijnlijk niets nieuws, maar nadat een tekst bij de zetter is geweest heb je als schrijver alleen nog de mogelijkheid om wijzigingen op zinsniveau aan te brengen.

Voor het eerst sinds ik gepubliceerd word ben ik de traagste schakel in het proces dat bij de drukker eindigt. De vraag rijst waar ik bang voor ben.

Bij de uitgeverij zeggen ze dat het klaar is; dat je op een gegeven moment moet ophouden met schaven.

Mijn andere boeken waren een plezier om te maken. Het schrijven ervan ging razendsnel en ik had nergens twijfel over, zelfs niet bij het altijd zo ingewikkelde tweede boek.

Misschien vrees ik een blinde vlek omdat Het jasje zo sterk autobiografisch is.

Ja. Dat is het precies.

Waar ik boven alles bang voor ben is dat de lezer niet zal zien wat ik zie. Niet zal voelen wat ik voel. Dat hij of zij me niet zal verstaan.

Wat een verschrikkelijk vak heb ik gekozen.

 

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verschijnt zijn nieuwe roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Ich hatte bis heute keine Anhung

De trein van Berlijn naar Amsterdam was vol. Ik had een zitplaats gereserveerd, net als op de heenweg, toen er niks klopte van stoelen & rijtuigen en ik – ook die trein was vol – in een vierzits een paar uur tussen drie mannen doorbracht die een nacht in Amsterdam hadden gefeest. De treurigste had een plastic bril in de vorm van het cijfer 30 aan zijn kraag hangen en zag vaalgroen. Zo nu en dan viel hij in slaap, om wakker te schrikken en verontrustend ruikende boeren te laten. De andere twee mannen lagen ook te pitten, de Amerikaan naast me viel soms tegen me aan en meurde naar de vloer van Paradiso toen er nog gerookt mocht worden. Toen het me lukte een plaatsje aan de overzijde van het gangpad te bemachtigen (enkelzits, ik was er zo blij mee dat ik haast een religieuze ervaring kreeg, hierbij moet vermeld worden dat ik een buitensporige angst voor brakende mensen bezit), rende de kerel met de bril om zijn nek met zijn hand voor zijn mond het treinstel uit. De Amerikaan liet in zijn slaap een harde natte wind.

Dat was dus de heenweg, op de terugweg ging alles goed, ik zat op stoel 36, naast me zaten afwisselend een lezende Japanse, een lezende Duitser en een zoet slapend persoon van onbekende nationaliteit. Ook ik las, the War of the Worlds* in vertaling van Arie Storm, soms dutte ik even in en droomde ik half van langpootaliëns. De dagen ervoor las ik De wand* van Marlen Haushofer (vertaling Ria van Hengel) en viel ik in slaap met dommeldromen over berglandschappen. De wand gaat over een vrouw die tijdens een logeerweekend in een jachthut ineens door een glazen wand van de buitenwereld is afgesloten, een beetje zoals Under the Dome* van Stephen King, maar zij is alleen met een koe, een hond en een kat, en niet met een heel dorp vol mensen. Toen de roman uit had las ik dat Stephen King, geconfronteerd met het werk van Haushofer, vertelt dat hij van haar boek (voor het eerste verschenen in 1963), niks afwist: “Damals war ich 16 Jahre alt, und ich hatte bis heute keine Ahnung, dass es überhaupt existiert.”

20160905_122759

Marswezens, wanden, een omroepbericht: deze trein stopt in Bad Bentheim en zal niet verder rijden wegens een probleem met de bovenleiding in Nederland. Er worden bussen ingezet.

Met moeite worstelde ik me onder mijn eigen vredige stolpje vandaan. Buiten, op het busstation, reed inderdaad een bus voor. Twaalfzits. Reizigers buitelden over elkaar om er een plek in te bemachtigen, de bus reed weg en daarna kwam er een uur lang niks meer. Ik zag het samen met een Duitser en een Australiër aan, we deelden biertjes en sigaretten. Bad fucking Bentheim. Niet veel later bevond ik me met de Australiër (veellezer, loodgieter) in een taxibusje naar Amsterdam. Voor ons regende het asfalt bijna weg, achter ons zaten zes Duitse jongens die niet alleen straalbezopen maar ook idioot waren, eentje bleef me kleine flesjes kruidenbitter aanbieden, hij probeerde ze in mijn kleren te stoppen tot ik tegen hem schreeuwde, over z’n eigen kutmuziek heen, dat ik hem in z’n gezicht zou stompen als hij z’n tengels niet thuishield. Sieg Heil, riep een van de jongens een paar kilometer verder, niet omdat hij een nazi was, maar omdat zijn IQ lager was dan het alcoholpercentage van de kruidenbittertjes. In Amsterdam aangekomen vroeg de jongen waar ik tegen geschreeuwd had – hij was helemaal braaf geworden – waar ze het best konden gaan stappen. ‘Rembrandtplein’ zei ik. Daar zouden ze passen. Ik had ze ook wel uit wraak naar een debatcentrum of een verlaten plein met louter woonhuizen kunnen sturen, maar dan hadden die mensen daar ermee gezeten.

IMG_20160831_213139In het heerlijke Berlijn had ik moeten glimlachen om een muursticker omdat de leus erop (Fear everything, do nothing) pijnlijk herkenbaar was. Het is een wonder dat ik überhaupt in die stad rondliep, want om er te komen moest ik uit mijn huis, een onbekende trein in en in mijn eentje de weg naar een hotel vinden, en daarna Alweer Helemaal In Mijn Eentje Terug Met de Trein. Ik ben hopeloos, ik houd van overzicht, van mijn eigen glazen wand, ik hoef er niet zo nodig achter of onder vandaan. De hel, dat zijn de Citytrips.
Behalve dan dat het me achteraf, werkelijk waar, allemaal reuze meeviel. De enige remedie bleek onderdompeling te zijn.

 

 

*War of the worlds, H.G. Wells, vert Arie Storm, Prometheus 2005/2015

*De wand, Marlen Haushofer, vert Ria Hengel, Van Gennep 2009/2015

*Under the Dome, Stephen King, Hodder & Stoughton 2009

IMG-20160820-WA0001Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Het kinderlijk verlangen naar fonteinen

Een verblijf in een andere stad is altijd een goede manier om uit te vinden wat je eigenlijk mist aan je eigen stad, en in Amsterdam mis ik fonteinen. Zaterdag was ik op een Berlijnse vlooienmarkt rond een plantsoen. Er stonden vijf enorme, iets gekantelde sculpturen in de vorm van de industriële smeltkroezen die ik uit mijn geboortestreek ken, waar van oudsher veel gieterijen zitten. Bovenop een van de smeltkroezen stond, om een idee van de omvang te geven, een kinderwagen. Uit elke kroes klaterde een straal water in een in de bestrating uitgespaarde geul. Alle geulen liepen in een centrale geul uit, die het water naar een afvoer leidde. In Keulen, aan de Rijn, is ook zo’n mini-Neeltje Jans gebouwd, met allerlei kuilen en geulen waar stromend water zich een weg doorheen baant. Ik word er altijd vrolijk van.

In Amsterdam is water in overvloed, dat weet ik ook wel. Maar hoeveel ik ook houd van de grachten, doe mij het speelse avontuur van een fontein. Het een hoeft immers het ander niet uit te sluiten. Als straks het Rokin af is, komt daar een fontein te staan, maar wel een laffe, die vooral sijpelt. Een beetje fontein moet spuiten, of op zijn minst klateren. Je kan in Rome geen straathoek omslaan of er tinkelt weer een stroompje uit een gebeeldhouwde leeuwenbek. In Nijmegen hebben ze in een hellende straat een klein beekje door het midden gelegd. Dat doet een mens toch goed?

Als ik de burgemeester was, het speelse verlangen naar een fontein maakt dit soort kleuterredeneringen in mij los, dan zou ik het, om voor het gebrek aan fonteinen te compenseren, extra bont maken. Ik zou een mooie, brede brug uitzoeken. De Torensluis of het Koningsplein bijvoorbeeld. Een pomp de gracht in, en dan, o megalomane waterpret, een fontein op een brug. Wie weet, misschien wel met een geultje over de stoep zodat het water de gracht in klettert. Natuurlijk bij een pijler, zodat je niet nat wordt in je grachtenbootje. Maar je moet wel elke keer een beetje bang zijn dat het misschien toch spettert.

Op de kaart zag ik dat er in het Volkspark Friedrichshain letterlijk een sprookjesfontein staat, de Märchenbrunnen. Ik ga er een dezer dagen eens kijken, ik heb de fontein bewust niet gegoogeld, maar hoop op een Efteling-LSD-Anton Piecktrip. Als Eberhard dit leest: ik zou het Leidsebosje wel een mooie plek vinden.

 


 

Daan Doesborgh (1988) is schrijver en redacteur van Tirade. De maand september brengt hij door in Berlijn. Op Tirade.nu blogt hij elke zondag over wat hem op is gevallen.

Ulleke

Het was zomervakantie. In de Dordogne deden we een middeleeuws dorp aan dat in Disneyland niet beter zou zijn uitgevoerd. Van de stoeptegels tot aan de hoogste pannendaken was het centrum in verdacht perfecte stijl.

Wat Disney ook niet had kunnen overtreffen was het bezoekersaantal: als de gemeente entree of zelfs maar parkeergeld zou innen, dan stond er inmiddels een massief gouden hek omheen.

Natuurlijk waren er winkels met zwaarden en messen en kruisbogen en harnassen en Schleichminiaturen van ridders te paard. In Frankrijk kun je in dat soort zaken nog stalen replica’s van een stengun of Luger kopen die – althans voor mij – niet van echt te onderscheiden zijn.

Nadim stond met grote ogen voor zo’n etalage en wees naar lansen en strijdbijlen terwijl B op haar Iphone zocht naar een fatsoenlijke plek om te lunchen. We waren tenslotte in foie-grasland, en onderweg hadden we meerdere boerenbedrijven gezien waar tevreden ogende ganzen en eenden in de schaduw van eiken deden waar pluimvee goed in is.

Aan een rek voor de winkel hingen houten zwaarden en plastic ridderhelmen. B zette onze jongen een van de helmpjes op en liet hem de verschillende wapens zien.

‘Wil je een ridderpak?’ vroeg ze. ‘Een echte coole ridder zijn om prinsessen te gaan redden?’

Nadim keek om zich heen en haalde een schouder op. Het helmpje zakte scheef.

‘Of zullen we een pijl en boog kopen?’ zei ik. ‘Dan kunnen we samen schieten in de tuin bij het huisje.’

Hij tuurde naar de delicatessenwinkel aan de overkant van het plein en leek ons niet meer te horen. Mijn kokshart zwol.

‘Een lekker stuk terrine?’ zei ik. ‘Zullen we dat halen?’

En daar ging Nadim. Slalommend door de groepjes toeristen bereikte hij – gevolgd door B en mij – de overkant, waar hij uit een krat met pluchen mestganzen en kooieenden een klein zacht woerdje trok. Met het beest in zijn armen keek hij ons strijdbaar aan.

Ik had zelf een eendje, vroeger. Een echte woerd die ik vanaf een pulletje had opgevoed. Eenden zijn trouwe en sociale dieren, die – als je ze kon leren niet in huis te kakken – fantastische huisdieren zouden zijn. De mijne heb ik toen hij volwassen werd weer uitgezet in de singel voor ons huis, maar elke middag kwam hij langs om in de tuin te eten en geaaid te worden. Toen hij een nest verwekt had nam hij vrouw en kinders mee. Zes kleine pullen zoals hij ooit was en een extreem wantrouwige moedereend die naar me blies als ik die donsbolletjes wilde aaien.

Ik vertelde Nadim over mijn eend terwijl ik de knuffel afrekende en dacht aan de cirkels in een leven. Aan hoe die er zijn als je ze wilt zien. Ik wilde deze cirkel graag zien, tilde mijn jongen met eend en al op en vroeg hem hoe zijn nieuwe vriend ging heten.

‘Hoe heette die van jou?’

‘Joene,’ zei ik, en herinnerde me voor het eerst in jaren mijn verdriet toen we verhuisden en ik mijn eend moest achterlaten. Elke avond huilde ik om hem. Om me te helpen slapen vertelde mijn moeder me mijn ogen dicht te doen en me voor te stellen dat ik met Joene aan het vliegen was.

Nadim dacht na. Misschien hoopte ik dat hij zijn eend dezelfde naam zou geven. Misschien wilde ik een iets te mooie cirkel.

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.