Pam, Tyn… en het raadsel van de verdwenen tumor

tErgens in agrarisch NL. Omdat Pam’s goochelshows steeds groter en uitbundiger worden is ze op zoek naar een tweedehands truck met oplegger waarin ze haar spullen (hoepels, kasten, fakkels, leeuwen) kan laten transporteren. Ze heeft gevraagd of ik meega naar een dealer in vrachtwagens, ergens in het noordoosten van NL. We kijken wat rond, kletsen met de dealer, keuren wat cabines en laadruimten, vinden niet wat we zoeken. Maar dat we in het dichtstbijzijnde dorp een warme chocolademelk hebben verdiend: staat vast.

Pam rijdt soepel naar de minikern van het dorpje W. Naast het piepkleine gemeentehuis ligt een grote vijver, ervoor een parkeerplaats waarvan alle drie de plekken zijn bezet. Pam kruipt achter de middelste van de drie geparkeerde auto’s, een Toyota, tot haar bumper die van de Toyota raakt. Dan geeft ze een dot gas (‘gaat ie’) waarmee ze de Toyota dwars door z’n handrem de lucht in duwt. De boodschappenToyota landt in de vijver. Plons, zink. Na drie seconden steekt alleen het dak nog boven het water uit. Net een surfplank.

‘Tja,’ zegt Pam, ‘hoe druk ’t ook is… als je goed zoekt, blijkt er altijd nog wel ergens een plekje vrij te zijn.’

De auto doen we niet op slot. Dat hoeft niet in dit soort dorpen. Terwijl we het plein naar de kroeg oversteken vraagt Pam: ‘Zit jij eigenlijk nog in de redactie van De Strijdkreet?’

‘Ik wist niet dat ik daar ooit in heb gezeten?’

‘Dat literaire tijdschrift.’

Tirade.’

Strijdkreet, Tirade, Whatever.’

Ze had namelijk een verhaal gehoord van een man en die had kanker, een hersentumor, terminaal, en die kanker was genezen doordat die man als een dolle korte verhalen was gaan lezen. De verhalen die hij las waren blijkbaar zo goed dat zijn hersenen uitzonderlijk veel endorfinen hadden aangemaakt en die hebben de tumor van die man afgebroken. Literaire teksten als een soort niersteenvergruizer.

‘De betere verdwijntrucs. Weet je ook wat ie had gelezen?’

‘Korte verhalen van Jan Wolkers.’

‘Mmm… daar zitten wel heel erg goeie tussen ja. Mmm.’

‘Ik denk dat die Strijdkreet van jullie wat meer aandacht aan korte verhalen moet gaan besteden. Al is het maar in het kader van de volksgezondheid.’

‘Nou verhalen zijn bij ons al één van de belangrijkste – ’

‘Hé, spreek me nou niet tegen! Ik zeg dat ik denk dat die Strijdkreet van jullie meer aandacht aan korte verhalen moet gaan besteden.’

‘Komt in orde, Pam.’

‘Zo mag ik ’t horen.’

We lopen de kroeg in. Grappig genoeg zijn we hier een jaar of tien geleden ook al eens geweest na afloop van een goochelmatinee die we hadden verzorgd in een bejaardentehuis hier vlakbij (ik weet nog goed dat sommige van mijn konijnen na afloop helemaal vochtig waren van de oude mensenkwijl).

‘Godverdomme,’ zegt Pam die voorop loopt, ‘die hufter zit op jouw plek.’

Ze wijst op de enige kruk die bezet is. Door een mollige dertiger met blonde stekeltjes. Ik houd eerlijk gezegd niet zo van woorden als ‘godverdomme’ en ‘hufter’ – bovendien vind ik stemverheffing in dit geval niet helemaal fair: ook ik meen me te herinneren dat ik tien jaar geleden op die specifieke, nu bezette kruk zat, maar ik heb het idee dat ik daaraan niet ontzettend veel rechten kan ontlenen. Daar komt nog bij dat ik er, hoewel ik de man nog niet rustig heb kunnen opnemen, rekening mee houd dat de krukzitter verstandelijk gehandicapt is.

Voor ik mijn overwegingen met Pam kan delen, is ze al op de knul afgestevend om hem, nog voor hij naar haar kan opkijken, met een vlug vuistje van de kruk te tikken.

Pam ís niet alleen een stoot – ze deelt ze ook graag uit.

Ze gebaart naar de lege kruk: ga zitten.

‘Vakwerk, Pam. Ik heb de kruk niet eens zien trillen.’

Pam is, fysiek gesproken, niet de allergrootste goochelaar van NL – de jongen die k.o. op de grond ligt, komt dan ook goed van pas als opstapje naar Pams eigen barkruk. Ik begin haar er zelfs een beetje van te verdenken dat de behoefte aan een verhoginkje de eigenlijke aanleiding voor haar vuistslag is geweest.

De badstof zweetband waarmee Pam tijdens autoritten haar haar uit haar gezicht houdt, spant nog om haar hoofd. Ik wijs op de zweetband en deel mijn observatie met Pam: ‘Je hebt je zweetband nog om.’

‘Weet ik. Misschien moet ik vandaag nog wel een kopstoot uitdelen.’

‘Toepasselijk in een kroeg.’

      We lachen.

‘Die moet je opschrijven, zegt Pam, ‘leuk voor een stukje in De Strijdkreet.’

Nadat hij onze bekers chocolademelk heeft neergezet, verdwijnt de waard naar achteren. Ik haal mijn sigaretten tevoorschijn.

‘Zou je hier mogen roken,’ vraag ik terwijl ik een sigaret uit het volle pakje trek.

‘Jij wel,’ zegt Pam. ‘De vraag is alleen of het verstandig is.’

‘…’

‘Je weet dat je van roken kanker krijgt?’

Ze zegt het ironisch. Maar haar vraag ontroert me. Noem me sentimenteel, maar wat ze eigenlijk zegt is: ik wil niet dat je doodgaat.

‘Maak je geen zorgen, Pammetje. Dit is de allerlaatste Laatste Sigaret ooit, echt. En als we nou straks nog even langs een boekhandel rijden voor die korte verhalen van Jan Wolkers, dan komt ’t vast in orde allemaal.’

‘…’

‘Ik neem tenminste aan dat er van het lezen van korte verhalen ook een preventieve werking uitgaat.’

‘Lijkt mij ook. Bovendien is het goed mogelijk dat je al helemaal onder de kanker zit zonder dat je het weet – en hoe vroeger je met de behandeling begint hoe beter. Dat is algemeen bekend.’

‘Bemoedigende woorden.’

Als we teruglopen naar de auto zien we op het dak van die driekwart gezonken Toyota twee eenden zitten – vredig, alsof het nooit anders is geweest.

Volgende weekHet tillenbeest. Van Jan Wolkers. Tenzij ik een goeie film zie, dan schrijf ik daar misschien wel over.  Altijd weer een verrassend moment/met de spannendste website die je kent.

Tirade – gezellig.

In de Oorshop

Nu te koop: Tirade 450

Rode bladeren, oranje bladeren, gele bladeren. De geur van paddenstoelen en gistend fruit. Omgewaaide bomen, doorweekte hardlopers. Eindeloos uitwaaien op de hei of aan zee om je daarna, binnen, te laven aan pompoensoep, thee, appeltaart en je vervolgens –  eindelijk! –  in een stil en comfortabel hoekje terug te trekken met het literaire oogstfeest van deze herfst: Tirade 450. Meer dan honderd pagina’s vol speciaal voor dit ‘feestelijke’ Tirade tiradenummer geschreven tirades van jonge, oude, middelbare, milde, boze, vrolijke, bekende en minder bekende sterren uit de hedendaagse NED-LIT.

Tirade 450 beroemt zich op de volgende contribuanten:  Joop Goudsblom, P.F. Thomése, Franca Treur, A.H.J. Dautzenberg, Gilles van der Loo, Tomas Lieske, Marita Mathijsen, Frits Abrahams, Detlev van Heest, Henk Broekhuis, Merijn de Boer, Binnert de Beaufort, Roos van Rijswijk, Walter van den Berg, Maria Barnas, Marko van der Wal, Kees ’t Hart, Adriaan van Raab van Canstein, Noor Kuijpers, Joris Brussel, Minke Douwesz, Harm Hendrik ten Napel, Rosan Hollak, Paul Beers, Lieke Marsman, Thomas Heerma van Voss, Sasja Janssen, Vincent Merckx, Jannah Loontjes, Bindervoet & Henkes, Sanneke van Hassel, Albert Meijer, Ester Naomi Perquin, Arjen van Lith, Jamal Ouariachi, Simone van Saarloos, Sjoerd van der Linden, Carel Peeters, Marte Kaan, Maarten van der Graaff, Menno Hartman, Bernke Klein Zandvoort, Jan Postma,  Daniël Rovers, Geerten Meijsing, Martijn Knol.

Koop de nieuwe Tirade in de boekwinkel of bestel hem hier.

Tirade 450 – voor een herfst zonder eikels.

Tirade 450 – jouw herfstblad.

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het gaat goed met de literatuur..

Omdat:

– Gilles vandaag zijn boek Het laatste kind presenteerde. 

– Er in café de Klepel allemaal koters als obers rondliepen met stinkende, maar heerlijke kazen en oesters (smaak, je moet er vroeg mee beginnen). 

– Er ondanks de regen zoveel mensen bij de presentatie waren dat de damp op de ruiten lag, terwijl Marko en Merijn de boekverkoop nauwelijks konden bijhouden. 

– De wijn ‘gratis’ werd geschonken en er dus ergens een potje over was.

– De meneer die de wijn schonk, tevens een schilder bleek en toe gaf nog nooit iets van zijn collega Gilles te hebben gelezen, maar dat gaat hij nu doen, te beginnen in de nieuwe jubileum Tirade waarvan hij een exemplaar mee naar huis kreeg.

– Bij het weggaan mijn paraplu er nog lag en al was ‘ie kapot, verstrikt geraakt in de kluwen ingeklapte nylonstof, met deze regen weet je dan: goed volk. 

– Deze foto boekdelen spreekt..

Over de essays van Michel de Montaigne

Sinds een paar dagen ben ik in het trotste bezit van De essays van Michel de Montaigne (Athenaeum, Polak & van Gennep, 1474 pag.) en hoewel ik pas een essay of drie uitlas kan ik al wel zeggen: DIT IS LEUK.

Om dit te bewijzen zal ik nu een aantal titels van essays onder elkaar zetten, waarna degenen van jullie die dit boek nog niet in hun kast hadden staan als vanzelf naar de boekwinkel op de hoek zullen lopen en het aan zullen schaffen: 

 

Over vlot of traag spreken

Over de gewoonte kleren te dragen

Wie tegen alle redelijkheid in een vesting blijft verdedigen, wordt daarvoor gestraft

Of we iets als een zegen of een onheil ervaren, hangt grotendeels af van hoe wij tegen de dingen aankijken

Ons gemoed reageert zijn emoties af op de verkeerde dingen als de echte ontbreken

Wisselende uitkomsten bij eenzelfde doelstelling

Over schoolfrikken

Wij lachen en huilen om hetzelfde

Loze spitsvondigheden

Ter verdediging van Seneca en Plutarchus

Over de ijdelheid van woorden

Lafheid, de moeder van de wreedheid

Onze verlangens nemen toe als ze worden tegengewerkt

Over postpaarden

De genegenheid van ouders voor hun kinderen

Opmerkingen over Caesars krijgstactiek

Hoe onze geest in zichzelf verstrikt raakt

 

Enfin, stuk voor stuk onderwerpen waar ik alles over wil weten. Het eerste essay dat ik las, na het vuistdikke boekwerk op een willekeurige bladzijde open te hebben geslagen was “11.1 Over de wisselvalligheden van onze daden.” Het essay handelt over de redenen waarom mensen steeds anders handelen dan je van ze verwacht. Zo was er eens een meisje dat, naar eigen zeggen, bang was verkracht te worden en zodoende uit het raam sprong – terwijl ze tegelijkertijd toegaf dat de soldaat die haar probeerde te versieren dit alleen nog maar op nette wijze had gedaan. En dit meisje was op andere momenten juist zo gemakkelijk te verleiden! (“De moraal van dit verhaal: je kunt nog zo’n knappe, keurige vent zijn, maar leid, als je een blauwtje hebt gelopen, daar niet meteen uit af dat je geliefde een burcht van kuisheid is: wie weet heeft de ezeldrijver wél succes bij haar.”) Zo zijn er nog talloze voorbeelden van situaties en mensen waar geen pijl op te trekken valt, en ondertussen komt er een hele schare auteurs uit de oudheid een duit in het zakje doen: “Cicero zegt dat heel wat Grieken de vijand niet recht in de ogen kunnen zien, terwijl zij geen krimp geven als zij ziek zijn; bij de Kimbren en de Keltiberiërs is het precies andersom: Want niets blijft aan zichzelf gelijk dat niet voortkomt uit een vast beginsel. (Cicero)”

De Montaigne concludeert uiteindelijk dat wij nu eenmaal wisselvallige mensen zijn, die tegelijkertijd alles als eenduidig willen duiden (ja, die hokjesgeest achtervolgt ons al eeuwen). Maar iemand die een keer moedig is geweest, is nog niet een moedig persoon. Dit is, denk ik, waarom mensen vaak zo teleurstellend (als  ook verrassend geweldig!) zijn: ze doen eenmaal iets, en vervolgens verwachten we dat ze dat de volgende keer  in eenzelfde situatie precies zo zullen doen. Maar eenzelfde situatie bestaat niet:

“Wij zijn niets dan stukjes en beetjes, verweven tot zo’n vormeloos en onsamenhangend geheel dat elk onderdeel, elk moment, een eigen rol speelt. En er bestaat evenveel onderscheid tussen ons en onszelf als tussen ons en de ander.”

Zo. En dat was er nog maar één. Volgende hoofdstuk: 11.2 Over dronkenschap.

 

Tirade-app gelanceerd

Tirade is het eerste Nederlandse literaire tijdschrift met een eigen app. Deze is gratis te downloaden via de iTunes-store. Met de app kan men gratis nummers lezen, een abonnement of nummers aanschaffen en onze blog volgen.

Het laatste, 450ste nummer, met maar liefst 45 bijdrages, is eveneens verkrijgbaar via de app. Het voorlaatste nummer is aldaar gratis te lezen.

Voor iPhone en iPad.

Kin Tin

IMG_3502De beste vriend van ons zoontje heet Quintin. De mannekes zaten samen in de babygroep van de crèche, en stroomden gelijktijdig door naar de dreumesen.

Laatst was er een dagje Artis gepland en papa Gilles was – omdat mama Birre werken moest – de lul. Alsof het schrijven van boeken geen werk mag heten. 

Aangezien Nadim en ik vaak naar de dierentuin gaan (we hebben allebei een Artiskaart, hij met een kikker, ik met een krokodil erop) weet mijn jongen niet alleen de weg, hij weet ook hoe alle dieren heten.

De andere meegekomen ouders hadden het kennelijk doorgaans te druk om Artis aan te doen. Als de leidster vroeg hoe zo’n loop- klim- of vliegbeest heette was het steeds het mannetje naast me dat antwoord gaf. 

‘Jiraf,’ zei Nadim. ‘Ringstaartmaki. Oehoe.’ 

De andere kinderen staarden maar wat, zogen op het rietje van hun Goudappeltje. Het schoot me te binnen dat de genen die Nadim van zijn moeder had meegekregen ervoor zouden zorgen dat hij vooraan in de klas zou zitten; cum laude zou slagen voor zijn gymnasium en in 3 jaar (in 2032, godbetert) cum laude af zou studeren. Toen Nadim in het kleinezoogdierenhuis op het punt stond dwergoestiti! te roepen legde ik snel een hand over zijn mond. 

Uiterlijk was hij al een kopie van zijn moeder, en nu dit nog. Zat er dan niets van mij bij?

Aan zijn zijde, zwijgzaam en met permanent ironisch opgetrokken wenkbrauw, waggelde Quintin. Als het tijd was om naar het volgende beest te lopen, ging dat hand in hand, en als Nadim het hoogste woord had, was er steeds die blik van Quintin: We are not impressed.  

Goddank, dacht ik. Hij zal vrienden hebben die hem met zijn voeten op de grond houden en die er zullen zijn als hij toch vallen mocht. Die nergens tegen opkijken en altijd zeiken tegen de hoogste boom. Dat heeft hij dan weer van zijn oude vader.   

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Anna op de Weegh"
    Anna op de Weegh

    Anna op de Weegh schrijft experimenteel theater over honger, onhoudbare transformatie en de (her)ontdekking van een lichaam. Haar teksten zijn vlezig, tactiel en poëtisch. In de afgelopen vier jaar werkte ze o.a. als dramaturg, liep ze stage bij Theater Utrecht als regieassistent voor de voorstelling Panic Room en zette ze samen met Maggie Thedinga het tweekoppige collectief Disgusted & Horny op.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • "Foto van Julien Ignacio"
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.