Stubs en goede en slechte ideeën

Ik ben geen schrijver maar een lezer en ik verdien mijn geld met iets vinden van wat ik lees. Dat is leuk werk en soms lastig , want die mening kan je niet goed uitzetten. Ik vind dus nu vrijwel altijd wel iets. Daarnaast denk ik voortdurend na over wat ik maar een stub zal noemen in het Wikipediaans, een aanzet tot een artikel of een verhaal. Iets waar ook veel schrijvers last van moeten hebben.  Ik heb in mijn leven een paar keer een goed idee gehad (een slecht idee was dat ik op 6 jarige leeftijd een verdrinkende wesp trachtte te redden.  In huiselijk kring noemt mij nu bijgeval de wespenkiller, omdat ik de steek die ik opliep nog steeds aan het wreken ben – vorige week in Duitsland 11, tussen twee handen. Een ander slecht idee is dat ik eens 13 meter naar beneden ben gesprongen over een hekje om te gaan plassen in wat ik dacht dat struikjes waren en wat boomtoppen bleken.)  Maar afijn de goede ideeën:  ik wil nog altijd iemand vinden die een at  random knop voor het internet kan maken: een knop waarop je drukt en waarna je naar een echt willekeurige website verdwijnt (Kaukasische geitenfokkers vereniging , Australische notaris, een kerk in het Midden-Westen van de VS.). Dat is écht surfen, en zoek maar eens: het kan niet en een wiskundige heeft me ooit uitgelegd waarom niet, maar dat vergat ik weer, iets met dat de kortste opdracht voor een willekeurige reeks een eindeloze reeks is.

Een ander goed idee is dat ik graag een website zou willen hebben met gratis ideeën voor romans, of mooie films www.stubsforyou.com  of zo. Ik kan daar moeiteloos veel plaatsen want die komen redelijk vaak langs, die ideeën, drie per nacht, vier op de fiets, zes tijdens hardlopen, zoals ongetwijfeld voor iedereen geldt.

Ik las in een heel goed boek over Oekraïne, dat wij in het voorjaar uitgeven (Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne van Marc Jansen) bijvoorbeeld over de laatste otoman, Petro Kalnyshevsky.  Een bijfiguurtje, maar: ik zie de roman met de titel De laatste otoman al voor me, en ik zou die roman lezen ook (held van de Russisch-Turkse oorlog van 1768-1774 werd gevangengezet  door Potjomkin,  vanwege zijn verzet tegen Russische hegemonie over wat hij als gebied van de Kozakken beschouwde, verbleef decennia in een klooster, waar hij tot grote religiositeit kwam en verkreeg absolutie op zijn 110e , waarna hij verkoos in het klooster te blijven, stierf op 112 jarige leeftijd, voor mij ontvouwt zich hier een complete roman.)

Op mijn telefoon heb ik een aanzienlijke verzameling foto’s van teletekstberichten waar een verhaal in zit, voorbeeld ‘Een Canadees echtpaar probeert al twee jaar hun huis te verkopen, zoals velen zonder succes, en omdat de waarde van huizen alleen maar daalt, hebben ze een wedstrijd bedacht waarbij je hun huis in Ontario kan winnen. Deelnemen kost 100 Canadese dollar, en een essay over waarom juist jij dit huis moet hebben. Met drieduizend aanmeldingen zouden ze hun vraagprijs binnen hebben.’

Op zo’n idee-site zou ik dit soort aanzetjes willen verzamelen.  Bestaat zoiets? Of is het een slecht idee? Nog eentje om het af te leren: in het werkelijk geweldige boek: The Emperor of all Maladies. A Biography of Cancer van Siddharta Mukherjee (dank, Machiel!) citeert de auteur de geschiedschrijver  Herodotus die van de Perzische koningin Atossa vertelt dat zij kanker had: een Griekse slaaf overreedt haar het gezwel uit te laten snijden. ‘Soon after that operation, Atossa mysteriously vanishes from Herodotus text’ en met deze zin betreedt ze de wereld van de novel stubs, een fascinerende aanzet tot een verhaal…

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

William Gaddis en dr. P.H. Ritter jr.

Een paar weken geleden stond er in De Groene Amsterdammer een essay van Xandra Schutte over de literaire kritiek. Daarin haalt ze een anekdote aan uit het boek The Recognitions (1955) van William Gaddis: een dichter en een criticus ontmoeten elkaar bij een kleermaker en ze beginnen een praatje, terwijl ze in hun onderbroek zitten te wachten terwijl hun broeken op maat worden gemaakt. De criticus heeft een boek bij zich. ‘Bent u dat aan het lezen?’ vraagt de dichter. ‘Nee,’ antwoordt de criticus, ‘ik moet het bespreken.’ Waarna hij vertelt dat hij voor zijn bespreking alleen maar het omslag nodig heeft.
            Deze romanscène deed me denken aan een anekdote over de radiocriticus dr. P.H. Ritter jr. (1882–1962), die volgens uitgever Geert van Oorschot ‘corrupt tot in zijn nieren’ was. In vooral de jaren dertig hadden Ritters radiobesprekingen dusdanig veel invloed op de boekverkoop, dat uitgevers op allerlei manieren probeerden te zorgen dat hij hun boeken besprak. Legendarisch is het verhaal dat Ritter een keer door een uitgever een recensie-exemplaar kreeg toegestuurd met daarin een briefje van vijfentwintig gulden. Vervolgens zou hij zijn radiolezing zijn begonnen met de woorden: ‘Reeds het openslaan van dit boek was mij een waar genoegen!’
            De anekdote over Ritter waaraan ik door de scène in The Recognitions moest denken, staat in het boek De koorddansers en andere herinneringen van Rico Bulthuis. Ritter was samen met Bulthuis en medecritici Anton van Duinkerken en Gabriël Smit op weg naar de boekenbeurs in Antwerpen, waar hij een lezing moest houden. Op weg daarnaartoe, in een boekhandel vlak bij de grens, jatte hij het omslag van het boek waarover hij moest vertellen. Gabriël Smit zag het en zei: ‘Ge zult niet stelen, en als toegevoegd gebod: ook de toehoorders niet voor de gek houden.’ Waarop Ritter volgens Bulthuis antwoordde: ‘“Als criticus ken je de motieven van de auteur, je proeft zijn of haar stijl en het geringe dat je over een recent werk” (en hij tikte op zijn tas) “te weten komt is voldoende om je eurdeel te vestigen.”’ Er staat ‘eurdeel’ omdat Ritter nogal bekakt praatte. Volgens hemzelf kwam dat door een spraakgebrek.
           
Over Ritters lezing in Antwerpen schreef Bulthuis: ‘Ik moet eerlijk bekennen dat hij het knap deed.’

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

‘Milagro o maldición?’ – Blancanieves (2013)

Als bevlogen Cultureel Ondernemer – goochelen: een kunst volgens de één, entertainment volgens de ander, keiharde business volgens allen – volg ik de financiële berichtgeving in de Nederlandse dagbladen op de voet en één van de dingen die me –

‘Gast… ik weet dat je niets liever doet dan opsnijden over je bezigheden als entrepreneur – daar kun je vast ook reuze leuk over vertellen – maar sorry: doe dat lekker thuis.’

‘…’

‘Je intellectuele werk blijft met al dat gebabbel namelijk gewoon liggen… Wéken geleden kondigde je al een stukje aan over Blancanieves… Ik ben braaf naar die film gegaan in het vertrouwen dat jij me ging vertellen wat ik ervan moet vinden, van die film, maar jouw kijkverslagje heb ik hier nog altijd niet mogen lezen.’

‘Heeft dat nog zin? Draait ie überhaupt nog ergens?’

‘Dat doet er niet toe, jij komt gewoon je afspraken na. Bovendien verschijnt Blancanieves op 3 december op DVD*, dus je kunt ook zeggen dat je stukje lekker op tijd is.’

‘Milagro o maldición?’ – Blancanieves (2013)

Film: Sneeuwwitje.

Genre: zwijgende film. Zwart-wit. Sprookje.

Regie: Pablo Berger.

‘Over de stomme film kan men enkel zwijgen,’ zei Ludwig Wittgenstein.

Laten we niettemin een poging wagen iets van Pablo Bergers Blancanieves te vinden.

Verhaal: zie de verzamelde sprookjes van The Grimm Brothers, onder de ‘S’ van Sneeuwwitje. De ‘D’ van Doornroosje. En de ‘K’ van Kleinduimpje.

Situering: gegoed milieu in het Spanje van de jaren twintig (van de twintigste eeuw), verbeeld in de filmtaal uit die tijd, voorzien van, alternerend, symfonische en traditioneel Spaanse soundtrack.

Over de filmtaal van Blancanieves schreef NRC/André Waardenburg (al op 24/07/13): ‘Berger combineert Duits expressionisme, Frans impressionisme en surrealisme, en de Sovjetfilm. Er zitten fraaie, met een groothoeklens gefotografeerde beelden in, dramatische belichting, supersnelle montagesequenties en mooie overgangen via beeldrijm.’

Nu ga ik het verhaal rustig navertellen. In de kunst(film) gaat het nooit om het verhaaltje – zie de opening van Nabokov’s Laughter in the Dark – dus de ‘spoilers’ gaan je hieronder om de oren vliegen.

Als de aanstaande vader van de dan nog ongeboren Carmen/Sneeuwwitje, een toreador (stierenvechter), tijdens het uitoefenen van zijn beroep op de horens wordt genomen door zijn boviene opponent doordat hij (de toreador) zich heeft laten afleiden door het flitslicht van een sportfotograaf, wekt dat bij zijn hoogzwangere vrouw, die zich onder het publiek bevindt, barensweeën op. Vader en moeder belanden tegelijk in het ziekenhuis. De moeder van Sneeuwitje, dan nog Carmen, Carmencita, sterft in het kraambed, vader belandt in een rolstoel, hij is het gevoel in zijn benen en handen verloren. Het verloop van de twee rampen (arena + gevolgen enerzijds, kraambedgedoe anderzijds/tegelijkertijds) zijn door elkaar gesneden. Dankbare cross cutting.

‘Red cross cutting!’

‘Hahaha!’

‘Haha, schitterend!’

‘Ghhha, ghhha.’

Een kwaadaardige zuster ontfermt zich over de invalide stierenvechter en besluit dat ze zijn nieuwe vrouw gaat worden. De actrice die haar vertolkt slaagt er uitstekend in een griezelig soort ongeneeslijke slechtheid te vertolken. De aanvechting om met mobiele telefoons en snoepgoed naar het grote doek te gaan smijten als dat wijf in beeld komt is haast niet te onderdrukken. Een rotte appel is het – een sadistisch, hebberig, jaloers kutwijf, precies zoals we ze graag zien in sprookjes.

Carmen woont een paar jaar bij haar grootmoeder. Tot die tijdens de flamenco sterft aan een hartaanval, beroerte of iets anders acuuts waarvan je je ogen nog even wijd openspert (drama!) voordat je je laatste adem uitblaast.

Carmen moet bij haar stiefmoeder gaan wonen.

De stiefmoeder knipt de mooie lokken van Carmen kort. Als ze haar aangenomen kind haar kamertje laat zien, in een kelder – misschien is het een kolenhok? – dan zegt ze: ‘Bevalt je nieuwe kamer je? Ze is gezellig.’ De dialogen van deze zwijgende film volgen we via tussentitels.

Berger neemt de tijd om ons ervan te doordringen wat een takkewijf die nieuwe moeder van Carmen is. Ze slacht de enige vriend die Carmen in het huishouden heeft, de kip Pepe, en laat die serveren.

De stiefmoeder laat haar portret schilderen door een man met wie ze een sado-masochistische relatie onderhoudt en die ze later opdraagt Carmen te wurgen terwijl die bloemen plukt voor haar overleden (vermoorde) vader. Het verrotte karakter tekent het liefdes- of seksleven van de

‘Ho, ho… je gaat te snel… wie heeft die vader nou opeens vermoord?’

Dat heeft die boze stiefmoeder gedaan… ze heeft ’m met rolstoel en al van de trap af gelazerd… Later geeft ze, als gezegd, ook nog de opdracht Carmen te wurgen (dat mislukt), slaat ze haar vriend dood met een beeld en vergiftigt ze Carmen/Sneeuwwitje.

De bewusteloos-gewurgde Carmen wordt gevonden door een dwerg. Hij reanimeert haar (instructieve scène!) en neemt haar mee naar zijn collega-dwergen/stierenvechters. Ze nemen haar op in hun groep. Omdat Carmen haar geheugen heeft verloren en daarmee ook haar eigen naam vergeten is, noemen ze haar: Blancanieves. Sneeuwwitje. Ze ontdekt haar talenten als stierenvechtster en wordt al snel uitgenodigd voor een optreden in de grote arena van Sevilla.

Daar volgt de apotheose van de film.

De sequentie waarin Sneeuwwitje schittert als toreador is een echo van die waarin haar vader zijn nek brak. Vooral filmisch – stilistisch – is de sequentie van een grote schoonheid.

Zo zit de scène in elkaar: Een kwaadaardige, jaloerse dwerg heeft een paar stierennaambordjes verhangen waardoor er in plaats van een stier met een peso van 150 kilo een beest van 500 kilo op Sneeuwwitje afstormt (in de arena/het colosseum van Sevilla, where we, als gezegd, lay our scene). Sneeuwwitje, die net, toevallig, heeft gehoord dat ze de dochter van de beroemde toreador Antonio Villalta is, krijgt juist op dat moment haar geheugen terug – een prachtig staaltje montage waarin de film van haar leven aan haar voorbijtrekt.

Het gevecht loopt goed af. Blancanieves zegeviert. De stier wordt gespaard, het publiek is uitzinnig.

‘En ze leefden nog lang en gelukkig?’

Bijna. Sneeuwwitje neemt tijdens haar ereronde een appel aan van iemand uit het publiek… dramatische ironie: wij weten dat die iemand Sneeuwwitjes gesluierde, boze Stiefmoeder is en dat die appel is vergiftigd… Sneeuwwitje raakt in coma.

Slotshot: een traan die opwelt uit het gesloten oog van de comateuze Sneeuwwitje.

Is Blancanieves een geslaagde film? In het zomernummer van Preview Arthouse, een boomerang uitgave, stond: ‘Meer inhoud zou de film geen kwaad hebben gedaan.’

Hoezo?

Definieer inhoud.  Style is everything. Vorm ís inhoud. Maar voor wie een film pas geslaagd wil vinden als die bijdraagt aan de totstandkoming van een betere wereld: wat ook je mening is over stierenvechten, Blancanieves draagt in ieder geval bij aan de vrouwenemancipatie… als mannen met stieren mogen vechten, dan mogen vrouwen het ook…

Bestaat er eigenlijk al een Opzij prijs voor de beste vrouwelijke stierenvechtster?

De dwergen in Blancanieves zijn niet grappiger/ernstiger dan de andere personages, Sneeuwitje vat zelfs een love interest op voor één van de mannetjes. In dit opzicht mag je Blancanieves dus óók emancipatoir noemen: de film komt op voor kleine mannen, het toont een wereld waarin een vrouw langer mag zijn dan haar mannelijke partner. En hier is langer trouwens ook: groter. Beter in haar vak dan haar mannelijke collegaatjes. En dat dan weer tot ergernis van één van andere dwergen, het bovengenoemde bittere gastje dat die stierennaambordjes verwisselt.

Eindoordeel: wat een beeldend vermogen, wat een geweldige film, vooral omdat Bergers werkstuk in de eerste plaats fílm is, cinema!, een kunstwerk dat zich alleen werkelijk laat genieten op het grote scherm van een filmhuis of bioscoop. Drie witte, wuivende zakdoekjes (3/5). ‘Spaar de stier, spaar de stier!’. Of dramatischer: vier in de bloedplas onder het kraambed gevallen medaillons (3/5).

Prachtig ook, voeg ik aan dit alles nog toe, hoe gedurende de film de naald van verstelwerk, die van een platenspeler en die aan het uiteinde van een gifspuit met elkaar in verband worden gebracht.

Het enige slapstickmomentje uit Blancanieves laten we hier natuurlijk niet onvermeld… In een zomaar tussendoorsequentie zien we hoe de boze, jaloerse regeldwerg van het gezelschap uit hier niet ter zake doende ergernis zijn pruik aftrekt en daarbij per ongeluk hard op zijn eigen, verbonden arm slaat. Au, au, au!

Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahhaahahahahahahhahahahahahahahahaha, schitterend! Kostelijk! Onvergetelijk! Serieus!

Waarom kun je voor slapstick bijna alleen nog maar in stripboeken of het theater terecht? Slapstick is zo ongeveer het allermooiste dat de beschaving ons heeft gebracht. Honderd miljoen in een slapstickfonds en vlug een beetje!

*Titelverklaring van deze blogpost: ‘wonder of vloek?’ roept de spreekstalmeester in de circustent waar Sneeuwwitje is opgebaard/tentoongesteld – nadat ze in coma is geraakt doordat ze in de Arena heeft gegeten van de appel die haar is aangereikt door haar gesluierde, boze Stiefmoeder (zie hierboven) – en waar bezoekers voor 10 cent per persoon (m/v) een poging mogen wagen om haar wakker te kussen.

Frappant: andere recente zwart-wit films – Frances Ha, Tabu, The Artist – spreken een soberder beeldtaal dan Blancanieves. Die voorgangers zijn calvinistisch of protestants, terwijl Sneeuwitje zich, vooral waar Berger zich heeft laten inspireren door Eisenstein en de expressionisten, veel barokker, pompeuzer, ornamenteler oogt, katholieker.

P.S. In een vraaggesprek met de VPRO Gids merkte regisseur Berger op dat hij graag stierengevechten bijwoont. Lastige waarheid: zonder die liefde was Blancanieves nooit zo’n prachtige film geworden.

Verse noot

* Dat verschijnen van die DVD mag de plaatsing van dit stukje dan rechtvaardigen, het blijft pervers om een kunstfilm op je televisie of het beeldscherm van je computer te bekijken. Vind ikkeltje tenminste. Maar ja.

Een extra duit in het zakje van het Sinterklaasdebat – toegift

Als stieren echt zo dol worden van de kleur rood is het misschien wel geinig twee Spaanse tradities te combineren en Sinterklaas af en toe een rondje door de arena te laten rennen. In z’n mooie rode jurk. Met z’n mooie, stoere, rode boek onder z’n arm. En met die mooie rode mijter op z’n bol. Zachtjes gaan de stierenhoefjes, trippel, trippel, trippel… trap. Stiertje is nog lang niet moe, stiertje rent naar klaasje toe.

Tirade – dol op sprookjes.

Volgende week: Dr. Sleep. En meer.

Afscheid

De blog van vandaag is bedoeld om afscheid te nemen. Na slechts enkele maanden (sinds 1 april, om precies te zijn) bij de redactie van Tirade, vertrek ik weer. Vanaf volgende week maandag schrijf ik drie keer per week een column op pagina 2 in nrc.next.

De blog van vandaag met als titel ‘Afscheid’ en dan deze aankondiging van vertek: het voelt nogal banaal. Niet omdat ik het niet heel jammer vind Tirade te verlaten, maar deze week was al het verdriet voor Thomas Blondeau (I.M.) gereserveerd.

Gister was zijn afscheid. Thomas’ vriendin Liesbet sprak. Het was mooi. Hartverscheurend. Liesbet beloofde dat ze niet zou vergeten om zich overal op te smijten. Dat had Thomas gezegd: je moet je overal op smijten. In de liefde, het leven. Smijtend leven.

Het afscheid van Tirade is gelukkig veel minder definitief. Deze zondagblog stopt, maar Tirade gaat door. De redactie gaat door. Ik ga door, zij het elders. De woorden blijven. In januari staan we nog als één gezamenlijk Tirade te tieren op het Writers Unlimited (sic) festival.

Ik heb veel zin om aan de slag te gaan voor nrc.next, maar ik was graag bij Gilles, Lieke, Marko, Martijn, Menno en Merijn gebleven. Misschien zou ik inderdaad moeten blijven en gewoon harder moeten werken. Thomas combineerde ook allerlei werk en opdrachtgevers, de ‘hemelbestormer’ bleef universiteitsblad Mare trouw. Als zijn vroege dood ons íets leert dan is het ervan te nemen. It’s all happening. En: YOLO.  

De nachten kunnen altijd korter. Slapen lijkt nutteloos met een rijke stapel boeken naast je bed. Het laatste (ik wou dat hier stond: ‘meest recente’) boek van Thomas ligt bovenop. De woorden blijven. 

Ik vertrek omdat ik niet wil dat Tirade een tussendoortje wordt. Ik smijt me op mijn nieuwe taak als columnist.

 

‘Absolutely capital-G-great’ – Cynthia Ozick

Hoi,

Mocht je toevallig niet eerder vertaalde verhalen van Cynthia Ozick aan het vertalen zijn, dan zouden wij, de redactie van Tirade, je vertaling, na voltooiing, graag lezen. Het inzenden van zo’n vertaling is: heel eenvoudig.

David Foster Wallace bracht Ozick in 1997 ter sprake in een interview met David Wiley.

Q:  ‘You’ve mentioned Ozick before in other interviews. She’s amazing isn’t she?’

A: ‘Here’s what’s cool is that this is this hyper-educated, very seriously Jewish person writing about a culture and ethnicity that I know very slightly, and mostly only from books, and whom I — number one, the prose is just completely luminous, but number two, I find myself feeling stuff for these folks that I sure don’t feel for most of the people who look just like me in regular life. There’s this magic that stories can do, and the thing that is transcendent about Ozick is that she’s extremely canny and familiar with language and fiction as artifice and all that stuff, and manages not to offend your sensibilities about that stuff, while at the same time creating these really kind of luminous, luminous, luminous stories. There are maybe two or three living American writers who I think are just absolutely capital-G-great, and she’s one of them.’

As good as it gets

IMG_3238De afgelopen dagen begint het tot me door te dringen dat niemand me zal komen redden. Ik weet ook niet waarom ik het zo lang heb verwacht. 

Misschien moet ik dit uitleggen. 

Als je – zoals ik – ongeveer elk halfjaar iets nieuws aanvangt, kun je heel lang blijven leven met de hoop dat er grootse en geweldige dingen op je staan te wachten. Er is me dan ook behoorlijk wat geweldigs overkomen. 

Schrijver worden was mijn laatste te vervullen droom, en met het behalen van mijn eigen criterium (een tweede boek publiceren), is die gerealiseerd.

Er is niets meer te willen; alles wat nu volgt is extra. Gezien mijn leeftijd lijkt het me wijs er vanuit te gaan dat de dingen die ik nu doe mijn werk zijn, zoals koken, schrijven en een psychodiagnostisch bureau runnen. 

Dat ik die dingen ben. 

Vergeleken met veel leeftijdsgenoten heb ik mijn gebrek aan definitie erg lang kunnen volhouden, maar ik vrees dat ik er nu aan moet geloven: This, Jack Nicholson indachtig, is as good as it gets. 

Hoe fijn was het om al die jaren een belofte te zijn, een onuitgekomen wens. Om wakker te worden met het gevoel dat ik geweldig nieuws had, alleen om te ontdekken dat ik nog niet wist wat het was. 

Als ouder worden betekent dat je jezelf leert kennen en steeds scherper definieert, dan wil ik daaraan toevoegen dat je met de jaren ook bosjes alternatieve zelven verliest. Hoe ouder je wordt, hoe minder versies van jezelf je zijn kunt. 

Het beste om als veertiger te doen is schrijven. Niet helemaal hetzelfde als jong zijn, maar het komt heel dicht in de buurt. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Senna Felius"
    Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).