Chicken Guy

Toen mijn beste vriend Gijs nog leefde en de bediening bij Toscanini deed, werd hem door gasten vaak gevraagd wat ze moesten bestellen. Ik herinner me de New Yorkse pater familias die – menukaart in hand – zei: ‘Lovely menu, but what do you think we should eat?’ 

‘Chicken,’ zei Gijs. 

Het had allemaal heel fout kunnen gaan, omdat het gezin in kwestie Afro-amerikaans was, maar de man (denk: de oom van Will Smith in The Fresh Prince of Bel Air) gaf Gijs het voordeel van de twijfel: ‘And why would you say that?’

‘See that guy over there working the grill?’

Potig, krulletjes, harige armen. Brandwonden op zijn vingers, en lippen glimmend van het vet. Arnaud. 

‘That’s Chicken Guy.’

Een brede grijns verspreidde zich over het gezicht van Uncle Phil. ‘Yes, I think we would very much like to have the chicken.’  

Ik heb geaccepteerd dat literatuur en koks niet erg samengaan. Ze vinden het leuk voor me, mijn collega’s, en komen graag op een presentatie, maar dat echte lezen schiet er vaak bij in.

‘Niet erg,’ zeg ik dan. ‘Ik ben ook niet zo geïnteresseerd in voetbal/honkbal/duiken.’ 

Mijn aanwezigheid bij Toscanini deze zomer is wegens ziekte en vakantie van andere koks. De periode dat ik er in dienst was ligt jaren achter me, en zo ook de laatste keer dat Arnaud en ik samenwerkten. Gisteren, na het schoonmaken van de keuken, zaten we nog even met een biertje voor de deur, Chicken Guy en ik.

‘Ik vind het tof, wat je doet,’ zei Arnaud.

‘Dank je,’ zei ik. ‘Het ging wel lekker. Mooie ham, ook.’

‘Nee, ik bedoel de stukjes die je schrijft. Ik lees ze elke week, en ik wou zeggen: mooie stukjes.’

Omdat mijn woorden het lieten afweten, heb ik Chicken Guy geknuffeld.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

The Querschnitt

Had Hemingway humor? Nee, of in ieder geval nauwelijks. Hoewel ene Jeffrey Meyers in 2004 in de Michigan Quarterly Review betoogde dat ‘his most underrated quality his lively sense of humor’ was, zou niemand Hemingway omschrijven als een humoristische schrijver. Daarvoor nam hij zichzelf en het leven veel te serieus.
           
De manier waarop hij in A Moveable Feast Scott Fitzgerald belachelijk maakt is weliswaar erg grappig en zijn venijnige beschrijving van Robert Cohn in het openingshoofdstuk van The Sun Also Rises is dat ook. Maar daarmee hebben we het wat de humor in zijn werk betreft wel zo’n beetje gehad. In For Whom the Bell Tolls (490 blz.) is bijvoorbeeld geen enkele goede grap te vinden.
            Eigenlijk is Hemingway het grappigste als hij het zelf niet doorheeft. Een mooi voorbeeld daarvan staat in Green Hills of Africa: een boek waarin hij in de traditie van Toergenjev enkele jagersverhalen bundelde, grotendeels gebaseerd op een maand safari in de jaren dertig in Oost-Afrika. Deel 1 en deel 2 van Green Hills of Africa zijn het meest de moeite waard, omdat hij daarin zijn jaagavonturen lardeert met allerlei opmerkingen over literatuur. Helemaal mooi wordt het wanneer hij het een met het ander verbindt: ‘It is not pleasant to have a time limit by which you must get your kudu or perhaps never get it, nor even see one. It is not the way hunting should be. It is too much like those boys who used to be sent to Paris with two years in which to make good as writers or painters after which, if they had not made good, they could go home and into their father’s business.’
            De onbedoeld grappige scène speelt zich een paar pagina’s hiervoor af. Tijdens de safari in Tanzania komt hij op een avond een Oostenrijker tegen. Deze Oostenrijker blijkt veel van literatuur te weten, wat goed uitkomt voor het verhaal. Hemingway biedt hem iets te drinken aan en stelt zichzelf voor. Dan komt er vervolgens deze dialoog:
            ‘“Kandinsky,” he said and bowed. “Hemingway is a name I have heard. Where? Where have I heard it? Oh, yes. The dichter. You know Hemingway the poet?”
            “Where did you read him?”
            “In the Querschnitt.”
            ‘That is me,” I said, very pleased. The Querschnitt was a German magazine I had written some rather obscene poems for, and published a long story in, years before I could sell anything in America.’
           
Hier moest ik erg om lachen toen ik het voor de eerste keer las.
Dat een of andere Oostenrijker, die hij ’s nachts bij een kampvuur in de savanne van Tanzania tegenkomt, zijn naam kent is op zichzelf nog niet eens zo heel opmerkelijk, want bijvoorbeeld A Farewell to Arms was drie jaar voor deze ontmoeting in een Duitse vertaling verschenen. Wat het nogal absurd maakt is dat deze Kandinsky hem kent vanwege een paar gedichten die ooit in de Duitse Tirade van de jaren twintig stonden, en die trouwens literair gezien op geen enkele manier interessant waren (zie hier voor een van die gedichten).
           
Vooral de zinnen ‘Oh, yes. The dichter. You know Hemingway the poet?’ zijn erg grappig. Zou die verdwaalde Querschnitt-abonnee dat echt zo hebben gezegd? In het voorwoord van Green Hills of Africa schrijft Hemingway dat geen van de gebeurtenissen en personages in het boek door hem verzonnen zijn. Anderzijds, een schrijver die voorin een boek het tegendeel beweert moet je ook nooit geloven.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Naakt, dansend

Groningen. Restaurant Mendini. De man met het wilde grijze haar heeft meer belangstelling voor de serveerster dan voor zijn echtgenote. Terwijl ze het voorgerecht voor hem neerzet, kijkt hij met hongerig enthousiasme haar blouse in en zegt:

‘Dat ziet er heerlijk uit.’

De maaltijd vordert – hoofdgerecht, dessert, thee – ik houd het echtpaar niet echt in de gaten. Totdat de vrouw het tafeltje verlaat om haar handen te gaan wassen en de man met het wilde grijze haar de serveerster wenkt.

‘Mag ik nog wat suiker? De thee is een beetje sterk.’

Ik zou hebben geantwoord: dan had je ’t zakje d’r niet zo lang in moeten laten hangen, lul. Maar de jonge vrouw heeft meer begrepen van dienstverlening & gastvrijheid en zegt: ‘zeker.’

Als ze hem een schoteltje met een paar papieren suikerstaafjes brengt, knoopt de man een gesprekje met haar aan. Of ze full time serveert? Nee, ze is ook kunstenares. Aha, zoiets dacht hij al! Ze heeft de Minerva academie gedaan. Hé, wat interessant! Schildert ze?

‘Nee, ik maak vooral videokunst. Dus ik schilder met de camera, zeg maar.’

‘Aha. En film je dan ook jezelf? Bijvoorbeeld naakt? Dus dat je voor de camera naakt aan het dansen bent als het ware?’

Mijn lach komt zo krachtig en onverwacht dat de roomsaus (carbonara) tegen de brillenglazen van mijn gesprekspartner spat (nogmaals excuses). Het antwoord van de serveerster:

‘Dat houd ik liever voor mijzelf.’

‘Tuurlijk, tuurlijk,’ zegt de man geschrokken, ‘de pappardelle was overigens heerlijk. En de panna cotta ook.’

Tirade – grote oren, sterke verhalen.

Volgende week:  de Spaanse sneeuwwitje, Zomergasten, Harkdorp óf Roger Martin du Gard (1881-1958)… maar misschien dat ’t toch een ander onderwerpje wordt… Hoei, spannend!

‘Ho, ho, wacht even… sterke verhalen? Is ’t allemaal verzonnen?’

‘Nee, het is echt gebeurd, naar waarheid en vermogen genoteerd… Alleen dat detail van het handenwassen klopt niet, in werkelijkheid ging de mevrouw naar buiten om een filtersigaret te roken… maar dat roken leek me geen goed signaal naar de lezers van Tirade.’

‘Hans Teeuwen zat gisteren bij Zomergasten ook gewoon te paffen .’

‘Ik denk niet dat ik me hetzelfde kan permitteren als Hans Teeuwen.’

‘Ik ga koffie halen. Jij ook? Of is dat ook ‘geen goed signaal’ naar de lezers van Tirade?’

‘Dubbele espresso.’

Aansluitend wat ceremoniemeesters op trouwpartijen, dagvoorzitters van congressen en groepsleiders van resocialisatietrainingen de ‘huishoudelijke mededelingen’ noemen:

lpOnlangs, afgelopen mei, organiseerde Perdu n.a.v. een stukje hier op de Tirade-blog een avond over De Filosofische Roman. Vier auteurs gaven hun visie op de FIL-ROM en gingen aansluitend met elkaar in debat. Perdu programmeur en gespreksleider Mathijs Gomperts schreef een verslag over die bijeenkomst dat hij publiceerde op Oote Oote. Je kunt de referaten van de auteurs terugluisteren op het YouTubekanaal van Perdu.

Verder: Tirade is ook actief op Twitter en op Facebook.  Je kunt ons daar volgen en bevrienden – en lezen wat anderen over Tirade schrijven.

Kéfalos, Kos, 19 juli – 26 juli

Op vakantie zijn er twee mogelijkheden:

– je komt los van je leven thuis & luistert met enig geduld voor jezelf naar jezelf. Het levert inzichten op en een paar kleine teleurstellingen (dit jaar weer je rijbewijs niet gehaald),

– het is elke dag 35+ graden waardoor je gedachten zijn ingedikt tot siroop en je overgeleverd bent aan zonnige gevoelens die je binnenwereld op den duur verdorren. Het resultaat is heimwee en/of grootse plannen voor de periode na thuiskomst: dit jaar eindelijk je rijbewijs halen.

Het vreemde is dat we onszelf uit onze context rukken met het idee dat we dan overzicht krijgen op wat we achterlaten, terwijl er ondertussen gewoon een nieuwe omgeving is die ons zicht vertroebelt. In mijn opschrijfboek maak ik een tekening van hoe dat er uit ziet: het verschil tussen vogelperspectief en louter verwijdering.

De maan komt in razend tempo achter de bergen vandaan, ze is vol. Ik complimenteer haar met haar snelheid, maar ben het natuurlijk zelf die draait.

D. merkt terecht op dat ik van mijn kinderlijke (kinderachtige) behoefte aan bevestiging af moet. Ik weet het wel, als je daar in doorslaat ga je alles met iedereen delen in de hoop op een goedkeurende knik, ook hetgeen je voor je had moeten houden. Dit soort dingen uitspreken zorgt voor een oneindige regressie, of misschien meer voor een eindeloos op en neer gaan, elkaar afwisselen van golven, waar je naar kijkt.

Ik ga jarig op de steiger zitten en fluister tegen de bergen dat ze me kunnen vertrouwen, in de hoop op een echo.

Als we van een afstand naar het heelal konden kijken zouden we haar misschien zien knipperen, heelal: steeds een jaar verdwijnen en daarna weer op precies dezelfde plaats verdergaan. Niemand die het ondertussen had gemerkt, want wij waren weg. Waarom maken we ons zorgen over solipsisme als we zo collectief in de maling genomen zouden kunnen worden?

Ik dagdroom over met mijn kinderen naar Italië rijden Als het ze lukt om tot de grens met Zwitserland geen ruzie te maken, geef ik ze een zakje ETOS-drop. Mijn geliefde knikt me vanaf de passagiersstoel goedkeurend toe. Als ik overmorgen thuiskom ga ik alles op alles zetten om nog voor het eind van de zomer mijn rijbewijs in handen te houden.

Alles op alles zetten is een logische onmogelijkheid.

Wat dat wel niet kost

DSC_0406Vandaag moest het leven weer beginnen. Birre ging naar haar werk, en stipt om half negen liepen Nadim en ik – hand in hand omdat we daar nog niet te oud voor zijn – over de Lindengracht naar het kinderdagverblijf.

Onderweg somden we de namen van Nadims vrienden op, en daarna die van iedereen waarmee hij op Kwakoe had gedanst. De lijstjes waren bijna identiek, maar ik besloot er niets van te zeggen. 

‘Kwakoefeest,’ zei Nadim. ‘Tante Karima. Tante Lauren. Sterre. Pim Anne.’ 

Na drie weken samen viel het me zwaar mijn manneke weg te moeten brengen. Ik merkte dat ik nog langzamer liep dan hij, en vlakbij de tweede Goudsbloemdwarsstraat bleef ik zelfs even staan. Inmiddels was Nadim – schijnbaar onbewust van ons naderende afscheid – begonnen met het opnoemen van zijn Duplobeesten. 

De zon sloop achter de gevels vandaan, viel op mijn hoofd en slingerde me in één klap terug naar Suriname. Naar onze buurman daar, die na een zware regenbui insecticide strooide in de plassen op zijn landje. Knokkelkoorts is een nare ziekte, die door tijgermuggen wordt overgedragen. Die beesten hebben stilstaand water nodig om zich voort te planten, ergo de groene pot met de doodskop.

De buurman had gele tuinhandschoenen aan, een sigaret hing als vergeten in zijn mondhoek. Terwijl hij strooide bewoog zijn grijze hoofd heen en weer op zijn gerimpelde nek. ‘De muskieten, weet u,’ zei hij toen hij me zag aankomen. ‘Dat is erg, hoor.’ 

Tussen zijn spinazieplantjes, bita-wiri en boulansjés liet hij lijnen fijne korrels vallen, precies waar het water zich verzameld had. Een roofvogel maakte cirkels boven ons hoofd terwijl ik met hem opliep, hier en daar een plas aanwijzend. Even dacht ik aan de grote bos tajerblad die hij me gegeven had; aan de banaantjes die soms op onze terrastafel verschenen. In de wereld van de buurman was er geen verband tussen muskietenbestrijding en grondwaterkwaliteit. Hij zou zijn lege gifpot straks, samen met verlopen medicijnen, glaswerk en oude frituurolie in zijn vuilnisbak gooien en denken dat de rommel daarmee weg was.

Mijn ouders hebben nog een tijd gekend waarin niet alles wat ze deden ten koste van iets anders ging. Je kon een auto kopen en er blij mee zijn; verfverdunner in de gootsteen laten lopen en daarna een glas kraanwater drinken; rokend het isolatiemateriaal van je plafond krabben en het stof bijeenvegen met veger en blik. Voor mijn vader en moeder zal het niet zo geleken hebben, maar de jaren ’60 waren toch de kindertijd van deze eeuw: wel de luxe, maar niet het schuldgevoel.

We liepen verder, Nadim en ik. Toen ik in de crèche tussen de blokkendozen en loopfietsjes afscheid van hem probeerde te nemen, verkoos hij een legpuzzel met boerderijdieren boven zijn bedroefde vader. Stralend probeerde hij een koe op de plek van een kip de duwen, wat ook nog bijna lukte. In de wereld van Nadim was er geen verband tussen al dat speelgoed en mijn vertrek. Tussen zijn opgroeien en mijn geleidelijk verdwijnen.

Niets kostte nog iets, en dat moest voorlopig maar zo blijven. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Nu te koop: Tirade 449 – zomer 2013

tZon, zee, muggenspray. De hondsdagen zijn aangebroken. Misschien betekent dat dat we het vandaag verschenen nummer  van Tirade, Tirade 449, een zomernummer mogen noemen.

Het zomernummer is verschenen!

Tirade 449 bevat bijdragen van: Heather Bell, Walter van den Berg, Wim Brands, Nikki Dekker, Mathhew Dickman, Menno Hartman, Auke Hulst, Florian Illichmann-Rajchl, Sander Kollaard, Halbo Kool, Delphine Lecompte, Eva Meijer, Aki Ollikainen, Zoska Papuzanka, Carel Peeters, Stine Pilgaard, Liz Rosenberg, Brenda Shaughnessy, Richard Siken, Lize Spit, Leo Vroman en Joost Zwagerman.

Mocht je je nog niet op Tirade hebben geabonneerd: losse nummers zijn te koop in de boekwinkel en kunnen worden besteld via de site van Uitgeverij Van Oorschot.

Tirade – hemels.

Tirade brengt 5 nummers per jaar – wil je jaargang 57 veilig stellen, bestel dan ook nummer 448 en 447 .

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • "Foto van Gigi Müjde"
    Gigi Müjde

    Gigi Müjde studeert in augustus 2025 af van de schrijfopleiding met een gemoderniseerde bewerking van het Middelnederlandse toneelstuk Mariken van Nieumeghen, namelijk: Meryem van Mokum. Door de lens van een oud Nederlands stuk, reflecteert die op de hedendaagse Nederlandse samenleving. In diens schrijven, speelt Gigi met taal, gebaar en referenties – om de lezer een eigen(aardige) wereld in te lokken vol verwarring en plezier. Die schrijft ook graag in samenwerking, vooral met Robin Alberts volgens hun eigen versie van de flarf-techniek, waarin er een tekst heen en weer wordt verstuurd en om en om wordt herschreven tot het onherkenbaar vol zit met liefde voor taal. Gigi schrijft alleen vanuit liefde, anders telt het niet.

  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.