Over wandelen in de stad

Iemand wandelt door Parijs. Hij wandelt veel, zijn voeten verkennen de stad. Zijn denkende voeten. Hij kijkt ook de hele tijd omlaag. Zo zie je meer van een stad dan wanneer je omhoog kijkt. Ik heb het ook uitgeprobeerd in mijn eigen stad. Het klopt.
Van de weeromstuit heb ik ook mijn ogen op een bepaald moment dicht gedaan, denkend aan de blinde schrijver John Hull die beschrijft hoe onweer  klinkt als je onder een zinken dak staat.

Ik hoorde een boot langskomen, het geklots van water, twee mannenstemmen, er passeerde een fietser die een mobiel gesprek voerde, ik hoorde het zoemen van fietsbanden, kraaien, en in de verte zelfs het fluiten van de papegaai van de buren, die mij miste.

Ik kon, als ik dat wilde, met mijn ogen dicht door de hele wereld reizen. Net zoals de blinde avonturier James Holman, dat in de negentiende eeuw deed.

In de Oorshop

De doden

In een stukje voor Tirade.nu schreef ik over een tekst van Anne Carson. Het gaat over achteruitlopen, dat mag ze niet van haar moeder, ‘omdat de doden dat doen’. Het staat in haar debuut ‘Short Talks’. Een bevriende boekhandelaar heeft gezorgd dat ik het boekje kon kopen. Ik heb een vrije vertaling gemaakt.

Mijn moeder verbood ons achteruit te lopen. Zo lopen de doden,
zei ze. Hoe kwam ze erop? Misschien door een slechte vertaling.
De doden lopen immers niet achteruit, ze lopen achter ons.
Omdat ze geen longen hebben kunnen ze niet roepen,
ze zouden er een moord voor doen als we ons omdraaiden.
Velen zijn slachtoffer van de liefde.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Baer Cornet

Een vriend wilde striptekenaar worden. Toen hij zeventien was mocht hij stage lopen bij Kuifje, in Brussel. Opgetogen reisde hij af. Om op de redactie te horen dat het niet de bedoeling was dat hij zou tekenen, hij mocht een week lang de vloer vegen. Boos ging hij aan de slag. Na een week riep de redactiechef hem bij zich en stelde vragen over wat hij had gezien, stelde vragen over tekenen. Mijn vriend gaf verbluffende antwoorden. Vond hij zelf. De chef was niet verbluft, hij had dit wel verwacht.
‘Je hebt een week lang op de vingers mogen kijken van begaafde ambachtsmensen. Je hebt al vegend meer kunnen leren dan wanneer ik je had laten tekenen, alleen achter een tafel’.

Typograaf Marc Vleugels vertelde me een soortgelijk verhaal. Na zijn middelbare school werkte hij in de beste drukkerij van Nederland, Rosbeek, een bedrijf dat helaas failliet is gegaan. Prachtig drukwerk, ze werkten samen met de beste vormgevers en ontwerpers: Walter Nikkels, Irma Boom, Jan Bons, Baer Cornet.
Over die laatste ontwerper vertelde Marc een mooi verhaal. Baer Cornet, over wie kunsthistoricus Paul Hefting een boek schreef, over wiens werk Wim Crouwel opmerkte dat er meer is weggelaten dan toegevoegd.

Cornet bivakkeerde ook regelmatig in de drukkerij. En altijd weer wilde hij drukken met de Baskerville, en altijd weer constateerde hij na afloop dat het beter had gekund. Marc Vleugels stond er bij en keek er naar, zoals hij ook Jan Bons gadesloeg als die een kalender maakte voor een scheepvaartbedrijf.
En hij leerde, al kijkend.

Leerde bijvoorbeeld dat een goede ambachtsman niet aan een toekomstig publiek denkt maar – al makend – een eerbetoon aan het ambacht probeert te brengen.

Weiner & Broodthaers

Voor Q.S. Serafijn

Het lijkt me mooi om nog eens een regel te maken die een rol speelt in het openbare domein. Bij mij in de buurt valt zo’n tekst te lezen op een bord aan het water. Over het schip ambitie dat voorbijkomt. Het is geen goed kunstwerk. Het is cabaret. Cabaret doet het nooit goed in de openbare ruimte.

Zo’n werk moet – kijk naar de afbeelding – de kracht hebben van een werk van Lawrence Weiner.

Een mooi filmpje op een scherm kan ook. Een scherm op een groot gebouw, midden in de stad. Denk aan een opname van Broodthaers: iemand schrijft een brief in de regen. Het is dramatisch, het is klein. Het maakt indruk terwijl je op de tram wacht.pluie

A. Marja

Het is een van de sterkste beelden die ik ken. Een filmscene. Oerscene is een beter woord. Het staat in een boek van de Amerikaanse schrijver Peter de Vries, die voor The New Yorker schreef. Hij was van Nederlandse komaf. Niet zo lang geleden verscheen er een vertaling van het boek: ‘Het Lam’. Een boek over geloven,  over worstelen met het geloof – en waarschijnlijk is dat hetzelfde.
Begin deze week ontdekte ik dat een oude vertaling van A. Marja, doorgaans moeilijk vindbaar, te koop was.

Die vertaling wilde ik al lang graag hebben, al was het maar om het voorwoord van Marja, waarin hij zo elegant uitlegt hoe die oerscene moet worden geduid. Het beeld: de hoofdpersoon komt uit het ziekenhuis. Zijn veertienjarige dochter is net overleden. Hij is dronken, hij is woedend. Kolkend van woede betreedt hij een kerk en gooit een roomtaart naar het hoofd van Christus. En zinkt dan op zijn knieën.

Marja schrijft: ‘Iemand die werkelijk in wanhoop Christus een roomtaart naar het hoofd smijt, kan niet ver meer zijn van het Koninkrijk Gods! Je hoeft niet zo ver te gaan als professor Beerling, die Nietzsche om z’n scheldpartijen tegen het Christendom zowat tot Christen bombardeerde (al voel ik daar wel iets voor)… Je kunt aan het woord van Luther denken: ‘Niemand is God meer nabij dan de vertwijfelden’.

Paris

Eindelijk, de zon! Eerst een stukje, dan naar buiten. En op het terras citeer ik straks een taoistische spreuk.
I don’t really think, I just walk.
Er zal instemmend worden geknikt.
O, wat snappen wij het leven goed!

In het weekeinde zag ik een foto van Paris Hilton in de zaterdagbijlage van Trouw. Ze is gevallen in een Braziliaanse nachtclub. Ze ligt op de grond. Kont omhoog.
Bierblikje in haar hand.

’s Avonds lees ik een verhaal over haar in het debuut van de jonge Leidse classicus Arjen van Veelen, de essaybundel Over rusteloosheid. De recensie in de krant had ik niet gelezen, alleen die foto bekeken. En ik had nog tegen mijn dochter gezegd: laat die Hilton een afschrikwekkend voorbeeld zijn. Hoe stom kun je zijn. Van Veelen schrijft over haar onder meer:

‘Gek genoeg voelen velen nog steeds minachting voor iemand die virtuoos is in precies de ambachten die onze samenleving als hoogste waardeert: sociale intuitie en mediatalent. Paris’ succes komt niet door haar afkomst. Er zijn talrijke rijkeluisdochters die naar beroemdheid streefden – maar faalden. Er zijn tientallen B-sterren die sekstapes lieten slingeren – maar op tragische wijze geen buzz wisten te creeren.

‘One of my heroes has always been Barbie’, zegt Paris zelf.  ‘She may not do anything, but she always looks amazing doing it’. Deze creatio ex nihilio is niet niks. Het woord ‘socialite’ wordt ten onrechte geassocieerd met leeghoofdigheid. Vele schrijvers, politici en kunstenaars smeken om een vleugje van Paris’ gaven. Wie haar dom noemt is dom’.

Aldus Van Veelen. Ze was overigens niet dronken in die nachtclub. Ik ga dadelijk naar het terras, en ik zal haar citeren:
I don’t really think, I just walk.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Jos Versteegen
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

  • Foto van Femke Lucia
    Femke Lucia

    Femke Lucia (Bogota, 1998) is een eerlijke schrijver, die realistische, menselijke verhalen in een magisch daglicht zet. Ze schrijft omdat ze gelooft in de kracht van verhalen en hecht veel waarde aan gemeenschappelijkheid, haar voorouders en Latijns Amerikaanse muziek. Ze bevindt zich in een zoektocht naar de vorm en betekenis van het schrijverschap, en laat zich daarbij leiden door haar eigen ritme en intuïtie.

  • Foto van Aska Hayakawa
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)