De emigratie (de uitgestelde aankomst)

Ik durf het nu wel hardop te zeggen: heimwee heeft met de plaats waar je vandaan komt bar weinig te maken. Heimwee is een terugverlangen naar jezelf. Naar de vanzelfsprekendheid waarmee je door de straten fietste en vragen niet verbonden werden met de plek waar je je bevond. Hier voert elk onbehagen onmiddellijk naar de emigratie; wat als? kunnen wij? kan ik? Wie heimwee heeft krijgt er telkens vragen bij.

Ik was gewaarschuwd, maar ik meende zeker te weten dat waarschuwingen aan mij niet waren besteed. Al snel zou ik iets nieuws over mezelf te weten komen. ‘Ik lees,’ verklaarde ik vooreerst nogal pedant, ‘ik voel me nergens een vreemdeling’ – indachtig de regels van Curzio Malaparte [1] over Rossellini: “ Hij ( Rossellini) maakt films. Hij voelt zich nergens een vreemdeling. Film is het vaderland van de vreemdelingen”.

Bovenstaande regels las ik in Madrid; ik herinner me van bijna elk boek op welke plek ik het las en zo krijgen deze plekken achteraf een intenser tint. Met de gedachten aan mijn favoriete roman: De Engelse patiënt van Michael Ondaatje, buitelen alledaagse maar daardoor niet minder dierbare herinneringen, mijn geheugen binnen. Een kurken vloer, een paar schoenen naast me op de grond, de geluiden van de buurman die zijn deur afsluit om naar zijn werk te gaan. Een boek herlezen lijkt in meerdere opzichten op een thuiskomst, bij het lezen van vertrouwde zinnen doemen er tevens bekende kamers op. Er klinkt muziek. Niet zo gek, want Ondaatje schrijft zoals een jazzmuzikant speelt, meer dan eens verandert hij van ritme, hij verlegt de loop van zijn zinnen, vaak er middenin. Doordat er zoveel klank in zijn taal zit houden romans als Op weg naar stilte en De verzamelde werken van Billy the Kid  nooit op te verrassen. Wellicht moet ik in mijn Spaanse huis Ondaatje nogmaals lezen. Weggaan en dan terugkeren.

Cees Nooteboom nam de grootst mogelijke omweg naar Santiago, blijmoedig bereed hij talloze zijwegen, ook hij verlegde zijn route, liet de auto staan en wandelde, kuierde in het lage gras. Telkens stelde hij zijn aankomst uit, verliefd als hij was op de reis zelf. Wij arriveerden zo razendsnel vanuit Ooit, dat je gerust kunt stellen dat de reis werd overgeslagen. Wat ik nodig heb is een uitgestelde aankomst. Er moet nog worden gedwaald – ruimte genoeg hier. In de tussentijd staar ik naar de rotsen langs de kust. Mediterraan licht is alleen zacht in de vroege ochtend en avond. Om zes uur ‘s morgens lijkt de lucht van gloeiende as en als de zon eenmaal brandt moeten de luiken voor de ramen worden gesloten. ‘s Avonds kleuren de rotsen geel, de kleur van gedroogd stro. Buiten staat mijn echtgenoot op het terras, hij fluit een deuntje dat me bekend voorkomt. Kinderstemmen stijgen op van de speelplaats voor ons appartementengebouw. Ik draai me om en neem De Engelse patiënt uit de boekenkast. Er is een weersverandering op komst. Nog voor ik het boek heb opengeslagen fluister ik die eerste geliefde zinnen.

[1] Curzio Malaparte Dagboek van een vreemdeling in Parijs Privé-domein nr.279 Uitgeverij de Arbeiderspers 2014

Lia Jildiz Kaptein (3)

foto: Jildiz Kaptein

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

"Foto van Lia Tilon"
Lia Tilon

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

In de Oorshop

Büch, een late liefde

In veel van mijn fascinaties hobbel ik werkelijk decennia achter veel vlottere mensen aan. En dat ik nou elders een beetje avantgarde ben kan ik ook niet beweren. Jaren ’80 muziek ben ik pas gaan waarderen rond 2010, omdat ik in de jaren ’80 liever Bach draaide. Misselijk mannetje. Ik dan. Over Bach geen slecht woord.

Toen vrij veel mensen boeken lazen en programma’s keken van Boudewijn Büch had ik een onverklaarde hekel aan de man. Nu hij helaas reeds lang verscheiden is begint het boeiende aan deze figuur mij pas te geworden. Ik wilde dat ik wat vlotter was en niet zo vooringenomen, dan had ik hem makkelijk nog eens kunnen spreken voor 2002 toen hij op 54-jarige leeftijd overleed. (Ik heb een hele lelijke arme kerel gekend die vaak zei: ‘ik wilde dat ik wat rijker was en niet zo knap…’)

Ik werk me nu met veel genoegen door Büchs eilandentetralogie heen: Eilanden, Eenzaam, Het ijspaleis en Blauwzee.

Fascinerend vind ik het schaamteloze navolgen van eigen hang ups en interesses, Büchs Amerikahaat, zijn pathologische bibliofilie, en de neiging meticuleus te citeren en te bibliograferen. Ik deel dus onder meer zijn eilandliefde en deze vier deeltjes, die volgens mij heel goed tot 1 dundrukboek Eilandliefde zouden zijn samen te smeden (doen, uitgeverij Atlas Contact!, met kaarten en een Büchwaardig register) zijn een Nederlands monument voor de nesofilie of eilandliefde.

De enige reden dat ik misschien met wat minder zelfhaat naar mijn late ontdekkingen kan kijken is dat je op afstand gewoon beter ziet: Büchs pedanterie was wellicht moeilijker te scheiden van zijn levende aanwezigheid, nu hij helaas zo lang al dood is lees je een heel sympathiek mens en duidelijke afwijkingen die hem alleen maar sympathieker maken. Zijn betweterigheid past helemaal bij zijn biografie, hij treedt op de voorgrond omdat hij zich verbergen wil. Een schitterend tegenstrijdig persoon. Ik ga nog van hem houden. Altijd te laat.

——-

 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot, woont op dit eiland. Lees ook dit. En nog een paar eilandstukken op dit blog.

 

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Keti Koti

Dit jaar zou ik Nadim meenemen naar Keti Koti. Maandag haalde ik hem op uit school en zette hem op de stang van mijn fiets, trapte richting Oost.

Ik wilde hem vertellen waar het festival voor staat; wilde niet dat hij zou denken dat hij naar een vroege versie van Kwakoe ging. Natuurlijk had ik me afgevraagd wat een goede leeftijd is om je kind te vertellen dat er zoiets als slavernij bestond, dat onze stad gebouwd is met het bloed van onderworpen mensen.

Zeven is jong, maar zwarte kinderen kunnen ook niet kiezen wanneer ze klaar zijn voor discriminatie, dus zeven leek me oud genoeg. Al trappend probeerde ik moed te verzamelen; de juiste woorden.

We kwamen langs een VR-café waar ik Nadim mee naartoe genomen had toen we te laat bleken voor het Amsterdam Light Event. De blitse bril en het 3D-spel hadden hem de beloofde lichtjestoer doen vergeten.

‘Pap’ zei hij. ‘Wanneer gaan we weer met zo’n bril?’

Ik ademde in en weer uit. ‘Dat doen we nog wel eens. Nu gaan we ergens anders heen, en daar wil ik iets over vertellen.’

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om in een land te wonen waar je alles met de auto doet. Waar je nooit met je jongen tussen je armen door de stad kunt zoeven, de wind door zijn haar.

Het is moeilijk om je kind over ons verleden te vertellen. Precies te zeggen hoe het was en is. Nadim luisterde en ik praatte, hakkelde af en toe. Ik hoopte dat hij mijn verdriet niet hoorde. Toen ik klaar was vroeg ik of hij me begrepen had.

Ik vroeg hem te herhalen wat ik had verteld, wat hij heel nauwkeurig deed. Ik zei dat veel van de zwarte mensen die we kennen nakomelingen van slaafgemaakten zijn. Ik noemde zijn tante Q en zijn vriend G, noemde mensen die hij zich herinnert uit Suriname.

Stilletjes liep hij aan mijn hand het Oosterpark in, waar de wolken barbecue en reggae ons opvingen. We kwamen bij het monument: mensen in ketenen, de vrijheid aan het einde als een gevleugelde figuur.

Met zijn hand in de mijne zette ik koers naar een kraam waar ik schaafijs voor mijn jongen kocht. Hij koos blauw en rood en oranje, slurpte luidruchtig.

Nu, dacht ik, komen de vragen.

‘Pap?’

‘Naadje?’

‘Denk je dat we op de terugweg nog even naar dat café met de brillen kunnen?’

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Vera Aleksandrovna

illustratie Anna Borisova

Prachtige dame, jaar of tachtig. Rood geverfde krullen piepen onder haar elegante baret uit. Zwierige bontjas. Het is min veertien vandaag. Dat mensen van deze leeftijd er met zulke temperaturen zo bij kunnen lopen is alleen al bewonderenswaardig.

‘Ik vind Petersburg de mooiste stad op aarde. Ze zeggen wel dat Venetië mooier is, maarja, daar ben ik nooit geweest, dus wat mij betreft wint Petersburg. Misschien niet de beste stad, maar toch in ieder geval de mooiste. Als je bedenkt wat mensen hebben moeten doorstaan om de stad uit de handen van de fascisten te houden… mijn moeder, mijn oma, allemaal blokadniki. Ze vertelden me over de honger en de kou. Er waren sneeuwhopen, kijk, net als nu. Maar mensen waren uitgeput. Negenhonderd dagen, onvoorstelbaar. Toch heeft mijn oma doorgeleefd tot ver in de negentig. Ze heeft gewoon nooit opgegeven, zo iemand was ze.’

‘Ben jij getrouwd? Net liep ik langs de kade, langs het huwelijksbureau. Daar zijn mijn man en ik getrouwd. Lang geleden hoor, mijn man leeft zelfs al zeven jaar niet meer. Net liep ik langs dat bureau en ik zag alles weer voor me, wat waren we toen allemaal jong, mooi en lang. Meer dan dertig gasten, stel je voor, in een prachtige zaal. Toen we naar buiten stapten kwamen er net twee bussen met toeristen aan. Geen idee uit welk land, maar ze vonden onze bruiloft geweldig. Ze maakten foto’s met ons en wij met hen, zo werden ze als het ware gasten op mijn bruiloft!’

‘Hoe heet je? Elina? Vera Aleksandrovna, aangenaam. Luister Elina, Ik hoop dat je veel kindjes krijgt. Zie het als mijn advies, dat is echt het belangrijkste, veel kinderen. Zodat je nooit alleen zal zijn. Zo. Veel. Mogelijk, echt.’

Ze staat op en schuifelt richting de deur, met één hand grijpt zich vast aan de stang, de andere, tot een mager vuistje gebald, zwaait fanatiek door de lucht. Ze kijkt om:

‘Zo veel mogelijk kinderen! Zo veel mogelijk! Zo veel mo-ge-lijk!’

Al roepend stapt ze de bus uit. Na een paar onzekere stapjes op de besneeuwde stoep kijkt ze nog een keer om en werpt me een kushandje toe door het vuile raam. Terwijl de bus weer optrekt blaas ik er gauw eentje terug.

 

Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en portretteert voor Tirade mensen die ze ontmoet.

"Foto van Eline Helmer"
Eline Helmer

Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

De emigratie (boekhouder van kwade zaken)

Depressie lijkt op rouw, het lijkt ook op angst en verdriet – verzamelnamen voor wat er gebeurt als je iets verliest, schrijft [1]Eva Meijer in De grenzen van mijn taal. Daar voegt ze aan toe dat een depressie anders is omdat ze gepaard gaat met het verlies van realiteit. (Ik doe haar werk tekort, zoals ik hier alle geciteerde schrijvers tekort doe). Dapper zijn, schrijft Meijer en dat ontroert me mateloos.

Heimwee lijkt op rouw, maar lichter. Je hebt iets verloren wat niet weg is, door weg te gaan heb je plek verloren aan anderen. Heimwee is een constant registreren wat je niet meer hebt, het is alsof een kwade boekhouder alleen de minnen noteert in een steeds dikker wordend schrift. In de wintermaanden spiek ik dagelijks op mijn weerapp om te zien hoe het weer in Nederland is, dat helpt (alweer bewolkt). Maar op de momenten dat ik door heimwee word overvallen is er niets lichts, niets warms dat op de wind naar me toedrijft. Meestal gebeurt het als ik iets zie of meemaak wat me tegenstaat, wat op zich al irriteert: mag er dan niets meer tegenvallen nu we eenmaal zijn vertrokken?

Eerder schreef ik dat wie weg is, zich realiseert hoe schoon Nederland is. In onze Alicanteese wijk poepen honden op de stoep, als het donker eenmaal is gevallen zijn er nog maar weinig baasjes die het opruimen. Hondenpis vreet aan gebouwen en lantaarnpalen. Ik heb medelijden met de dieren die met een shirtje of jasje aan, in de stad altijd aan een lijntje lopen. Het lijkt hier doodnormaal. Het Spaanse woord voor huisdier is mascota.

Niet ver van ons zolderappartement ligt een plein met een paar bomen, de bakker heeft er zijn terras gebouwd. Mijn echtgenoot en ik gaan er op zaterdagmorgen koffiedrinken, het is er altijd druk, gezinnen met kinderen strijken neer op de stoelen. Een jongetje trekt zijn broek omlaag, zijn moeder zet hem tussen de tafeltjes en laat hem spetterend plassen tegen een boomstam. Wanneer we naar het bergdorp Polop gaan, eindigt onze dag op een terras met een hartverheffend uitzicht over de vallei. Natuurlijk zijn er toiletten, er zijn in Spanje óveral toiletten, ook bij de bakker en in de supermarkt. Aan de linkerzijde van het terras ligt wat grind, waar een meisje neerhurkt, broekje op de knieën. Ik verzet mijn stoel en glimlach naar mijn echtgenoot. ‘Laten we blijven en nog wat bestellen.’

In werkelijkheid praat ik tegen mezelf. De bergen zijn mooi. Spoedig, ik weet het zeker, zal ik in staat zijn die gramme boekhouder de tent uit te gooien.

[1] Eva Meijer De grenzen van mijn taal Uitgeverij Cossee 2019

Lia Jildiz Kaptein (3)

foto: Jildiz Kaptein

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

 

"Foto van Lia Tilon"
Lia Tilon

Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

Avonddagen

IMG_1389Gisteren liep ik voor het eerst een etappe van de avondvierdaagse met Nadim. We hadden hem zo neutraal mogelijk gevraagd of hij mee wilde doen, en hij had stuiterend geroepen dat het hem fantastisch leek.

We moesten onze zoon hiervoor inschrijven op zijn school, wat we vergaten, waardoor we hem eergisteren ter plaatse moesten inschrijven, wat door een aspergerige man met een scherpe neus en een opvallend kleine bril geweigerd werd.

Hoewel we dus naast de begeerde medaille zullen grijpen, meldden we ons ook gisterenavond bij het vertrekpunt. Al Nadims klasgenoten hadden wél een knipkaart. Wat iedereen óók had: een gehalveerde sinaasappel met Kingpepermuntjes op het vruchtvlees, omwikkeld met kaasdoek.

Het was de bedoeling dat je daaraan likte. Het was verfrissend en goed voor de vochthuishouding. Het was slecht voor je tanden. Iedereen had het, maar mijn jongen niet.

B, die op maandag met Nadim de eerste etappe liep, had me al opdracht gegeven een rol pepermunt te kopen, wat ik braaf geprobeerd had, maar in geen enkele buurtsuper waren die krengen meer te krijgen. Ik kocht Fruitella aardbei en liet de bizarre dorstlesser verder voor wat hij was. Nadim droeg deze tegenslag als een man. In de eerste kilometer ging onze Fruitella op.

Langs de route stonden kraampjes van de deelnemende scholen klaar met cake en limonade, met ijsjes ook. De school van Nadim had ingezet op kraanwater en bananen. Mijn jongen sprak er schande van, en zijn vriendin jatte spekkies bij de kraam van een school uit de Zeeheldenbuurt.

De ouders bij Nadims schoolkraam hadden blikjes koud pils onder de toonbank. Vanaf balkons langs de route werden we met tuinspuiten besproeid, en de begeleiders hadden er hun handen vol aan iedereen op de stoep te houden.

Het tempo was opvallend laag. Al snel liepen Nadim, zijn vriendin en ik aan kop. We finishten als eersten, en kwamen erachter dat de wandeling met het oog op de hoge temperatuur flink was ingekort. Nadim en ik fietsten naar huis en maakten daar nog een tijdje bommetjes in een gracht vol gierende pubers.

De zon ging roodoranje onder. Iedereen ging laat naar bed.

________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • "Foto van Marian van der Pluijm"
    Marian van der Pluijm

    Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse Taal en Cultuur studeert. Voor VPRO-radioprogramma OVT maakte zij een documentaire over de Hongaarse dichter Miklós Radnóti. Zondag 7 november werd de documentaire uitgezonden op NPO Radio 1.