Het Jaar van de kreeft, een deceptie

Het jaar van de kreeft (1972) van Hugo Claus was al eens verfilmd met Rutger Hauer en Willeke van Ammelrooy. Rutger Hauer – ik kan geloof ik weinig slechts over hem horen –  is niet de enige overeenkomst tussen deze film en De Beste Nederlandse Film Volgens het Publiek’ ooit: Jan Wolkers’ Turks Fruit. (1969)

Het jaar van de kreeft gaat over een stormachtige relatie van een kunstenaar met een vrouw die later aan een ernstige ziekte overlijdt. Intussen moet het vooral over seks gaan, het zijn de vroege jaren ’70.

Ik las beide boeken in de jaren ’80 en was meer een Turks fruit adept dan dat ik nou zo’n fan van Claus’ variatie was.

Nu Luc Perceval het boek geënsceneerd heeft voor toneel met Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman, kan ik niet anders dan concluderen dat dit boek alleen als ballet op de planken de moeite echt waard zou zijn. Het voortdurende spel van aantrekking en afstoten laat zicht toch het mooist fysiek tonen in een choreografie. Maar Scholten van Aschat en Kraakman zijn géen dansers. En ze zijn natuurlijk heel goede acteurs, maar ze staan in een stuk waar de subtiliteit die Claus nog wel eens weet aan te brengen in zijn boek hier toch ontbreekt, de tekst is uitgekleed en wat er overblijft is eigenlijk onnodig geworden.

Tijdens de repetitie moet Perceval gedacht hebben: ‘hoe beeld je nu uit dat mensen echt om elkaar staan te springen? En zie daar: laat ze springen. En dat gaat maar door, en het is treurig voor de acteurs die dat maar avond aan avond moeten doen, maar je blijft als kijker denken: de regisseur is er niet helemaal goed uitgekomen hier. Het toneelbeeld met 23 mannelijke opblaassekspoppen helpt ook niet bij het overtuigen dat er veel subtiliteit in Percevals benadering van dit stuk schuilgaat. In beide gevallen lijkt het eerste idee het al gered te hebben.

Het jaar van de kreeft is een voortdurend schreeuwend argument voor ballet als medium voor dit boek boven toneel.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Niet vandaag

Ik zag een promo voor het nieuwe seizoen van Kijken in de ziel. Twee militairen van hoge rang zeiden dat Nederland in deze generatie nog een oorlog mee gaat maken. Mijn hoofd tolde, raasde, zoekend naar een uitweg uit die voorspelling.

Het antwoord was snel gevonden: natuurlijk gelooft een militair dat. Ook al zetten we ons leger wereldwijd in voor goede doelen, uiteindelijk is een krijgsmacht er om je land tegen invallen te beschermen. Raison d’être dus ook, van de soldaat. Toch bleven die ernstige en overtuigde koppen me de laatste dagen bij.

Ren, liefste jongen. Ren.

Wat als dit de laatste dagen zijn van dit soort leven. Van de wereld die ik ken.

Ik ga hier iets opschrijven waarvoor ik me diep schaam: niet heel lang geleden kon ik nog naar nieuwsbeelden van een moeder met een verbrande baby kijken en geloven dat zij mij niet was, dat jij dat kind niet was.

Knuffel de dagen stuk. Word bruin van deze zon. Gil, huil en schater. Schraap je knie op het asfalt en eet ijs.

Ren bij me vandaan tot ik het in mijn hart voel rekken en sprint weer terug. Ik kus je in je nekkie tot je schreeuwt dat ik op moet rotten.

Hoe vrij we zijn, lief. Hoe breed onze wereld en onvermoeibaar mijn armen. Honderd van je zou ik nog omvatten. Zou ik er willen. Nog honderd van je.

Jij en ik, man.

En twintigduizend laatste dagen.

_________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tot slaaf gemaakten

In Portugal las ik Anousha Nzume’s Hallo witte mensen, een intelligent boek over wit privilege, institutioneel racisme, een beetje zwartepietendiscussie en meer. Een bittere pil die elke witte keel zou moeten slikken. Het onderdeel over het slavernijverleden had ook mijn speciale interesse omdat ik daar al een poosje met stijgende verbazing over lees.

Het vriendelijke en raadselachtige land Portugal blijkt bijvoorbeeld volgens het Quest-scheurkalenderblad van 27 juli – die ik gisteren even aan het bijscheuren was – koploper in het vervoeren van slaven (volgens Nzume moet je de formulering ’tot slaaf-gemaakte’ gebruiken, ik denk omdat in de woordenboekbetekenis van ‘iemand die aan een ander in eigendom toebehoort’ de kwestie te weinig geproblematiseerd wordt.)

In Toegenjevs Lentebeken wil de familie van de Duitse-Italiaanse  schone waar de Russische hoofdpersoon als een blok voor valt, niet dat hij zijn Russisch landgoed verkoopt, want daarmee verkoopt hij ook zijn lijfeigenen, en doet hij dus mee aan het in standhouden van slavernij. (Een fascinerend en wat onderbelicht boek aangaande slavernij is Frank Martinus Arions De deserteurs.)

Portugal vervoerde tot aan 1888 (Lentebeken is bijvoorbeeld van 1872) 5,8 miljoen mensen van Afrika naar Brazilië. Nederland staat op een vijfde plaats met 0,6 miljoen mensen. Andere vrolijke en welvarende vakantielanden als Frankrijk en Spanje bezetten respectievelijk de derde en vierde plaats met 1,4 en 1,1 miljoen mensen. In de top vijf ontbreekt dan alleen Engeland nog: 3,3 miljoen.

De Portugezen begonnen ermee, met de handel van slaven naar de Amerika’s, in 1442. Quest baseert zich op www.slavevoyages.org, de  Transatlantic Slave Trade Database. Het is een mooie, pijnlijke en precieze website die een goed begin vormt bij het je bewust worden van wat er gebeurd is.

Gijsbrecht Moelaert bijvoorbeeld, scheepskapitein van het fregat de Verwachting, vertrok op 27 maart 1792 van Vlissingen naar Congo, laadde slaven in voor Suriname, deed onderweg nog St. Helena aan, een handelspost waar wellicht een voorvader van Derek Walcott van boord gesleept werd. Moelaert voer nog 5 van zulke rondjes.

Een leerzame website met een goed zoekinstrument en gedegen achtrergrondinformatie en essays. Als je er een poosje doorheen bladert zie je beter wat het allemaal betekende en hoe massaal dit wel niet was. Met name witte mensen zouden daar goed kennis van moeten nemen, feiten helpen je grote blinde vlek te bestrijden. En uit Nzume’s boek concludeerde ik in elk geval dat ik wel zo’n blinde witte vlek had.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Dreams of leaving

IMG_4863Het afgelopen cursusjaar gaf ik les aan de Schrijversvakschool. Tijdens de eerste les – het vak was proza en mijn studenten kregen de opdracht een kort verhaal te schrijven – vroeg iemand me of ik nog ging uitleggen hoe je een goed verhaal schrijft; waar zoiets aan moet voldoen.

Mijn antwoord was dat ik dat niet kon. Er zijn een hoop mensen die je kunnen vertellen wat de regels zijn, maar er zijn een hoop goede verhalen die de regels breken.

Zoals die dingen gaan kwam ik er al doende achter waar een verhaal voor mij mee begint.

Wanneer het over schrijven ging zei ik altijd dat het begint met woorden, met een personage dat beschrijft wat het waarneemt. Dat ik mezelf daarna pas de vraag stelde wie diegene, de beschrijver, is.

Dat zei ik altijd, maar ik ben erachter gekomen dat er een dieper liggend begin is: een gevoel van plaats. Voor er een wie en een wat is, is er een waar. 

Een decor moet een bepaalde kracht in zich hebben. Vind de plaats en de handeling volgt vanzelf omdat personages zich voegen naar plaats, en handeling voortkomt uit het krachtenspel tussen de personages. Idealiter isoleert een plaats haar personages, waardoor ze onder druk komen te staan en handelen wordt afgedwongen, onontkoombaar is. Ik zei hier al iets over op Tirade.nu.

Voor mij is schrijven een vlucht, niet zozeer van de werkelijkheid maar naar een andere werkelijkheid, naar binnen toe. Als ik schrijf ken ik geen twijfel, ben ik vrij. Ik vind de plek en luister, kijk, noteer.

De laatste week van onze vakantie brachten we door op een vervallen landgoed in de Auvergne, waar we door een huizenruil terecht gekomen zijn. Het huis had onder meer een salon, een biljartkamer, twaalf slaapkamers en een kelder met lege vertrekken waar het spinrag aan je bleef plakken wanneer je er doorheen liep. Ik hing een schommel op in het eikenbos dat bij het domein hoorde en dacht aan Amsterdam. Nu zit ik hier in de Jordaan en ben ik ook nog daar.

Mijn dromen van vertrek, mijn dissociatieve aard, mijn het is hier nooit goed genoeg, misschien is dat geen ontevredenheid of verveling, maar zijn het de plaatsen die me roepen, die aan me trekken; om aandacht vragen.

‘Kom,’ zeggen ze. ‘Hier moet je zijn. Kom zitten op een bed van klimop en kijk hoe de jongen schommelt. Heen en weer en heen, het zonlicht breekt op zijn gezicht. Hij kijkt naar een punt achter je. Draai je om en merk dat je door zijn ogen ziet, dat je de jongen bent geworden die naar zijn vader kijkt. En weer en heen. Je hebt vuile nagels. Een splinter in de boog van je voet veroorzaakt een ontsteking die…

 _________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

I am afraid to see my heroes

I am afraid to see my heroes age
I am afraid of disintegration

Zingt Torres in ‘The Exchange’ (Sprinter, 2015). Het is een mysterieus lied, bijna a capella, door een diepe stem met een melancholische klank. Het gaat over haar moeder die haar moeder twee keer heeft verloren, de tweede keer door een ‘freak basement flood’; Under water/we’re under water.

Ik zoek haast nooit na waar liedteksten op slaan, vooral niet als ik ze mooi vind. Zal je net zien dat het hele nummer draait om het feit dat de zanger(es) God heeft gevonden, terwijl ik er net zo’n toepasselijk liefdeslied in hoorde; dan kan ik het nummer dus niet meer luisteren omdat ik de hele tijd het gevoel heb dat de artiest me iets veel te intiems vertelt. Iets waar ik bovendien niet in geloof. Het liefst weet ik zo min mogelijk.

I am afraid to see my heroes age

Torres is, zo blijkt als ik met lood in mijn vingers haar naam opzoek, de Amerikaanse Mackenzie Scott. Ze is een beetje into Christus, hoe kan het ook anders, heeft leren zingen in de kerk. Het lied, daar ging het me om, gaat inderdaad over de moeder van Mackenzie, die haar eigen adoptiepapieren kwijtraakte in een kelderoverstroming, waardoor ze nooit meer te weten kon komen wie haar biologische moeder was. Mackenzie zelf is ook geadopteerd. Welke van haar twee moeders (de biologische of de adoptiemoeder) nu precies die papieren kwijtraakte weet ik niet, ik stopte al met zoeken. I am afraid to get to know my heroes.

Schermafbeelding 2017-07-24 om 18.41.58De zin die bij mij steeds door mijn hoofd (en dus het huis) blijft zingen is die van die ouder wordende helden, daar bang voor te zijn. Bij Scott heeft het te maken met een algehele angst voor verkruimling, vergaan, bij mij is het platter. Misschien heeft het meer te maken met de menselijkheid van wat ik veronderstel iconen te zijn. Ik begrijp best dat Madonna er alles aan doet om er jong uit te zien, dat is namelijk precies wat idioten als ik van haar verwachten. Anders is het Madonna niet meer. Als ik een foto zie van Mick Jagger nu, naast een foto van Jagger in zijn gloriejaren breekt mijn hart. Mijn vroegere idool, Bette Midler, durf ik niet meer te Googelen.

(Idool is trouwens een groot woord, dat veronderstelt fan van iets zijn, je kamer volhangen met posters en elke snipper van iemands levensverhaal te weten willen komen. Ik wil gewoon duizend keer Beast of Burden op repeat hebben omdat ik het een lekker nummer vind en eenkennig ben. Hoe fout Mick Jagger is en hoe oud Bette Midler wil ik helemaal niet weten. Het moet wel een beetje mijn soundtrack blijven.)

I am afraid to see my heroes age

Ben ik bang om mezelf ouder te zien worden? Nee, ik geloof het niet. Die grijze haren vind ik wel grappig en dat je met de jaren kreukeliger wordt is onvermijdelijk. Ik heb helemaal geen zin om me daar druk om te maken, ook al zegt iedereen van boven de veertig dat dat nog wel komt. Ah ja; steeds banger zal ik worden voor ziektes, dat kan ik je vast vertellen, maar dat gaat niet om het zien ouder worden, niet direct tenminste. Wel vind ik het gek dat de mensen om me heen, dertigers, ik dus ook, vormvaster worden. We ‘zijn zo iemand die’ (een kind heeft, zo’n baan heeft, geweldige soepen maakt, altijd vroeg naar huis gaat of altijd de kroeg uitgeveegd moet worden, te hard lacht of nergens zin in heeft) aan het worden.

Of nou ja, ‘gek’ is niet het goede woord; ik vind het wel lekker, eigenlijk. Ik ben zo iemand van in de dertig met een hond en een windjack, die chick die schrijft, die ene die meestal wel trek in een biertje heeft en die te hard lacht. Ik sluit absoluut niet uit mezelf ooit nog te verrassen, maar dat het niet de hele tijd meer gebeurt is uitermate aangenaam. Dat ik nu intens jong belegen klink is overigens minder aangenaam, daar heb je ze al, die zorgen.

I am afraid to see my heroes age

Joan_Baez_2012Een paar jaar geleden zag ik Joan Baez optreden. Het was de eerste keer dat ik haar zag en vrijwel de eerste keer dat ik haar hoorde. Later zocht ik haar muziek terug – ik vond haar vroegere werk veel minder mooi dan wat ik haar met die oudere, diepere stem hoorde zingen. Was al aan die grijze haren gewend. Koesterde het feit dat een vrouw van in de zeventig nog kan staan shinen op een podium, ook zonder Madonna-ingrepen. Baez mocht niet meer terug veranderen. Hetzelfde heb ik met Abbey Lincoln; geef mij maar de opnames waarin haar stem wat stroever is.

Misschien is dat het: I am afraid to see my heroes change – blijf wie je was toen ik je leerde kennen, zodat ik nooit meer aan je hoef te denken, zodat je zo plat als een dubbeltje blijft en je liedjes (of boeken, for that matter) van mij blijven. Blijf met je verouderende tengels van je oeuvre, mijn soundtrack, af. Waag het niet ooit jong geweest te zijn.

Mackenzie Scott, Torres, is geboren in 1991. Dat betekent dat ze zes jaar jonger is dan ik. Dat betekent ook dat ze zich misschien later wel helemaal kapot schaamt voor wat ze nu zingt en schrijft, en dat ik dan (als ik ’t nummer zelf niet zat ben) niet meer naar The Exchange kan luisteren omdat ik dat weet. Dat ze in een interview zegt: die tijd heb ik achter me gelaten, die galm, dat sentimentele.

Stel je voor! Nee! Dat schamen doe ik zelf al genoeg (ik voorspel nu vast dat ik overmorgen mijn muren bijna doorklauw van spijt over het feit dat ik een mini-essay heb geschreven in de eerste persoon, dat zouden we toch niet meer doen, wie ben ik nou helemaal, ja dat ene zeikwijf van Tirade) en de wereld verandert al de hele tijd, zodat al die vormvaste dertigers van nu over twintig jaar het equivalent zijn van hun ouders die alleen maar in hoofdletters kunnen sms’en en zwarte piet wel best vinden. Laat mijn helden mijn helden blijven en mijn liedjes mijn liedjes, laat mij in die fictie geloven. Dan beloof ik dat ik soms dat windjack nog even uittrek om met de tijd mee te rennen.

 

[Foto Torres: Pinelopi Gerasimou, via Flickr]

[Foto Baez: Steve Jozefczyk , via Flickr]

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

 

 

 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Het einde van de concentratie

Het beeld van de cirkels die zich verwijderen van de steen die je in de vijver gooide, bracht je ooit het woord concentrisch bij. ‘Een gemeenschappelijk middelpunt hebbend.’ Of ‘van alle zijden op een punt gericht.’ Concentratie is dan logischerwijs dat alles zich richt op een middelpunt. Meestal is dat een mobiele telefoon.

Dit hiernaast is Ajita, een  lohan. Hij zat vorige week opeens in het Aziatisch paviljoen van het Rijksmuseum, mij was ‘ie althans nog niet eerder opgevallen hoewel ik daar altijd heel gefocust rondloop. Ik neem dan ook aan dat hij er juist voor die gelegenheid was gaan zitten, stil lachend om mijn verbazing over zijn bestaan.   ‘Een lohan, volgeling van de Boeddha, heeft geestelijke volmaaktheid bereikt en bewaart de boeddhistische wet tot de komst van de boeddha van de toekomst. Een lohan leeft niet onder de mensen, maar als kluizenaar in de bergen. Bovendien heeft hij bovennatuurlijke krachten. Zo kan hij van grootte veranderen en alles horen en zien. Er zijn achttien verschillende lohan. Dit is Ajita. In volledige concentratie luistert hij naar het lezen van een soetra, een geschrift dat de leer van Boeddha overbrengt.’

Het beeld is concentratie3tussen 1200 en 1400 in China gemaakt. Dit houdt niet op voor mij een duizelingwekkende zin te zijn.

Ik raakte in de ban van dit beeld omdat het zeldzaam aan het worden is een geconcentreerd persoon te zien, en geconcentreerde of denkende mensen zijn altijd boeiend en mooi om naar te kijken of te luisteren. Dat simpele gegeven is misschien wel de bestaansgrond van het gesprek. Taal ontstond om dat iemand iets moest benoemen, of doorhad dat een klank met een ding kon corresponderen, een gesprek ontstond omdat iemand geconcentreerd aan het luisteren en kijken was naar iemand die iets probeerde te bedenken om te zeggen, of op een goede manier te zeggen. Luisteren is verlangen naar de juiste bewoording.

Ook een intensief lezend mens heeft die charme, ik kan er minutenlang naar kijken.

Langzaam denken is dan ook mooier om naar te kijken dan snel denken. Ajita heeft duidelijk geen enkele haast.

Omdat ik merk dat ik zelf harder mijn best moet doen om me te concentreren vind ik dit een intens mooi en leerrijk beeld dat ik de komende tijd naar vermogen zal trachten na te volgen. Als ik dan al geen boeddhist kan zijn, kan ik toch minstens proberen alles te horen en te zien en zo nu en dan wat van grootte te veranderen. En mijn soetra zal dan voorlopig wel uit Pessoa komen… iets als als het hart kon denken stond het stil.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Schreef hier over de buurman van deze lohan, Guanyin.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Eline Helmer"
    Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.